Carlsen onstuitbaar

In januari vestigde Magnus Carlsen in de vierde ronde van het Tata Steel toernooi in Wijk aan Zee een deprimerend persoonlijk record: 21 partijen achter elkaar remise. Het jaar daarvoor was het ook matig gegaan. Hij was nog de beste, maar de concurrentie leek dichtbij. Toen won Carlsen van Jorden van Foreest. Het leek daarna of een adrenalinestoot hem gevitaliseerd had. Hij bleef partijen winnen, hij won het Tata-toernooi, vervolgens ook het Gasimov Memorial in Azerbaidzjan en afgelopen week de Grenke Classic in Karlsruhe en Baden-Baden.

Op de ratinglijst zijn de achtervolgers uit zicht geraakt. Er werd geschreven dat Van Foreest door zijn nederlaag een monster had geschapen en Carlsen werd de GOAT genoemd, de ‘greatest of all time’. Ho,ho, hoe zit het dan met Fischer en Kasparov? Iedere periode heeft zijn eigen grootste aller tijden.

„Ze komen op het licht af,” zei schaakmeester Lodewijk Prins toen hem werd gevraagd waarom hij vaak zo makkelijk won. De tegenstanders van Carlsen lijken soms verblind door zijn aura en doen dingen die ze tegen anderen niet zouden doen.

Fabiano Caruana stond aan het begin van de laatste ronde van de Grenke Classic een punt achter op Carlsen. Hij maakte snel een remise uit de boekjes en toen hem werd gevraagd waarom hij niet had geprobeerd om Carlsen in te halen, zei hij: ,,Ik maak me geen illusies. Dit is ongeveer het moment waarop de tegenstanders van Carlsen zich in hun eigen zwaard storten.’’

Peter Svidler, achtvoudig kampioen van Rusland, speelde tegen Carlsen vanaf het begin angstvallig. Hij was bang geweest om rekenfouten te maken, zei hij. Dan vraag je er om. Zijn rekenfouten kwamen later toch. Aan het eind creëerde hij opzettelijk een soort helpmat, waarvoor hij door een commentator werd geprezen als een gentleman, een sportieve verliezer. Als je geen tegenstand kunt bieden, kun je nog altijd een gentleman zijn.

Peter Svidler - Magnus Carlsen, Grenke Classic, Baden-Baden 2019

1. e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. Pc3 Svidler zei dat hij dit speelde om een rustige stelling te krijgen waarin hij niet meteen grove rekenfouten zou maken. 3...e5 4. Lc4 Le7 5. d3 d6 6. Pd2 Pf6 7. Pf1 Pd7 8. Pd5 Pb6 9. Pxb6 axb6 10. c3 0-0 11. Pe3 Lg5 12. 0-0 Kh8 13. a3 f5 14. Pxf5 Lxc1 15. Txc1 Lxf5 16. exf5 d5 17. La2 Txf5 18. Dg4 Tf6 Zwart staat actief, maar pion d5 vraagt aandacht. Na 19. Tce1 zou het ongeveer gelijk staan. 19. f4 Nu maakt hij toch een rekenfout. 19...exf4 20. Dg5 De bedoeling. Niet 20. Txf4 wegens 20...Pe5 met materiaalwinst. 20...Df8 Maar dit zag Svidler niet aankomen. 21. Dxd5 Niet 21. Lxd5 wegens 21...Tf5 met stukwinst. 21...Td8 22. Df3 Nu gaat het echt mis. Na 22. Dg5 Txd3 23. Tce1 zou wit voor de verloren pion actieve stukken hebben. 22...Pe5 23. De4 Na 23. De2 Pxd3 24. Tcd1 komt 24...c4, weer iets dat Svidler te laat zag. 23...Pg4 24. Tce1 Pe3 25. Tf2 Te8 26. Dxb7 g5 Wit staat vreselijk, zwarts aanval loopt vanzelf. 27. Tfe2 Een moeilijk te begrijpen zet, verzuchtte Svidler. 27...g4 28. Tf2 Dh6 29. Dc7 Tef8 Dreigt vooral 30...g3 31. hxg3 Pg4. In plaats van op te geven componeert Svidler voor de grap een zelfmat. 30. h3 gxh3 31. g3 fxg3 32. Txf6 h2+ 33. Kh1 g2 mat.

Zie diagram.