‘Ik was nooit bewust een carrièrevrouw’

100 jaar vrouwenkiesrecht Jozien Holm moest beloven tijdens haar opleiding tot gynaecoloog niet zwanger te raken. Toen vond ze dat normaal. „Met de blik van nu is het barbaars.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Jozien Holm (73) legt een stapel krantenartikelen op de eikenhouten tafel. „Dit is toch vréselijk?” Haar man heeft de papieren een avond eerder opgediept uit het huisarchief. „Dat is niet nodig, zei ik nog.” De verhalen gaan over haar aanstelling als eerste vrouwelijke hoogleraar gynaecologie, als eerste voorzitter van de de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie 1995 en over de ruggenprik bij bevallingen, die Holm in Nederland introduceerde. De aandacht voor haar verworvenheden hebben Holm altijd een ongemakkelijk gevoel gegeven. „In mijn loopbaan was alles toeval. Ik ben nooit bewust een carrièrevrouw geweest.”

„Kijk”, zegt Holm even later, „dit ben ik”. Op de grond staat een borstbeeld dat een beeldhouwer van haar maakte. Ze tikt er zachtjes met haar voet tegenaan. „Straks ben ik dood, wat moet er dan mee gebeuren.” Buiten, achter de schuifdeuren, zoeft een automatische grasmaaier over het gazon van haar bungalow in Glimmen, vlakbij Groningen.

Holm ging geneeskunde studeren, zoals meer familieleden. Haar vader was huisarts, haar moeder apotheker. „Mijn grootvader was gynaecoloog. Vrouwenarts, noemden ze dat toen. Ik durfde er als jong meisje niets over te vragen.”

Zelf overwoog ze een toekomst in de oogheelkunde. Maar op Curaçao, waar ze haar co-schappen liep, werd ze ingezet op de afdeling verloskunde. „Ik vond altijd alles leuk. De verloskunde is meestal een vrolijk vak. Je maakt deel uit van een life event.” Vanwege haar ervaring op Curaçao werd haar terug in Groningen een opleidingsplek op de afdeling verloskunde en gynaecologie van het academisch ziekenhuis aangeboden. „Al mijn collega’s waren mannen. Dat vond niemand vreemd. Je hoeft zelf geen kinderen te kunnen baren om ze op de wereld te kunnen zetten.”

Seksisme heeft ze tijdens haar carrière niet ervaren. „Ik heb nooit iemand horen zeggen: ‘Vrouwen zijn er alleen maar om kinderen te baren’.”

Moederschap versus arbeid

Toen Holm in 1996 hoogleraar werd aan de Rijksuniversiteit Groningen, haalde ze in haar oratie de Utrechtse hoogleraar Kouwer aan, die een eeuw eerder wel precies dat zei. „Hij verweet de vrouwenbeweging dat zij vrouwen afhield van het moederschap door hen aan te zetten tot het verrichten van beroepsarbeid”, zei Holm in haar toespraak. „Als hij nu hier in de aula aanwezig zou zijn geweest (…) zou hij maar één gedachte hebben: ‘Zij is het levende bewijs van mijn gelijk.”

In 1972 moest Holm haar opleider in het ziekenhuis beloven dat ze tijdens de opleiding niet zwanger zou worden. „Dat vond ik toen volstrekt normaal, maar met de blik van nu is het natuurlijk barbaars.”

Dat Jozien Holm geen eigen gezin heeft, was een bewuste keuze. „Je kunt niet alles hebben in het leven. Ik vind dat je de consequenties van een keuze goed moet overzien.”

In de jaren negentig zei ze zoiets in een interview, de journalist heeft het toen wat gechargeerd opgeschreven, zegt ze nu. Daardoor leek het alsof Holm vond dat kinderen en een carrière nooit samengaan. „De assistenten in opleiding hebben mij dat erg kwalijk genomen.”

Het was niet als aanval bedoeld, al denkt Holm wel dat in het in de tijd waarin zij begon moeilijk was om gezin en carrière te combineren – er waren geen crèches en amper zorgende mannen.

Holm was in de eerste jaren van haar opleiding regelmatig van vrijdagochtend tot maandagavond in het ziekenhuis – naast haar reguliere doordeweekse diensten. „Soms sliep ik tijdens zo’n weekenddienst even tussendoor. Iedereen deed dat. Dat accepteerde je.” Op een van die maandagen reed Holm weg in haar Renault 4, pardoes tegen een eetkar, zo een die ze gebruiken om maaltijden uit te delen in het ziekenhuis. „Ik was zo moe, die had ik helemaal niet gezien.”

In de jaren negentig werden er nieuwe regels ingevoerd, toen mocht dat lange werken niet meer.

Parttime specialisten

Ook op andere vlakken is het werkveld waarin Holm in de jaren zeventig haar entree maakte, sterk veranderd. Holm was van 1983 tot 1996 als gynaecoloog in Den Haag werkzaam op veel verschillende terreinen: ze begeleidde geboortes, maar behandelde ook patiënten met kanker. Nu richten gynaecologen zich meestal uitsluitend op één specialisme. Werkten er destijds bijna alleen mannen, , nu is het merendeel vrouw. En veel meer specialisten werken parttime. Vooral de vrouwen, maar ook steeds vaker mannen.

Holm lacht. „Soms denk ik: als ik oogarts was geworden, dan waren werk en privé waarschijnlijk beter in balans geweest. Dat vrouwen op elk tijdstip, dus ook midden in de nacht, kunnen bevallen, daar had ik toen helemaal niet over nagedacht.”