Laat de keizer zijn deels symbolische macht gebruiken voor de vrede

Troonsopvolging Japan

Commentaar

Het aftreden, dinsdag, van de Japanse keizer Akihito kan gezien worden als een breuk met een twee eeuwen oude traditie die dicteerde dat de keizer regeert tot zijn dood. Zo maakte de inmiddels emeritus keizer wel aan meer tradities een eind. Hij huwde bijvoorbeeld met Michiko, die niet van koninklijken bloede is. En zij beiden voedden hun kinderen zelf op, wat ook inging tegen de gebruiken. De keizer is wat meer mens geworden en dat is voor zowel de bekleder van dat ambt als voor diens onderdanen vooruitgang.

De abdicatie van Akihito ten gunste van diens zoon Naruhito, woensdag, heeft overigens niet alleen een symbolische betekenis. Er is in Japan een nieuwe era aangebroken. Heisei, ‘Vrede overal’, is opgevolgd door Reiwa, ‘Mooie harmonie’. Achter die vage aanduidingen, schuilt wel degelijk politiek. Dat blijkt ook uit de woorden van de Japanse premier Abe, die gezegd heeft dat de troonsopvolging een keerpunt is in de geschiedenis. Daarmee politiseert hij en passant het keizerschap, dat immers juist een uitdrukking is van continuïteit en stabiliteit. Zeker in Japan met zijn meer dan twintig eeuwen overspannende dynastie.

Dat politiseren blijkt verder uit de keuze van de naam van de nieuwe era. Daarvoor nam de Japanse regering niet zoals tot nu gebruikelijk een Chinees karakter, maar voor het eerst putte zij uit de eigen nationale dichtkunst. Abe bevestigde die nationalistische focus vorige maand op een persconferentie.

Na de Japanse capitulatie, die op 15 augustus 1945 een eind maakte aan de Tweede Wereldoorlog, herschreven de VS de Japanse grondwet: de keizer, op dat moment Akihito’s vader Hirohito, mocht zich niet meer met politiek bemoeien maar was zuiver een symbool van de Japanse eenheid. Akihito heeft in de 31 jaren die zijn regeerperiode duurde meer willen zijn dan louter een symbool. Hij is in een periode, gemarkeerd door economische achteruitgang en grote rampen, aan het werk geweest om, vaak in weerwil van conservatieve en nationalistische groepen, het idee van het nieuwe, pacifistische Japan uit te dragen. Ook al had hij kennelijk nooit de ruimte om excuses te maken, het valt te prijzen dat hij „berouw” heeft uitgesproken voor de vele mensenrechtenschendingen die in naam van het Japanse keizerrijk onder zijn vader door het keizerlijke leger zijn gepleegd.

Bij zijn aantreden sprak ook de nieuwe keizer zich uit voor wereldvrede. Nu zijn era door het assertieve China en het ongedurige Noord-Korea, geopolitiek wel eens uitdagender kan worden dan de era van zijn vader, is dat een goed signaal.