Zonder vaccinatie kom je er niet meer in

Kinderdagverblijven Kinderopvang Berend Botje wacht niet op de overheid. Ongevaccineerde kinderen mogen niet meer op gemengde groepen.

Het kinderdagverblijf Berend Botje in Edam.
Het kinderdagverblijf Berend Botje in Edam. Foto Rob van Dullemen

Het is op dit uur muisstil rond de vestiging van kinderdagverblijf Berend Botje in Edam. Rond het middaguur slapen de meeste peuters en baby’s. Het gebouw is omgeven door bosjes met geurend fluitenkruid, in de verte wordt gevoetbald. Lennard Steur uit Volendam parkeert zijn auto langs de stoep. Hij is de enige die nu zijn dochtertje komt ophalen, Mylène (bijna 2). Zij is volledig ingeënt. Sinds oktober gaat ze naar dit kinderdagverblijf. Over dat inenten hebben haar ouders niet zo nagedacht, zegt haar vader. „We zijn gewoon in de molen meegegaan.”

Voor Mylène komt dat goed uit: zij mag op het kinderdagverblijf blijven. Want kinderopvang Berend Botje, met 3.100 kinderen, maakte deze week bekend kinderen die niet zijn ingeënt tegen de bof, mazelen en rodehond vanaf 1 juli weg te sturen. Zij zijn niet meer welkom op de locaties waar kinderen jonger én ouder dan veertien maanden verblijven. Pas na veertien maanden kunnen baby’s een prik tegen BMR krijgen. Voor die tijd zijn zij daarom kwetsbaar voor besmetting door oudere niet-ingeënte kinderen.

„De mazelen komen steeds dichterbij, en de overheid laat maar op zich wachten”, verklaart Alien Alberts, algemeen directeur van kinderopvang Berend Botje. De opvang besloot daarom zelf de leiding te nemen. Ouders werden dinsdagavond met een brief ingelicht over het nieuwe beleid. Ongeveer tien ouderparen zijn niet blij met het nieuws, zegt Alberts. „Eén ouder wil opzeggen, sommigen gaan hun kinderen alsnog vaccineren en anderen weten het nog niet.” Veruit de meeste reacties zijn volgens haar positief.

Dalende vaccinatiegraad

Wereldwijd neemt het aantal besmettingen met mazelen toe, blijkt uit voorlopige cijfers die de Wereldgezondheidsorganisatie in april publiceerde. Het aantal steeg in de eerste drie maanden van 2019 met 300 procent ten opzichte van 2018. In Nederland waren volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) tot maandag 15 april 18 bevestigde gevallen van mazelen. Dat is veel: gemiddeld zijn er over een heel jaar 10 tot 20 besmettingen.

Een besmettelijke ziekte als de mazelen kan zich volgens het RIVM al verspreiden wanneer meer dan vijf procent van de bevolking niet immuun is. Wanneer veel mensen zijn ingeënt tegen infectieziektes, is ook de kleine groep (nog) niet ingeënte mensen beschermd. Dat heet groepsbescherming. Het werkt alleen als de vaccinatiegraad – het aantal baby’s en kinderen dat wordt gevaccineerd – boven 95 procent blijft. In 2014 was de vaccinatiegraad nog 95 procent, maar in 2017 was dit percentage al gedaald naar 90,2.

Lees ook: Slim of ongezond? Ook in de klas is discussie over inenten

Op de Edamse vestiging zijn alle kinderen ‘safe’, zegt assistent-leidinggevende Joyce Brokman. Zelf staat ze op de verticale groep, het klasje kinderen van nul tot vier jaar. Er zijn ook aparte peuter-, en babygroepen en er is een naschoolse opvang. „Kindjes van alle leeftijden lopen hier door elkaar heen”, zegt Brokman. „Op een drukke dag hebben we rond de honderdvijftig kinderen.” Voor het besluit om niet-gevaccineerde kinderen te weigeren, werd ouders bij de aanmelding ook al gevraagd of zij hun kind hadden laten inenten. „Je wilt het toch checken. Ziektes als de bof en de mazelen zijn erg besmettelijk, zeker voor kinderen onder de veertien maanden.”

Vorig jaar diende D66 een wetsvoorstel in waardoor het voor kinderopvangcentra mogelijk moet worden om niet-gevaccineerde kinderen te weigeren. Private ondernemingen mogen kinderen inderdaad weigeren, adviseerde de Raad van State over het wetsvoorstel. Maar zij worden hierin wel begrensd door het recht op gelijke behandeling en bescherming van persoonsgegevens. Waar de grens ligt, is nog onduidelijk, zegt Roland Pierik, universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam en lid van de vaccinatiecommissie van de Gezondheidsraad.

Discriminatie

In de brief aan de ouders schrijft Gaby Alberts, pedagogisch directeur van kinderopvang Berend Botje, dat het besluit is genomen om kinderen te beschermen tegen het oplopen van ziektes. De kans hierop zou groter zijn nu de vaccinatiegraad is gedaald. Volgens Pierik is deze reden belangrijk voor de juridische rechtvaardiging. Wanneer een ouder naar het College voor de Rechten van de Mens stapt, zal deze toetsen of het doel legitiem is. Algemeen directeur Alien Alberts laat weten niet te vrezen voor juridische problemen. „We discrimineren niet. We hebben alleen de bescherming van kleine baby’s hoog in het vaandel staan. Volgens onze jurist mag dat.”

Lees ook het interview met rechtsfilosoof Roland Pierik: ‘De discussie over vaccinaties is asymmetrisch, dat frustreert me mateloos’

Maar de opvang discrimineert wel degelijk, vindt Anne-Marie van Raaij-Schouten van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken. Ze weet dat één ouder juridische stappen gaat ondernemen. „En er zijn ook andere ouders die een klacht bij de kinderombudsman hebben ingediend, en het College voor de Rechten van de Mens.”

Maar worden baby’s jonger dan 14 maanden niet sneller ziek wanneer zij in een kinderopvang spelen met oudere, niet-ingeënte kinderen? Volgens Van Raaij-Schouten niet. „Kinderen kunnen overal een besmetting oplopen: bijvoorbeeld in de ballenbak, of wanneer ze een verre reis maken.”

Voorzitter Gjalt Jellesma van BOinK, de belangenvereniging voor ouders in de kinderopvang, noemt de maatregel van de kinderopvang ‘begrijpelijk’. Liever ziet hij dat de kwestie op een ander strijdtoneel wordt beslecht. „Dit moet in de Tweede Kamer worden beslist.” Die moet volgens hem alles op alles zetten om de landelijke vaccinatiegraad weer naar 95 procent te tillen. „We moeten op de wetenschap vertrouwen, en niet op gezwam van anti-vaxxers.” Met de huidige vaccinatiegraad lopen kinderen buiten de opvang nog steeds kans op besmetting, zegt Jellesma. „Vaak zitten kinderen maar twee dagen op een opvang. De andere vijf dagen kunnen ze ergens anders iets oplopen. Ook op scholen kun je heel makkelijk besmet raken.”