Wester Paviljoen Foodbar moet meer karakter tonen

Uit eten Rotterdam Frank van Dijl recenseert elke twee weken een restaurant in Rotterdam.

Foto Rob Van Dullemen

‘Zó kwamen we binnen”, wijst mijn vrouw naar de ingang. Niet om me eraan te herinneren hoe we zojuist zijn binnengekomen, want er mankeert niets aan mijn kortetermijngeheugen, ze doelt op veel langer geleden. Deze ingang verschafte ons meer dan tien jaar toegang tot ons dagelijks werk. Vijftien jaar geleden verlieten we het pand voor het laatst,met nóg 25 collega’s, allemaal met een ontslagbrief op zak, allemaal door diezelfde ingang die voorgoed een uitgang was geworden.

Dat we nu aan een verhoogde tafel zitten in wat vroeger de entree was van Radio Rijnmond is dus op zijn minst goed voor gemengde gevoelens. De entreepartij zelf is helemaal nieuw, maar aan weerszijden van de deurmat menen we vloertegels van vroeger te herkennen.

Voor het overige is het moeilijk ons voor te stellen hoe het was. Waar je toen doorliep naar de redactie en de studio’s, staat nu een betegelde wand. De ontstane bijna vierkante ruimte is twee maanden geleden in gebruik genomen als Wester Paviljoen Foodbar.

Wat het Wester Paviljoen is, weet iedere Rotterdammer: een drukbeklante zaak vanaf het moment dat die in 1993 zijn deuren opende. Het concept – een grand café waar je van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat terecht kunt – was toen nog betrekkelijk nieuw in de stad. Je leest er de krant, je spreekt er af met vrienden, je bent er op mooie zomerse avonden niet weg te branden van het terras waar je tout Rotterdam ziet passeren.

Over het eten van het Wester Paviljoen hoor je nooit iemand. Wie zich er wel eens aan heeft gewaagd, weet dat de keuken geen enkele pretentie heeft. Het getuigt dus wel degelijk van pretentie, of laten we zeggen: ambitie, om pal naast het overbekende café een nieuw, juist op eten gericht concept neer te zetten.

De foodbar is trendy. Het idee is: in een gezellige sfeer goede wijn drinken bij prettige gerechten die je met elkaar deelt. In het geval van Gastrobar Ster pakt dat erg goed uit (NRC, 20 april 2019), hoe zou dat bij de Wester Paviljoen Foodbar zijn?

We worden allerhartelijkst verwelkomd op de avond na koningsdag. Reserveren was achteraf niet noodzakelijk geweest, er zijn maar een paar tafels bezet. In de zijwand naast de open keuken is een doorgang naar het Wester Paviljoen die is gesloten als de foodbar dicht is (maandag en dinsdag). Nu klinkt beschaafd caférumoer door de opening en kindertjes komen telkens nieuwsgierig kijken, maar hoe dan ook: hier heerst rust.

De kaart biedt een aardige keuze, maar we houden het klein: kreeftenbisque, eendenloempia’s, tempuragamba’s, mosselen à la crème en langzaam gegaard ibericobuikspek. Rundertartaar, blackangusentrecote, bietenfalafel en tonijnsashimi (met hazelnoot – zei ik het niet: helemaal in) laten we aan ons voorbijgaan.

Bij soep heb je meteen het vraagstuk hoe je die ‘sharet’ – mijn vrouw geeft me haar lepel. Ze heeft gelijk, een mooie bisque waarin je geroosterde kreeftenschaal proeft. In plaats van croutons worden er repen getoast brood besmeerd met rouille bij geserveerd.

Het tempurabeslag van de gamba’s is wat aan de stevige kant, maar het geheel is goed en voorzien van lekkere mayonaise. Minder enthousiast zijn we over de loempiaatjes met eend. Ze zijn overdwars doorgesneden (waarom?) en missen pit. Het is een flauwe hap, de bami die erbij komt is domweg saai. De mosselen neigen een beetje naar het droge, maar de roomsaus is goed.

Ik schrik van het gemarineerde buikspek: vier fors uitgevallen plakken krijg ik op venkel en linzen. De smaak in orde, maar het is veel te veel. Dat zich in de beperking de meester toont, is hier onbekend. Sowieso is het eten aan de karakterloze kant. De Wester Paviljoen Foodbar moet zich veel meer onderscheiden van het grand café om van een waardevolle toevoeging te kunnen spreken.

Frank van Dijl is culinair recensent en journalist.