Recensie

Recensie Muziek

Het zit wel goed met de muzikale telepathie tussen broer en zus Van Poucke

    • Joep Stapel

Broer en zus Van Poucke spelen in het Concertgebouw alle muziek voor piano en cello van Beethoven. Soms klinken ze al als een illuster duo.

Ella van Poucke
Ella van Poucke Foto Wouter le Duc

Beethoven was 26 toen hij zijn eerste twee sonates voor piano en cello, opus 5, publiceerde. Dat is ongeveer ook de leeftijd van de getalenteerde broer en zus Nicolas en Ella van Poucke, die verdeeld over twee concerten in de Kleine Zaal van het Concertgebouw ál Beethovens muziek voor piano en cello ten gehore brengen: vijf sonates en drie variatiecycli. Het eerste concert was woensdagavond, over een week (8 mei) volgt het tweede.

Beethovens eerste Sonate in F is in allerlei opzichten een doorbraakwerk, waarin cello en piano als gelijkwaardige instrumenten worden behandeld. De ingenieuze manier waarop Beethoven de lijnen ineenvlecht en ideeën ontwikkelt vergt een grote mate van muzikale telepathie, en daarmee zit het bij de Van Pouckes wel snor. In hun interpretaties klonk jarenlange omgang met het repertoire door.

Toch leek het spel in het openingsdeel niet vrij van spanning. Ella’s toon was in het hoog soms erg nasaal, Nicolas verslikte zich in een parelende notencascade. Maar het afsluitende Rondo lieten ze met overtuiging dansen. Erg mooi was hoe verfijnd Ella in de ‘oude’ begeleidingsrol van de cello gleed, met prachtige gevormde pizzicato-frasen.

De beste muziek, én hun beste spel, hadden de twee bewaard voor na de pauze. In de Sonate in C, opus 102 nr. 1 musiceerden ze met bravoure en power, maar ook delicaat en steeds uitstekend in balans. Het hoogtepunt was evenwel de Sonate in A, opus 69, mogelijk Beethovens beste, en sowieso een kamermuzikaal meesterwerk.

Meteen vanaf de beheerste en gestileerde introductie van het hoofdthema klopte het allemaal als een bus: perfect afgestemde frasering, de hoekige flair waarmee ze de dwarse syncopen van het Scherzo aanzetten, het schitterend ingetogen cantabile van het Adagio.

Het liep uit op een wervelend slotdeel, zowel dansant en lichtvoetig als bezonken. Op deze manier zouden de Van Pouckes weleens kunnen uitgroeien tot een illuster duo.