Betogers op een pro-EU-demonstratie, eind mei, in de Belgische hoofdstad Brussel. Steeds minder Nederlanders zijn van mening dat Nederland de Europese Unie moet verlaten.

Foto Romy Arroyo Fernandez/NurPhoto/Getty Images

‘Europese burgers hebben nu juist meer macht’

Christina Eckes Ga vooral stemmen, het Europees Parlement heeft meer invloed dan ooit, is het advies van hoogleraar Europees recht Christina Eckes. „De lidstaten zullen machtig blijven in de EU, maar het kan niet zo zijn dat zij alles domineren.”

Gaan jullie stemmen voor de Europese verkiezingen op 23 mei? Christina Eckes, hoogleraar Europees recht aan de Universiteit van Amsterdam, vraagt het met enige regelmaat aan haar studenten. Vaak antwoorden ze: ‘Ik heb in mijn eigen land toch al een stem?’ of ‘Nee, want één stem in heel Europa maakt toch niets uit’.

Dan legt Eckes uit dat het Europees Parlement steeds machtiger wordt, bijvoorbeeld op het gebied van databescherming en de handelsverdragen die de Europese Unie afsluit met derde landen. En dat het daarom belangrijk is dat je goede Europarlementariërs kiest. Vaak kijken de studenten haar dan verbaasd aan. Europarlementariërs? Machtig?

Bij een kop koffie in Amsterdam stelt Eckes, een Duitse die al tien jaar in Nederland woont en vloeiend Nederlands spreekt, vast: „Iedereen weet dat je vanwege de Europese integratie als burger nationaal minder invloed hebt dan vroeger. Maar weinigen beseffen dat je er als Europees burger de laatste jaren macht hebt bíjgekregen. Zo kun je ook denken: als Europees burger.”

Eckes is zo gefascineerd door dit soort dilemma’s, dat ze er afgelopen november haar oratie over hield.

In welk opzicht is het Europees Parlement machtiger geworden?

„Je kunt het mooi zien op het gebied van de externe relaties van de EU. Dat is vooral het terrein dat ik heb onderzocht. De invloed van Europarlementariërs op zaken als databescherming en intellectueel eigendom is veel groter dan vroeger. Ze hebben ook meer te zeggen over handelsverdragen met derde landen. De burger heeft daardoor, via hen, méér invloed op de Europese besluitvorming. Neem het TTIP-verdrag met de VS of CETA, het verdrag met Canada waar vorig jaar zoveel over te doen was. Ook bij de regulering van internetgiganten als Google en Facebook zijn Europarlementariërs nu meer betrokken dan nationale parlementariërs. Op nationaal niveau kun je dit nauwelijks meer aanpakken. Dus gebeurt het steeds meer in Brussel. Europese onderhandelaars houden Europarlementariërs op de hoogte van hun onderhandelingen, niet nationale parlementariërs. Als je dit soort onderwerpen als burger belangrijk vindt en je wilt er invloed op hebben, dan moet je dus meer op het Europese Parlement focussen en minder op het nationale parlement.”

Betekent dit dat burgers meer macht krijgen, en natiestaten minder?

„Ja. Dit is een van de redenen dat een aantal EU-lidstaten, die zélf hebben besloten Europa en Europarlementariërs meer macht te geven over het Europese buitenlandbeleid, daar achteraf spijt van heeft gekregen. Sinds ze die overdracht van macht en bevoegdheden aan de EU in het Lissabonverdrag hebben vastgelegd, is er een explosie geweest van rechtszaken van lidstaten die zich verzetten tegen het feit dat de EU tegenwoordig bepaalde zaken doet. Hier heb je nog een paradox: lidstaten willen samen optreden om in een geglobaliseerde wereld nog invloed te hebben, maar schrikken achteraf van de gevolgen.”

Waar gingen die rechtszaken over?

„Een van de bekendste ging over wetenschappelijk onderzoek op Antarctica. De vraag was of dit een exclusieve competentie is van de EU, waarbij de EU zonder de lidstaten beslist, of een zogenaamde ‘gedeelde competentie’, waarbij de EU en de lidstaten samen beslissen. De Europese Commissie klaagde de Raad aan, die samen met de lidstaten een gemeenschappelijke positie had ingenomen. Negen lidstaten steunden de Raad, tégen de Commissie die wilde doorzetten wat de lidstaten zelf in het Lissabonverdrag hadden vastgelegd, namelijk dat de EU hier alleen aan het roer is. Maar een aantal woorden in het verdrag was dubbelzinnig. Lidstaten probeerden dat te gebruiken om de macht weer deels terug te halen. Je zag twee EU-instellingen keihard vechten om de macht. Uiteindelijk oordeelde het Europese Hof in het voordeel van de gedeelde competentie, waarbij de EU en de lidstaten samen aan de knoppen zitten.”

Interessant.

„Ja. Een andere bekende zaak ging over de vertegenwoordiging van Europese belangen in de Organisatie van Wijnstok en Wijn (Organisation of Vine and Wine). Duitsland klaagde de Raad aan, die een gemeenschappelijke EU-positie had ingenomen. Zeven andere lidstaten steunden Duitsland, tégen de Raad die ook in dit geval wilde doen wat regeringen zelf in het Lissabonverdrag hebben gezet. Ook hier bepaalde het Europese Hof dat dit een gedeelde competentie is. Volgens advocaat-generaal Kokott van het Europese Hof voeren lidstaten dit soort gevechten ‘met verbazend veel passie’.”

Lees ook Wat heeft het Europarlement voor u gedaan?

Gaan die gevechten niet over inhoud?

„Ze gaan om de macht, om wie de beslissingen neemt. Iets dergelijks gebeurde de afgelopen tien jaar op handelsgebied. Ook daar waren rechtszaken over. Als de EU een handelsverdrag wil sluiten met derde landen, heeft de Commissie exclusieve competentie. Dat is al decennialang zo. Daarom krijgt de EU vaak goede deals: een markt van 550 miljoen consumenten die met één stem spreekt, is zo groot en machtig dat ze andere landen en handelsblokken veel van haar standaarden kan opleggen. De EU-lidstaten willen dit natuurlijk graag, anders leggen China of de VS ons hún standaarden op. Tegelijkertijd balen ze ervan. Dus wat deden de lidstaten? Steeds vaker vroegen ze de Commissie om in een handelsakkoord met derde landen ook ándere bepalingen op te nemen over onderwerpen waar de lidstaten wél over mogen beslissen, zoals arbitrage voor investeerders. Zo wordt een simpel handelsakkoord, waarover de Commissie grotendeels beslist, een zogenaamd „gemengd akkoord” dat door alle lidstaten moet worden goedgekeurd. En zo probeerden de lidstaten zichzelf indirect medezeggenschap te verschaffen over EU-handelsakkoorden.”

Wie won dit?

„Sinds enige tijd worden dit soort akkoorden in twee delen gesplitst. Laatst sloot de Commissie een handelsakkoord met Singapore, met een apart akkoord erbij over ISDS-arbitrage voor investeerders, dat goedgekeurd moet worden door de lidstaten. Als er problemen zijn met die goedkeuring, brengen die het handelsakkoord niet in gevaar.”

Problemen zoals bij het Oekraïne-referendum?

„Ja. Het associatieakkoord met Oekraïne was gemengd. Ook daar hadden de lidstaten andere onderwerpen in het ‘onderhandelingsmandje’ van de Commissie gelegd, zodat ze een beetje konden meebeslissen. Maar in dit geval was het maar een héél klein beetje. 98 procent hoorde tot de exclusieve competentie van de Commissie, en de lidstaten mochten meebeslissen over de resterende 2 procent. Veel kiezers in Nederland wisten dat niet. Die dachten: we kunnen het hele akkoord afschieten. Veel journalisten beseften het ook niet. Hoe het echt zat, las je als burger vrijwel nergens.”

Hoe loopt de strijd tussen de EU en de lidstaten af?

„Moeilijk te zeggen. Dit is een fundamenteel probleem. Sommigen zeggen: doordrukken en macht afpakken van de lidstaten! Ik vind dat geen goed idee. Nationale politici en de bevolking gaan dat niet pikken. En de EU kan het gewicht van controversiële beslissingen niet in haar eentje dragen. Tegelijkertijd moet je vaststellen dat lidstaten zich soms als verwende kinderen gedragen. Ze weten dat je als groep wereldwijd macht en invloed hebt. Dat je dan betere akkoorden kunt afsluiten dan als land alleen. De Britten gaan dit voelen: als je als groep onderhandelt, namens 550 miljoen mensen, heb je veel meer macht dan als je, zoals zij straks, namens ‘slechts’ 66 miljoen onderhandelt. De EU heeft net een handelsakkoord met Japan gesloten. De Britten zijn daarna naar Japan gegaan en hebben gezegd: na Brexit moeten wij ons eigen handelsakkoord met jullie afsluiten, kunnen we niet gewoon het EU-Japan-akkoord kopiëren? De Japanners zeiden nee. Ze willen opnieuw onderhandelen. Eisen die ze er bij de vier keer zo grote EU niet door kregen, kunnen ze er bij het VK misschien wél door krijgen. Japan heeft 126 miljoen inwoners, bijna tweemaal zoveel als het VK. Soevereiniteit is leuk, maar je moet ook naar machtsverhoudingen kijken.”

Houden de Britten zich alleen staande?

„Dat lijkt me moeilijk. Ze gaan in de toekomst óf alle EU-regels overnemen, óf alle Amerikaanse regels. Daar zal het op uitlopen. Brexit is een les voor ons allemaal.”

Een les in wat precies?

„Realpolitiek. Machtsverhoudingen.”

Hoe moet het verder, als landen wél meer Europa willen maar zo weinig mogelijk macht willen afstaan?

„Je kunt ze in Brussel meer tegenwicht geven, door het Europees Parlement meer macht te geven. Ik ben daar erg voor. Tot nu toe is veel nationaal beleid Europees geworden, maar de politiek is volkomen nationaal gebleven. Dat maakt de greep van lidstaten op Europa zo sterk. Europese verkiezingen gaan altijd over nationale thema’s. Burgers voelen zich weinig betrokken bij de EU, of het Europees Parlement. Als je het Europees Parlement belangrijker maakt en als media daar ook beter verslag van doen, geef je burgers het signaal dat Europese verkiezingen geen tweederangs verkiezingen zijn. Er moet iets op gang komen waardoor burgers denken: hee, daar gebeurt iets, dit gaat mij aan.”

Zoals laatst bij de stemming in Brussel over het autoritaire optreden van premier Viktor Orbán in Hongarije?

„Precies. Als een institutie de macht en verantwoordelijkheid neemt, begrijpen mensen dat. Dan komen ze in actie. Dat gebeurde bij die Hongarije-stemming. De tekst was lang en heel genuanceerd, en niet zo geschikt voor echte mobilisatie. Dat is vaak een probleem met het Europees Parlement. Maar uiteindelijk ging het over mensenrechten en waarden. Daar hebben veel Europeanen iets mee. Het feit dat er werd gestemd, was ook belangrijk. In het Europees Parlement wordt bijgehouden wie waarvoor stemt. Als kiezer kun je Europarlementariërs daarop afrekenen. Maar in de raad, waar de lidstaten vergaderen en beslissingen nemen, kan dat niet. EU-lidstaten stemmen niet vaak. Je weet niet wie er tegenover wie staat. Vergaderingen van ministers en regeringsleiders in Brussel zijn besloten. Als kiezer heb je geen idee of ‘jouw’ premier of minister in Brussel ook doet wat hij zegt.”

Lees ook: ‘Bijna helft Nederlanders sceptisch over EU, maar meerderheid wil geen Nexit’

Moeten Europarlementariërs harder tegen de lidstaten ingaan?

„Nee. Waar het mij om gaat is dat burgers hun weg vinden naar het Europees Parlement en daarmee de Europese politiek. Als veel dingen Europees geregeld moeten worden, moeten burgers daar meer stem in krijgen. Nu beseffen ze amper dat ze invloed hebben. Als het Europees Parlement politieker wordt, gaan veel burgers rechtop zitten. Dan begrijpen ze: ik klaag nu wel dat ik als nationale burger macht kwijtraak door de globalisering, maar ik krijg er als Europees burger macht voor terug en laat ik die eens gaan gebruiken. Zo krijg je eindelijk een Europees debat, een Europese publieke ruimte, en uiteindelijk een betere machtsbalans tussen verschillende instellingen zoals je die op nationaal niveau ook hebt. De lidstaten zullen machtig blijven in de EU, maar het kan niet zo zijn dat zij alles domineren.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.