Opinie

Anil Ramdas had zeven jaar later meer verdiend dan een korte tv-bespreking

De ombudsman

hatelijke polemieken

Hoe herdenkt de krant zijn helden? Dat kan als volgt. Hij was „een kordate man” die „zo weggelopen (had) kunnen zijn uit een klassieke Amerikaanse journalistenfilm. In hemdsmouwen, das losjes geknoopt, ietwat barse stem, kranten en tijdschriften om zich heen en natuurlijk een robuuste schrijfmachine die later vervangen werd door een beeldscherm.” Feiten, feiten en nog eens feiten wilde hij.

Dat schrijft Haags redacteur Mark Kranenburg vandaag over zijn onlangs overleden oud-collega Jan Sampiemon (1933-2019), die jarenlang in verschillende functies leiding gaf aan de redactie. Zo’n professionele necrologie is een traditie, waar ik eerder eens een overzicht van gaf.

Er was ook aanleiding een andere held van de krant te herdenken, die zich juist onderscheidde in het domein van ideeën en meningen. Afgelopen donderdag was op tv een mooie documentaire te zien van Paul Cohen over Anil Ramdas (1958-2012), die zeven jaar geleden een einde maakte aan zijn leven. Ramdas werkte voor NRC van 1992 tot 2012 als reisjournalist, essayist, columnist en correspondent in India. Een moment transparantie: ik was bevriend met Ramdas, die ik via de krant leerde kennen.

Na de schok van zijn ontijdige dood verschenen tal van stukken over hem, uiteraard ook in NRC. Daarin werd uitgebreid ingegaan op zijn neergang, en op de breuk tussen het opgewekte kosmopolitisme waarmee hij furore had gemaakt en het Nederland van na Fortuyn, in de greep van bitterheid die op hem oversloeg. Ook in NRC hield het op, in 2011 besloot de hoofdredactie zijn column op de Opiniepagina stop te zetten.

Ramdas werd een kop van Jut in hatelijke polemieken voor wie zichzelf genezen achtte van het linkse multiculturalisme. In het leedvermaak over zijn neergang zat de ondertoon van etnische wraak: de parmantige allochtoon zong weer een toontje lager. In de jaren na zijn dood leek de vergetelheid rond zijn werk deprimerend snel toe te slaan.

Daar is inmiddels verandering in gekomen – gelukkig. De Groene Amsterdammer, zijn eerste journalistieke werkgever, stelde in 2017 de Anil Ramdas Essayprijs in, die onlangs voor de tweede keer werd uitgereikt (nog een moment transparantie: ik maakte deel uit van de jury). Er kwam een door Pieter Hilhorst verzorgde bloemlezing uit zijn werk, Ik had me de wereld anders voorgesteld, er is een stichting die verwante schrijvers en kunstenaars wil ondersteunen, er komt een biografie door Karin Amatmoekrim. En er is dus al die mooie documentaire van Cohen. De film gaat Ramdas’ demonen niet uit de weg, maar geeft vooral een treffend beeld van zijn brandende ambitie: deelhebben aan een universele beschaving, die zowel de literaire canon omvatte als een veilig rijtjeshuis. Een cultuurrelativist was Ramdas zeker niet, laat staan een ‘cultuurmarxist’.

Pijnlijk genoeg is van die hernieuwde interesse juist in NRC weinig te merken geweest.

Het instellen van de Essayprijs werd vermeld, maar de bloemlezing van Hilhorst bleef onbesproken. Over de documentaire van Cohen volstond de krant vooraf met een kort signalement van 180 woorden, nog net uitgelicht boven de programmagegevens. De Volkskrant besteedde er twee pagina’s aan, ook de Groene en Vrij Nederland kwamen met uitgebreide stukken. In de rubriek Zap redde Toef Jaeger de eer van de krant, met een lovende bespreking van de documentaire.

Toch blijft het wrang, om een NRC-columnist wiens actualiteit elders druk wordt besproken, in zijn eigen krant beperkt te zien tot een tv-rubriek. Het paginagrote stuk over Surinaamse bananenketchup in de vrijdagkrant maakte dat niet echt goed.

Hand in eigen boezem: Ramdas ontbrak óók in het overzicht dat ik hier een half jaar geleden gaf van NRC-necrologieën. Ik werd erop gewezen door zijn familie – wat nog eens onderstreept hoe belangrijk zijn band met de krant ook voor hen altijd is gebleven.

Er was een bureaucratisch argument voor: in die rubriek beperkte ik me tot redacteuren en Ramdas was niet in vaste dienst. Maar misschien was het ook onbewuste verdringing: ik was immers de auteur van zijn necrologie, de zaterdag na zijn dood.

Natuurlijk is hernieuwde aandacht iets anders dan kritiekloos ophemelen. Over Ramdas’ opiniërende werk werd en wordt uiteenlopend gedacht. Maar zijn thema’s zijn onverminderd actueel, net als de mediakritiek die hij met Stephan Sanders ontwikkelde in het programma Het Blauwe Licht.

Zo was ik deze week van de partij bij een discussie in De Balie over een heel andere denker, de marxist Antonio Gramsci. Gramsci, die brak met het economische determinisme van Marx, vond dat de revolutie moest worden voorbereid in de bovenbouw, door de ‘culturele hegemonie’ van het kapitalisme te breken, een taak voor ‘organische’ intellectuelen.

Met die benadering wordt hij nu alom gezien als voorbode van de culture wars die ook in Nederlandse media woeden: strijd over opvattingen, ideeën en woorden, van Zwarte Piet en witte onschuld tot boreale bronst en een meldpunt voor links onderwijs. Strijd dus om definitiemacht in hete maatschappelijke kwesties.

Wat zou Anil Ramdas daarvan hebben gevonden? Zoals ik zijn werk lees, was hij juist niet van de binaire cultuurstrijd en radicale identiteitspolitiek, links of rechts. Hij hechtte aan de mogelijkheid om je afkomst te ontstijgen, zonder die te moeten verloochenen – kortom aan sociale mobiliteit.

Die inzet van hem zou juist NRC, zijn krant die prat gaat op pluriformiteit en een ontwikkeld geheugen, nu moeten koesteren. Minder Gramsci graag, en weer wat meer Ramdas.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.