Opinie

Wie smart technology koopt, krijgt controle er gratis bij

In plaats van Chinese bedrijven in de ban te doen, kunnen we beter kijken hoe westerse techreuzen onze vrijheid al langer inperken, schrijft Marc Schuilenburg in de Veiligheidscolumn.

Beeldscherm toont slimme camerabeelden van bezoekers op het Stratumseind, Eindhoven.
Beeldscherm toont slimme camerabeelden van bezoekers op het Stratumseind, Eindhoven. Foto Bram Petraeus

We worden steeds meer in de gaten gehouden door techniek van Chinese makelij. Of het nu gaat om intelligente bewakingscamera’s of om wifi-trackers, in een rap tempo ontwikkelt China snufjes op het gebied van surveillance en controle om die vervolgens door te verkopen aan andere landen. Al achttien landen, waaronder Ecuador, Kenia en Duitsland, hebben surveillancesystemen van China gekocht om een halt toe te roepen aan criminaliteit. Zo gebruikt Ecuador het systeem ECU-911, een netwerk van intelligente camera’s waarmee gezichten kunnen worden herkend en telefoons worden afgeluisterd. ECU-911 is deels ontworpen door de Chinese telecomgigant Huawei, een afkorting van Zhong Hua You Wei dat ‘Veelbelovend China’ betekent. The New York Times kopte in dit verband ‘Made in China, Exported to the World: The Surveillance State’.

Minder naïef

Met de komst van Chinese hightechsurveillance groeit ook het wantrouwen. De grootste bedreiging van onze privacy zou uit China komen. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Nieuw-Zeeland en Japan hebben Huawei in de ban gedaan of andere maatregelen getroffen om het Chinese bedrijf te weren op het 5G-netwerk. Ook Nederland wil Huawei op afstand houden bij de aanleg van het nieuwe netwerk voor een supersnel mobiel internet. Het vermoeden is dat via dit bedrijf de Chinese overheid toegang krijgt tot vertrouwelijke informatie en het gedrag van Nederlandse burgers kan bespioneren. Hoogste tijd om minder naïef te zijn over de digitale tentakels van China, zo stelt premier Mark Rutte. Ook de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst waarschuwt in zijn jaarverslag voor de dreiging van China met betrekking tot onze veiligheid.

Hypocriet

De angst voor spionageactiviteiten van Chinese bedrijven is te begrijpen. Zo zouden Chinese ex-medewerkers bedrijfsgeheimen van de Nederlandse chipmachinefabrikant ASML hebben gestolen. Toch is die angst ook hypocriet. Al geruime tijd verzamelen ook westerse bedrijven als Philips, Microsoft en Cisco zo veel mogelijk gegevens van het leven van Nederlandse burgers, om daar vervolgens invloed op uit te oefenen via allerlei hightechinstrumenten. Dit is alleen verpakt in een ander jasje: het wordt ‘smart’ genoemd.

Alles moet tegenwoordig slim zijn: van de telefoon en het horloge tot de koelkast en de huiskamer. Ook grote steden ontsnappen er niet aan, nu iedere zichzelf respecterende stad in een rap tempo verandert van ‘dom’ naar ‘slim’. Inmiddels staan ruim 240 Europese steden met meer dan 100.000 inwoners te boek als smart cities. In Nederland hebben onder meer Eindhoven, Rotterdam, Amsterdam en Utrecht een ‘smart-city-agenda’. De belofte hiervan is dat slimme technologie grootstedelijke problemen oplost en de stad veiliger, groener en democratischer maakt. Maar het verlangen naar slimheid betekent ook een grotere controle van de burger, compleet met dubieuze veiligheidsinstrumenten als kalmerende geuren en lichtbeïnvloeding om de publieke ruimte veiliger te maken.

Geur

Op het Stratumseind, een lange stapstraat in Eindhoven met in het weekend ruim 10.000 jongeren, wordt geëxperimenteerd met de verspreiding van de geur van sinaasappels om de agressie te verminderen. Ook wordt de kleur en lichtintensiteit voortdurend aangepast om het veiligheidsgevoel te vergroten. Het gebruik van zintuigbeïnvloeding is niet nieuw. Denk aan de klassieke muziek die je hoort tijdens spitsuren op een metrostation. Wel nieuw is dat techbedrijven als Philips hiervoor grote hoeveelheden data verzamelen om op ieder moment de sfeer in de openbare ruimte aan te passen. Met sensoren, camera’s en andere meetinstrumenten worden in Eindhoven gegevens over het uitgaanspubliek verzameld, waaronder berichten op Twitter en Facebook, het geluidsniveau, bierverbruik, en het aantal personen dat het Stratumseind binnenkomt en verlaat.

Valse vrijheid

De vraag is wiens belangen die psychopolitieke instrumenten dienen. Volgens westerse techbedrijven moet dit alles de veiligheid ten goede komen. Maar waarover ze eigenlijk spreken, is dat sfeerverhoging via geur en aangepaste verlichting ertoe leidt dat de horeca-omzet in het uitgaansgebied toeneemt. Bovendien wordt personen die willen uitgaan en die gesteld zijn op hun privacy geen keuze gelaten: je kunt moeilijk gaan stappen op de bank in je huiskamer. Valse vrijheid dus.

In plaats van alleen te kijken naar Chinese bedrijven als Huawei moeten we kritischer nadenken over de manier waarop we veiligheid in de openbare ruimte uitbesteden aan westerse techbedrijven met uitsluitend een commercieel belang. Het wordt tijd dat we niet ‘smart’ maar ‘wise’ worden.

 

Marc Schuilenburg is filosoof en jurist. Hij doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit te Amsterdam. Zijn nieuwste boek heet ‘Hysterie. Een cultuurdiagnose’ (2019). Ook schreef hij ‘Orde in veiligheid’ (2012), waarvoor hij de driejaarlijkse Willem Nagelprijs ontving. Zie ook www.marcschuilenburg.nl.

 
 
 

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.