‘Nederigheid geeft mij een goed gevoel’

100 jaar vrouwenkiesrecht Famile Arslan (48) runt een advocatenkantoor in het Haagse Transvaalkwartier. „De Turkse Bénédicte Ficq zal ik nooit worden.”

Foto Annabel Oosteweeghel

Aan de telefoon klinkt ze wat ongelovig. „Weet je zeker dat je mij wilt interviewen? Ik ben geen glamour-advocaat, hoor. Ik zit in een midlifecrisis. Oh, gaat het niet alleen over succes? Nou, vooruit dan maar.”

In 2002 werd Famile Arslan (48) beëdigd als eerste Nederlandse advocaat met hoofddoek. Het was groot nieuws. Elk zichzelf respecterend medium wilde haar interviewen. Ze haalde zelfs de cover van Time als een van Europa’s meest toonaangevende moslimprofessionals.

Haar kantoor in het Haagse Transvaalkwartier – ‘Arslan Advocatuur’ staat in gifgroene letters op de gevel – heeft veel weg van een Turkse huiskamer. Op de vloer een Perzisch tapijt („van Ikea”). Tegen de wand een rijtje boeken over de islam en een samowar, een Turks thee-apparaat.

„Ik vind het belangrijk dat cliënten zich welkom voelen”, zegt Arslan, een vrouw met pientere ogen. „Dat zit ’m vaak in kleine dingen. Ik bespaar bijvoorbeeld niet op kwaliteitskoffie, zoals andere advocatenkantoren vaak doen.”

Ze groeide op in een arm, vroom islamitisch gezin. Tot haar vierde woonde ze in Palu, een dorp in het oosten van Turkije. Daarna reisden zij en haar moeder haar vader achterna, die in Den Haag werk als gastarbeider had gevonden in een fabriek.

Via de mavo, havo en het hbo belandde Arslan op de Rijksuniversiteit Leiden voor een studie internationaal recht. Daar dachten medestudenten aanvankelijk dat ze een Iraanse vluchteling was, of de dochter van een rijke oliesjeik.

Na haar studie werkte Arslan vijf jaar als jurist bij het ministerie van Justitie. Toen vond ze het tijd iets anders te gaan doen. De advocatuur leek haar mooi, omdat ze als dochter van een gastarbeider een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft. Haar vader deed werk waar veel Nederlanders op neerkijken, maar werd toch als ‘baantjespikker’ gezien.

De publiciteit rond haar beëdiging heeft veel deuren geopend, zegt Arslan. In de Turkse gemeenschap staat ze bekend als „die bekende advocate”. Ze wordt nog steeds van tv herkend, ook in Turkije. Maar om nou te zeggen dat haar carrière een rechte lijn naar boven is? Nee.

Twee koophuizen

Alle publiciteit rond haar beëdiging ten spijt had ze grote moeite een baan te vinden. „Dat zorgt ervoor dat je gaat down-solliciteren”, zegt ze. Arslan kwam terecht bij een klein kantoor dat niet aan begeleiding deed. Er waren geen naslagwerken, niets werd vastgelegd. „Ik heb veel gehuild in die tijd. Ik voelde me niet gewaardeerd, sliep slecht, had last van nachtmerries.”

Ze werkte er vier jaar, vertrok met een burn-out, maar begon als éénpitter. „Terwijl ik ervan uitging dat ik na mijn beëdiging bij een middelgroot kantoor aan de slag kon, om door te groeien naar een partnerschap. De ideale springplank voor een eigen kantoor met vier of vijf medewerkers.”

Als specialist in de sociale advocatuur verdient Arslan – die single en kinderloos is – goed. Ze heeft twee koophuizen: één in Den Haag en één in Istanbul. Maar het lukt haar niet cliënten aan te trekken in het hogere segment van de advocatuur: het bedrijfsleven. Voor haar gevoel bungelt ze na zeventien jaar nog steeds onderaan. „De Turkse Bénédicte Ficq zal ik nooit worden”, zegt ze lachend. „Ik zou het ook niet kunnen.”

Dat Arslan in een midlifecrisis zit – ze verbrak haar relatie en ging in therapie – heeft deels te maken met haar jeugd. Haar vader was altijd aan het werk, haar bedlegerige moeder leed aan een zeldzame schildklier-afwijking. Arslan werd jong volwassen, was altijd op anderen gericht. Dat leidde volgens haar therapeut tot hechtingsproblemen en getroebleerde arbeidsrelaties, en zat haar ambities in de weg. „Ik had een ongezonde loyaliteit naar mensen”, beseft ze. „Maar ik heb er veel van geleerd.”

Gerust hart

Do not judge me by my successes, judge me by how many times I fell down and got back up again’, citeert ze Nelson Mandela. Tegenslag maakt je sterker, vindt Arslan. En het maakt dat je niet naast je schoenen gaat lopen. „Ik ben niet snel trots op mezelf, maar mijn nederigheid geeft mij een goed gevoel. Soms zit het me in de weg, omdat ik niet genoeg voor mezelf opkom. Maar ik leg ’s avonds wel met een gerust hart mijn hoofd op het kussen, in de wetenschap dat ik niemand heb benadeeld.”

Heeft ze nog advies voor andere vrouwelijke pioniers? Arslan denkt even na. „Maak je niet ondergeschikt aan anderen”, zegt ze. „Zet jezelf op de eerste plaats. En zorg voor een goede balans tussen werk en privé.”

Samen met haar therapeut werkt ze intensief aan deze doelen. Ze is er nog niet helemaal, maar het heeft haar veel nieuwe inzichten opgeleverd. Arslan meet zich niet langer met haar Turkse vriendinnen, die overstelpt worden met cadeaus van rijke echtgenoten. De meesten hoeven niet te werken, hun bestaan is zorgelozer dan dat van haar. Maar ze zou niet met hen willen ruilen.

Arslan adopteerde vier kinderen bij een soort islamitisch Foster Parents Plan, en brengt zo veel mogelijk tijd met haar neefje Ali door. „Voor iemand in een midlifecrisis ben ik behoorlijk gelukkig”, lacht ze.