Vrijwilligerswerk van studenten daalt flink

Hoger onderwijs Door het studieleenstelsel, betaalde bijbanen en het studietempo hebben studenten minder tijd voor nevenactiviteiten.

Buitenlandse studenten worden afgelopen augustus op Schiphol opgevangen door vrijwilligers van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Buitenlandse studenten worden afgelopen augustus op Schiphol opgevangen door vrijwilligers van de Radboud Universiteit Nijmegen. Foto Jaco Klamer / Hollandse Hoogte

Het aantal onbetaalde nevenactiviteiten van studenten is al sinds 2006 aan het dalen, zodat studentenverenigingen steeds moeilijker vrijwilligers kunnen vinden. Dat blijkt mede uit een analyse van 61.000 ingeschrevenen op Magnet.me, een banensite voor studenten en pas afgestudeerden.

De analyse werd gedaan door Magnet.me zelf en de Landelijke Kamer van Verenigingen, het overkoepelende orgaan voor 47 studentenverenigingen. Na invoering van het leenstelsel voor studenten in 2015 versnelde de daling in het aantal aan vrijwilligerswerk bestede uren. „Studenten hebben minder tijd. Aan het leenstelsel hangt een prijskaartje voor ieder tentamen dat je niet haalt. Op sommige universiteiten hebben studenten ook geen herkansingsmogelijkheden meer”, verklaart Iris van Noort, voorzitter van de Landelijke Kamer.

Studenten kiezen hun vrijwilligerswerk gerichter: „Commissies die minder indruk maken op je cv, zijn minder populair geworden”, zegt Van Noort. Als voorbeeld noemt ze commissies voor evenementen of onbetaalde bardiensten bij de vereniging. Het dalende aantal vrijwilligers is volgens Van Noort ook bij andere jongerenverenigingen te zien.

Opmerkelijk is dat bij masterstudenten het aantal uren dat werd besteed aan onbetaalde nevenactiviteiten nauwelijks van invloed was op het cijfergemiddelde. Voor de bachelor ligt dat anders: daar scoorde de groep die het minste vrijwilligerswerk deed met 7,49 het hoogste cijfergemiddelde.

Vaker benaderd door werkgevers

Volgens Tim Versnel van Magnet.me hechten werkgevers minder aan cijfers dan aan vrijwilligerswerk. „Je leert dan managen, leiden, kantoorpolitiek.” Studenten die de meeste uren staken in vrijwilligerswerk werden op de site anderhalf keer vaker benaderd door werkgevers dan studenten die er nauwelijks aan deden.

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt aan Tilburg University, ziet hetzelfde: „Studeren is vrij schools geworden. Studenten doen twee masters, maar ik waarschuw ze altijd dat de werkgevers de cijfers meestal niet zo boeiend vinden.”

Volgens hoogleraar Frank Cörvers, verbonden aan het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht, zijn de cijfers van de banensite te rijmen met onderzoeken van zijn instituut. Er zijn volgens hem tekenen in de maatschappij dat „sociaal-communicatieve vaardigheden aan belang winnen ten opzichte van vakspecifieke vaardigheden”. Het hangt er daarbij wél vanaf om wat voor nevenactiviteiten het gaat. Cörvers: „Het voorzitterschap van een dispuut waar enkel wordt gezopen, stelt minder voor dan het voorzitterschap van een vereniging met activiteiten die bijvoorbeeld gerelateerd zijn aan een studie.”

Dat nevenactiviteiten de behaalde cijfers niet naar beneden halen, ziet Cörvers ook in ander onderzoek. „Hier geldt het gezegde: if you want something done ask a busy person. Het druk hebben is een signaal dat iemand dingen voor elkaar krijgt. Bij mensen die veel gevraagd worden, versterkt dat zichzelf.”

Naast een afname in het aantal nevenactiviteiten zag de Landelijke Kamer eerder ook een daling in de ledentallen van verenigingen, maar dat is inmiddels gestabiliseerd. Op de lange duur was de rol van de studentengezelligheidsvereniging al kleiner geworden. Slechts 6 procent van de studenten is momenteel lid.

Doordat studenten zelf moeten lenen, werken ze volgens onderzoek in de bachelor gemiddeld 12 uur per week aan betaalde bijbaantjes, het meeste in Europa. Cörvers adviseert: „Bij een bijbaan moet je kritisch zijn over het soort werk. Vakken vullen levert niet zoveel op voor je cv.”