Katharina Vestre: „Hoe gaaf moet het zijn geweest om de hoxgenen te ontdekken?”

Foto Roger Cremers

‘De mens is nogal omslachtig ontworpen’

Katharina Vestre PhD-student en schrijfster De Noorse wetenschapper Katharina Vestre raakte in haar jeugd gefascineerd door zwangerschappen. Ze schreef er een boek over. „Het is zo ongelooflijk.”

Het veranderende embryo, van een garnaalachtig wezentje naar een baby met alles erop en eraan, fascineerde Katharina Vestre al op haar zesde toen ze het handboek Zwangerschap en geboorte in de kast vond. Haar moeder was zwanger van haar broertje en in het boek stonden afbeeldingen van het groeiende embryo op ware grootte. Samen met haar zusje volgde ze de tekeningen terwijl haar moeders buik bolde.

„Het vreemde is dat mensen vooral geïnteresseerd lijken in embryologie als ze ouders worden, terwijl het zo ongelooflijk is wat er gebeurt”, zegt ze tijdens een bezoek aan Amsterdam. „Tijdens mijn studie biochemie leerde ik van alles over DNA, cellen en eiwitten, maar we namen geen stap terug om te kijken hoe die samen een mens vormen.”

Tijdens de afronding van haar bachelor zat ze ’s avonds laat nog in de bibliotheek te studeren, toen ze op een artikel stuitte over de ontwikkeling van fruitvliegen en de genen die daarbij betrokken zijn. Al snel nam het onderwerp haar helemaal in beslag en ze vertrok die zomer met drie dikke embryologieboeken op vakantie. De zoekgeschiedenis van haar browser raakte gevuld met termen als ‘foetussen’, ‘vissennieren’ en ‘fruitvliegjes’.

Hoe kwam je op het idee om zelf een boek te schrijven?

„Dat was eigenlijk niet mijn idee. Ik wist niet eens van het bestaan van populair-wetenschappelijke boeken af. Ik kende alleen de boeken van Stephen Hawking, die mijn mannelijke medestudenten lazen, maar dat vond ik iets voor supernerds. Terwijl ik me zo verdiepte in de embryologie, volgde ik ook een vak wetenschapsjournalistiek en -communicatie. Als opdracht schreef ik een essay over embryologie, dat geplaatst werd in een landelijke krant. Mijn uitgever las dat en vroeg me of ik er een boek over wilde schrijven. Maar ik wist niet of ik het kon combineren met mijn studie. Wetenschap kun je niet parttime doen. Ik vroeg een verlenging aan van mijn master zodat ik meer tijd had, zei mijn bijbaantje op en zat vanaf toen iedere vrije minuut in de bibliotheek om te schrijven.”

Wat is het meest intrigerende dat je geleerd hebt door het onderzoek voor je boek?

„De werking van hoxgenen. Die bepalen bijvoorbeeld waar je ledematen komen. Ik vind het fascinerend dat ieder organisme met een kop en staart ze heeft. Van een simpele worm tot aan mensen. Overal werken ze hetzelfde. Ze liggen ook op perfecte volgorde op je DNA, eerst komt het gen dat aanzet tot het maken van je hoofd, daarna je romp etc. Het is bijna te mooi om waar te zijn. Hoe gaaf moet het zijn geweest om die genen te ontdekken?”

Ik vond het zelf bijzonder om te lezen dat er vroeger een muis of konijn gedood moest worden om te bepalen of een vrouw zwanger was.

„Ja, ik had ook niet gedacht dat de geschiedenis van zwangerschapstesten zo interessant zou zijn. De vroege testen bestonden eruit dat de arts urine van de vrouw in een muis of konijn injecteerde. Een paar dagen later werd het dier gedood en onderzocht de arts of de eierstokken waren veranderd. Die verandering treedt alleen op als er hcg-hormoon in de urine zit, een hormoon dat de placenta aanmaakt. The rabbit died betekende dat je zwanger was, al werd het dier hoe dan ook opgeofferd.”

Onze ontwikkeling verloopt niet echt efficiënt, is te lezen in je boek. Kun je daar een paar voorbeelden van geven?

„Dat komt door onze afstamming van vissen. Het zou logisch zijn om iets in één keer goed te maken. Maar dat gebeurt bijna nooit. Zo maken we eerst een staart, die later weer verdwijnt, op ons staartbotje na. De nieren zijn ook een mooi voorbeeld. We maken ze drie keer aan, het eerste paar is niet te gebruiken, het tweede lijkt sterk op vissennieren en die gebruiken we even, en het derde paar houden we pas. Een mooi bewijs voor evolutie. Als een ingenieur het menselijk lichaam zou ontwerpen, zou hij het nooit zo omslachtig doen.”

De arts injecteerde als zwangerschapstest urine van de vrouw in een konijn

Katharina Vestre

Na het afronden van je master startte je een PhD-onderzoek. Wat bestudeer je?

„Ik onderzoek een groep eiwitten, RAB-eiwitten die als moleculaire schakelaar fungeren, ze kunnen bepaalde processen in de cel aan- en uitzetten. Een van hun belangrijkste taken is ervoor te zorgen dat alle celonderdelen op de juiste plek terechtkomen. Rab-eiwitten spelen ook een rol in de migratie van de cellen zelf door het lichaam. Daar wil ik meer van weten. Kankercellen worden gevaarlijk als ze gaan migreren. Door te onderzoeken hoe de celmigratie precies geregeld wordt, kunnen we misschien ooit een manier vinden om kankercelmigratie te stoppen. Daarnaast kijk ik naar de beweging van immuuncellen, dendritische cellen om precies te zijn. Dat zijn echt de mooiste cellen. Ze sporen indringers op en presenteren die aan andere cellen van het immuunsysteem.”

Zie je jezelf meer als schrijver of als wetenschapper?

„Ik wil beide vakgebieden graag blijven combineren. Wetenschap is soms heel frustrerend en dan helpt het om erover te communiceren met anderen. Daardoor snap je zelf beter wat je aan het doen bent, en zie je opnieuw hoe interessant en belangrijk het is wat je doet. Ik zou nooit een van de twee op willen geven.”

Zou je zelf moeder willen worden?

„Ja en nee, haha. Nu ik er zoveel over weet, vind ik het een erg mooi maar ook beangstigend idee. Een foetus is een soort parasiet die zelfs bloedvaten aanpast naar zijn eigen behoeftes. Het mooie is dat de foetus stamcellen naar de moeder kan sturen. Zo hebben vrouwen met hartfalen meer kans om te overleven als ze zwanger zijn. In het hart van overleden hartpatiënten zijn stamcellen van het kind aangetroffen. Bij zwangere muizen is dat ook bekend. Als je daar een hartaanval opwekt, gaan er onmiddellijk stamcellen van de baby heen om de schade van de aanval te herstellen. Het is raar dat we het normaal vinden dat vrouwen zwanger zijn, want het is een heel bijzonder proces. We zouden wat meer aandacht moeten geven aan zwangere vrouwen. Ik sta voortaan in ieder geval altijd op in de bus.”