Recensie

Recensie

Ware schoonheid komt van binnen

Autotest

zocht de goedkoopste en zuinigste auto van het land: de Celerio. Hoekig, spartaans, en rijdt 1 op 28.
De Suzuki Celerio bij Luyckx in Amsterdam.
De Suzuki Celerio bij Luyckx in Amsterdam. Foto Merlijn Doomernik

En dat noemt zich Comfort. Niks comfort. Geen premium-stereo. Geen cruisecontrol. Geen stoelverwarming. Geen multimediascherm. Geen turbo. Geen panoramadak. Geen elektrische spiegels, en wat is dát lang geleden. Ze zijn van binnenuit mechanisch verstelbaar met de plastic joystickjes die je rond 2000 voor het laatst in nieuwe auto’s aantrof.

De Suzuki Celerio, zo heet hij, is zo smal dat de bestuurder makkelijk het stickje voor de rechterspiegel kan bereiken, enig. Voor- en achterin zit je daardoor gezellig schouder aan schouder, maar voor die intimiteit wordt men royaal gecompenseerd door de verbijsterende portie hoofd- en beenruimte waar zijn broeders in het A-segment van mini-auto’s niet aan kunnen tippen. Toch moet ik veel bitter onbegrip over zijn uiterlijk verdragen. Had Trabant nog bestaan, dan zou hun kaskraker er nu zo uitzien. De ontwerper moet met lijfstraffen zijn bedreigd voor elke sierlijn die erotische vervoering op zou kunnen wekken. Hij is het laatste stukje DDR in autoland, al komt hij uit Japan.

Nu het achterliggende verhaal. Ik zocht de goedkoopste en liefst zuinigste auto van het land. Volgens de ANWB, die nooit liegt, was dat, met minimale voorsprong op de Franse en de Koreaanse dwergen in zijn klasse, de Celerio Economy. Voor 10.244 euro kreeg je als slagroom op de taart een verbruik van bijna 1 op 28. Geen concurrent beloont zo radicaal de laagste kosten met de hoogste baten. Daarom wilde ik koste wat kost de Celerio testen.

Dat kon, hij kwam, en nu heb ik iets uit te leggen. Een sinds 2015 leverbaar model heeft in een rubriek voor nieuwe auto’s niets te zoeken. Het excuus is mijn premiumtrauma. Vrijwel elke auto die ik voor NRC bestuur, betreedt de markt als carrièrist die zich ver boven zijn stand verheft om hogerop te komen. Ik heb zielloze middenklassers met geventileerde voorstoelen en veelkleurige sfeerverlichting zien passeren, baarlijke nonsens. Het consumentenbondmotief voorbij zocht ik de laatste kleine auto die normaal doet. De auto-industrie bevredigt alle denkbare behoeften, behalve die aan nobele onthouding. ‘Comfort’ is bij de Celerio op een verantwoord minimum het sobermansgeluk dat vroeger heel gewoon was. Achterruitverwarming en een radio-cd-speler zijn standaard, meer wordt al bijna pijnlijk. De Suzuki-medewerker die me de auto overhandigt, verontschuldigt zich hartbrekend voor de airco en de elektrische ramen. Met die nodeloze luxe zijn wij van Suzuki niet getrouwd, maar de aircoloze Economy die ik verlangde is helaas verslagen door de zucht naar meer. Ook Celerianen kregen gaandeweg een tikje van de welvaartsmolen mee. We vinden elkaar in de gedeelde weemoed over de nederlaag van de bescheidenheid op de begeerte.

Het wemelt ervan

Kies maar: kopen voor 12.000 euro, of via de importeur privé leasen voor net geen 200 euro per maand. Je zou denken dat hij exclusiever is dan Porsches of Ferrari’s. Wie is in het hedonistentijdperk nog bereid onder het gluren van de buren de esthetica zo te verkwanselen aan een paar stuivers voordeel? Ik zocht het samen met mijn Twitter-peloton en Facebook-vrienden uit. Met de smartphonecamera’s in de aanslag brachten wij de Nederlandse Celerio-populatie in kaart. De uitkomst van ons veldwerk was verbluffend. Het wémelt hier van de Celerio’s, bestuurd door mensen die je niet op televisie ziet omdat ze nooit bij Kassa of bij Radar hoeven aan te schuiven voor kleinburgerlijk gemok over gecrashte navigatiesoftware of een losgeschoten turboslang. Niet van toepassing immers! Wie heeft ooit een Suzuki Celerio met panne langs de weg zien staan? Dat hebt u niet, en het zal niet gebeuren. Celerio’s rijden. Van bejaardencentrum Zonnewende naar de Lidl, van oma naar kleinkind, van hier naar de eeuwigheid. Zonder stijlschroom duldden hun chauffeurs de onverwachte aandacht van mijn op heterdaad kiekende onderzoeksbrigade. De Celerio-gemeenschap weet: ware schoonheid komt van binnen. Een bestuurster die me bij haar autootje betrapte vroeg me met haar liefste glimlach: „Vind je hem zo mooi dan?” Mevrouw, u moest eens weten!

Niets dan goeds over de Celerio. Hij haalt inderdaad 1 op 28 en 68 pk blijkt meer dan voldoende voor een autootje van nog geen 800 kilo. Ook op de snelweg valt uitstekend met Celerio’s te leven, en in de stad schenkt een breedte van 1.60 meter het parkeer- en manoeuvreergenot dat geen geventileerde stoel kan overtreffen. Kortom, make the Celerio great again. India ging ons voor; daar verkoopt Suzuki er ruim 100.000 per jaar. Deemoed bestaat nog.