Berlijn en zijn rijkdom aan kleine buurten

When in Vergeet de toeristische attracties, de beste tips voor een stedentrip komen van kenners. Wat is er te doen in Berlijn? NRC-correspondent Juurd Eijsvoogel weet het.

Foto’s Istock

Niet dromen op de fiets

Het lijkt zo voor de hand te liggen: Berlijn doorkruisen op de fiets. De stad is groot, eigenlijk té groot om zomaar wat rond te wandelen. Op bijna iedere hoek worden fietsen verhuurd. Maar weet waar je aan begint. Het is heerlijk om door de mooie straten van Charlottenburg of Prenzlauer Berg te peddelen, langs de oever van de Spree of over de startbanen van de voormalige luchthaven Tempelhof. Maar een fietsstad is Berlijn (nog) niet. De fietspaden zijn smal en houden soms plotseling op: ga maar door op de drukke rijweg. Daar toont het auto- en vrachtautoverkeer voor fietsers weinig respect. Dromen of bellen op de fiets is hier riskante boel.

Knusse achterafzaaltjes

Eén van de charmes in deze grote stad is de rijkdom aan kleine buurten, wereldjes op zich. Veel Berlijners doen zo veel mogelijk binnen hun eigen, vertrouwde wijk, hun Kiez: inkopen bij de lokale middenstand, tafeltennissen in het parkje, en van film, theater of muziek genieten in knusse achterafzaaltjes waar Berlijn er zo veel van heeft.

Het culturele aanbod in dat soort zaaltjes is vaak eigenzinnig, van hoge kwaliteit en zeer betaalbaar. Neem Kino Krokodil (in Prenzlauer Berg), een bioscoop met enkele tientallen gammele stoelen, gespecialiseerd in Russische en Oost-Europese films. Of Theater im Delphi (in Weissensee), in 1929 gebouwd om stomme films te vertonen, nu een zaaltje waar publiek in café-opstelling de ene keer komt voor een kleine opera (waarbij de zangers al zingend tussen de tafeltjes door lopen), de andere keer voor een toneelstuk of een eerbetoon aan Nirvana-zanger en -gitarist Kurt Cobain.

Brezel met sekt

Berlijn is verwend met een indrukwekkend aanbod van theater en muziek. Maar uit eten vóór een concert is lastig. Voorstellingen beginnen vaak vroeg, half acht is geen uitzondering. Voor de Berlijner geen probleem, die eet ’s middags warm en knabbelt in de pauze van een voorstelling aan een Brezel, een forse krakeling met grove zoutkorrels erop, weg te spoelen met een glas Sekt of Schorle (mineraalwater met witte wijn of appelsap).

Dwalen door lege zalen

Eén van de grote raadsels van Berlijn is dat er niet iedere dag lange rijen staan voor de Gemäldegalerie, die schatkamer van Europese schilderkunst met topstukken van Holbein, Dürer, Rembrandt, Vermeer, Rubens, Caravaggio, Velazquez en noem maar op. Het museum ligt verstopt in een winderige uithoek achter de Potsdamer Platz, maar wie het weet te vinden kan er heerlijk door halflege zalen dwalen.

Ook nog niet echt ontdekt is het indrukwekkende panorama van het Griekse Pergamon-altaar, dat de kunstenaar Yadegar Asisi heeft gemaakt voor de periode waarin het echte altaar wegens renovatie gesloten is. Een complete, dertig meter hoge reconstructie van de antieke stad Pergamon in het jaar 129, inclusief geluiden en opkomende en ondergaande zon. Te zien het Pergamon Museum.

Worstenland

Duitsland is een worstenland en Berlijn is – niet voor iedereen navoelbaar – trots op z’n Currywurst: bij tal van stalletjes kun je ‘de beste in de stad’ krijgen. Maar Berlijn is ook een stad met veel veganisten. Je kunt er heerlijk vegan eten, van het charmante Israëlisch-Palestijnse humustentje Kanaan, tot het chique Lucky Leek, waar met grote klasse, inventiviteit en finesse verrassende smaken op tafel worden gebracht (wel reserveren).