Shell moet Ogoni-weduwen interne communicatie tonen

Rechtszaak Vier weduwen uit Nigeria krijgen het recht te bewijzen dat Shell getuigen omkocht

Twee van de weduwen die Shell voor de rechter dagen met hun advocaat woensdag in de rechtbank.
Twee van de weduwen die Shell voor de rechter dagen met hun advocaat woensdag in de rechtbank. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Shell moet de interne communicatie ter beschikking stellen rond de rechtszaak in 1995 tegen negen activisten uit Ogoniland in de Nigerdelta. Dat heeft de rechtbank van Den Haag deze woensdag bepaald. De ‘Ogoni 9’ werden in die rechtszaak ter dood veroordeeld en later opgehangen.

Vier van hun weduwen mogen nu van de rechter de communicatie van Shell vertrouwelijk inzien. De inhoud mogen ze gebruiken om – indien mogelijk – te bewijzen dat het energieconcern betrokken zou zijn bij omkoping van acht getuigen. Daardoor zou het proces tegen de negen negatief zijn beïnvloed.

Tussenvonnis

De rechtbank in Den Haag kwam woensdag tot een tussenvonnis in de aansprakelijkheidszaak die de vier hebben aangespannen tegen de Britse en Nederlandse moedermaatschappijen en de Nigeriaanse dochter.

De vier verwijten Shell medeverantwoordelijkheid aan de arrestatie en gevangenschap van hun echtgenoten, gezien de nauwe band die destijds bestaan zou hebben tussen de Nigeriaanse Shell-dochter SPDC en de militaire autoriteiten. De weduwen eisten openbare excuses en een schadevergoeding.

Stille diplomatie

De rechtbank vindt eventuele verwevenheid tussen Shell Nigeria en de autoriteiten destijds niet relevant voor de periode voorafgaand aan de rechtszaak, alom aangeduid als een schijnproces. Vast staat volgens haar dat Shell rond het proces ‘stille diplomatie’ heeft bedreven ten gunste van de verdachten, en na de veroordeling om clementie heeft gevraagd. Het concern was op grond van Nigeriaans recht niet verplicht tot bijvoorbeeld een publieke veroordeling van het proces, aldus de rechtbank. De vier eisers vinden van wel.

Het verweer van Shell dat de zaak verjaard is en dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is over het gedrag van de Nigeriaanse dochter en de moedermaatschappij te oordelen, wees de rechtbank echter af.

Blij en opgelucht

We zijn „blij en opgelucht” dat de zaak inhoudelijk wordt behandeld, reageerde Channa Samkalden, advocaat van de vier weduwen, na de zitting. „Dat de rechter zich bevoegd verklaart te oordelen over de claims tegen zowel de moedermaatschappij als de Nigeriaanse dochter, is goed nieuws. Ook voor andere slachtoffers van mensenrechtenschendingen door multinationals.”

De zaak is nu teruggebracht tot de beschuldiging dat Shell acht getuigen heeft omgekocht om valse verklaringen over de ‘Ogoni 9’ af te leggen die in het proces tegen hen zijn gebruikt. De eisers moeten dit kunnen bewijzen tijdens de volgende zitting. „We hebben contact met een aantal getuigen die de omkoping in het verleden hebben bevestigd”, zegt Samkalden.

I feel great”, reageert Esther Kiobel, die uit de VS is overgekomen met financiële steun van Amnesty International, dat de aanklacht tegen Shell steunt. Als de zaak wordt voortgezet, vermoedelijk in september, „zul je wat beleven: ik heb dozen vol bewijzen over de betrokkenheid van Shell. De naam van mijn echtgenoot zal worden gezuiverd.”

Niet verantwoordelijk

Volgens Shell toont het bewijsmateriaal juist aan dat het concern niet verantwoordelijk is voor de „droevige gebeurtenissen”. Het bedrijf noemt het verder „ongepast” op de uitspraak in te gaan voordat die „in detail” is bestudeerd.

SPDC-directeur Igo Weli, overgekomen voor de rechtszaak in Den Haag: „Allemaal waren we geschokt en getroffen door de daden van de autoriteiten destijds. We vroegen om clementie [voor de Ogoni 9], die ze helaas niet kregen.”

Volgens hem zal Shell „de gevraagde documenten” ter beschikking stellen. Alle interne communicatie rond het proces tegen de Ogoni 9? „We zullen de gevraagde documenten beschikbaar stellen.”