‘Vierde streep op mouw was kroon op loopbaan’

100 jaar vrouwenkiesrecht Cockie van Giessel (68) werd in 1989 de eerste vrouwelijke gezagvoerder.

Foto Annabel Oosteweeghel

„Piloot worden was geen bewuste keuze. Het was geen optie, een vrouwelijke vlieger bestond gewoon niet. Toen ik op school liet weten dat ik naar de hbs-b wilde, vond de rector dat onzin. Daar had een meisje toch niets aan?

„Mijn vader stak mij aan – hij ging zijn sportbrevet halen, ik was een jaar of negentien toen ook ik vlieglessen nam. Ik was directiesecretaresse maar besloot te solliciteren voor stewardess – voor een vrouw toen de enige optie. Bij Transavia werd ik binnen een half uur aangenomen. Na vier jaar stapte ik over naar de afdeling operations. Pas toen in 1976 het eerste meisje van de Rijksluchtvaartschool kwam, ging er een lichtje branden.

„Voor 40 gulden per uur kon ik vlieguren maken bij de Transavia vliegclub. Ik volgde cursussen, onderging medische keuringen. Toen Transavia extra vliegers nodig had, zei ik: ik wil in aanmerking komen. Tot ieders verbazing werd ik aangenomen. Ik vloog een Boeing 737: tweemotorig, 149 passagiers. Twee keer kreeg ik een halfjaarcontract, daarna raakte de sector in crisis in en liep ik de vaste aanstelling mis waar ik zo op had gehoopt.

„ In 1985 kwam ik alsnog in vaste dienst. Vier jaar later werd ik gezagvoerder. Die vierde streep op mijn mouw was de kroon op mijn carrière. Ik heb er ontzettend voor gevochten. Er waren collega’s die niet met mij wilden vliegen. ‘Als jij komt, zeg ik mijn baan op’, zei mijn baas, de chef-vlieger. Passagiers zouden zich niet veilig voelen met een vrouw in de cockpit.

„Doorzetten, gewoon doorzetten. Dat is wat ik heb geleerd. Zorg dat je jezelf niets kunt verwijten. Voor een eigen uniform heb ik trouwens ook flink moeten pushen. Ze wilden me aanvankelijk in een rokje laten rondvliegen. En ik weigerde een stropdas te dragen. Voor een bijpassende sjaal liep ik alle winkels af. ‘O wat leuk’, kreeg ik toen te horen. ‘U bent bij de fanfare?’”