Willem II-verdediger Jordens Peters in duel met Ajax-speler Dusan Tadic (rechts).

Foto VI Images

Jordens Peters: ‘Ik heb nooit voor het geld gekozen’

Interview Jordens Peters, aanvoerder Willem II Jordens Peters is ‘Master of Science’ en captain van Willem II, dat zondag de bekerfinale speelt tegen Ajax. Kan het onmogelijke?

Jordens Peters zit op de eerste verdieping van het Koning Willem II Stadion, voor zijn zesde interview in vier dagen. „Ik ben iemand die graag praat. Dat er dan iemand luistert, is fijn”, zegt hij. „De sfeer is heel positief rond de club, daar moet je ook gebruik van maken.” Dus organiseerde Willem II deze week drie mediadagen voor de bekerfinale van zondag tegen Ajax.

Het wordt een volksfeest voor club en regio. 18.400 Willem II-supporters reizen naar de Kuip, 225 bussen worden ingezet. Peters, centrale verdediger en boegbeeld van dit Willem II, heeft dertig kaarten voor vrienden en familie kunnen regelen. „Ik durf te zeggen: het wordt mijn grootste wedstrijd. Ik ben gewoon een modale, normale eredivisiespeler, dan krijg je dit soort kansen niet zo vaak.”

Peters – deze vrijdag wordt hij 32 – is het prototype aanvoerder: welbespraakt, intelligent, diplomatiek, loyaal, populair bij de achterban. Hij staat met Willem II voor een ongekend complexe opgave: winnen van Ajax. In Tilburg hoopt men dat de tegenstander met zijn hoofd al bij de return van de halve finale van de Champions League zit, komende woensdag tegen Tottenham Hotspur.

Peters: „Wij moeten hopen dat Ajax een paar procentjes minder is. De spelers van Ajax zijn ook mensen, zij staan op de drempel van een Champions League-finale, het allerhoogste in het clubvoetbal. Dat speelt ongetwijfeld een rol.”

„We gaan proberen om er voor hen een heel lastige, vervelende wedstrijd van te maken, en dat ze misschien toch een beetje op twee gedachten gaan hinken. Op dat moment moeten wij toeslaan. Als we onze top halen, kunnen we het Ajax oprecht moeilijk maken.”

Lees ook: Bij Willem II lijkt alles ineens mee te zitten

Het is de dag na de 1-0-zege van Ajax bij de Spurs. Willem II heeft net een felle training gehad. Agressief spelen is de manier om Ajax te verslaan, zegt Peters. „Wij zijn niet van het niveau Tottenham, Juventus en Real. Ik kijk meer naar de wedstrijden van FC Groningen en Heracles Almelo, die hebben laten zien dat je het Ajax moeilijk kan maken.”

Willem II kan zich ook spiegelen aan PEC Zwolle, dat in de bekerfinale van vijf jaar terug met 5-1 won van Ajax. Rechtsback en aanvoerder Bram van Polen maakte een van de goals. Wordt Jordens Peters de Bram van Polen van 2019? PEC had die dag een „onoverwinnelijk gevoel”, zegt Van Polen desgevraagd. Vooraf werd in de kleedkamer de overdonderende speech van Al Pacino uit de sportfilm Any Given Sunday getoond.

„Het onmogelijke kan”, zegt Van Polen. Hij vertelt dat hij enkele weken terug overwoog om Peters een berichtje te sturen om de finale van 2014 terug te kijken, ter inspiratie. Peters: „Het scenario van Zwolle is waar je op hoopt. Maar dit Ajax is beter dan het Ajax van toen. Aan de andere kant: een finale is maar één wedstrijd, je gaat toch voor dat kleine kansje.”

Peters woont en voetbalt zijn hele leven in Noord-Brabant, eerst bij FC Den Bosch en sinds 2012 in Tilburg. Hij woont in Maaskantje, het dorp onder Den Bosch dat bekendheid kreeg door de tv-serie New Kids.

Als een van weinige spelers in de eredivisie studeert Peters naast het voetbal. Via spelersvakbond VVCS doet hij momenteel de master sports management & legal skills. Eerder rondde hij de bachelor organisatiewetenschappen af aan Tilburg University, gevolgd door de master management aan de Open Universiteit, die hij in deeltijd deed.

Infographic NRC

Je bent nu Master of Science.

Hij lacht: „Zo moet je mij eigenlijk ook aanspreken.”

Waarom studeer je naast je profcarrière?

„Ik ben geen voetballer die zich financieel onafhankelijk gaat spelen. En ik ben helemaal niet bang om straks iets anders te gaan doen. Ik heb een brede interesse en ik heb voor mijn gevoel ook andere kwaliteiten – die zou ik graag willen benutten.”

Hoe zwaar weegt geld voor jou?

„Ik kies meer voor waardering. Ik vind het belangrijker dat ik mij fijn voel in een organisatie, dat ik belangrijk ben, dat mensen graag met mij willen werken. Dat vind ik zwaarder wegen dan dat je een keer een kans [op een transfer] krijgt en meer geld kan verdienen. Natuurlijk, als je in Dubai even snel je toekomst veilig kan stellen, dan zegt iedereen daar ‘ja’ op. Ik heb tot nu toe in mijn carrière niet de keuze voor geld gemaakt.”

Je bent geen „broodvoetballer”, zei je bij FC Afkicken. Wat ben je wel?

„Ik ben meer liefhebber. Ik heb veel broodvoetballers meegemaakt, dat is ook helemaal niet slecht. Alleen merkte ik wel dat zij er anders in staan. Die spelers zeiden: ik laat mijn contract aflopen en ik zie wel waar ik ga spelen, en gingen dan in gesprek met de club die het beste aanbod deed. Ik denk meer aan dingen als: wat is mijn perspectief, kan ik aanvoerder zijn, zien ze mij als basisspeler? Vind ik veel belangrijker.”

Wat als je een aanbod krijgt uit China of Qatar, waardoor je financieel onafhankelijk wordt?

„Ik heb niet de illusie dat zo’n aanbod gaat komen. Maar dat zou een moeilijke keuze zijn. Er is nu een kleine op komst, dus er moeten wel goede faciliteiten zijn. Ik ben ook niet roomser dan de paus: als je heel veel geld kan verdienen, waarom zou je het niet doen?”

Wat wil je na je profcarrière doen met je studies?

„De sport is uiteindelijk mijn wereld. Ik zou in een [sport]organisatie willen werken: lange termijn, strategisch denken. Het zou mooi zijn als ik in een traject kom, dat de club zegt: loop eens met de commerciële afdeling mee, met de facilitair manager, kijk eens bij de vergadering van de raad van commissarissen, hoe werkt alles. En dan kijken: wat zijn jouw kwaliteiten, op welke plek zou jij het beste passen. Die zoektocht.”

Zeven jaar Willem II nu, na zeven jaar FC Den Bosch. Je behoort tot een uitstervend ras: de clubtrouwe voetballer.

„Klopt. In de voetballerij gaat het snel: hoe meer transfers je maakt, hoe meer geld ze over het algemeen verdienen, niet alleen de voetballers, maar zeker ook de zaakwaarnemers en de clubs. Wat dat betreft ben ik van de oude stempel. Ik heb het hier ook altijd goed naar mijn zin gehad. Ik woon nog in de omgeving. Ik koester wat ik heb.”

Lees ook de reportage over Alexander Isak: De Zweedse ‘giraf’ is een klasse apart bij Willem II