Waarom de grip op mensenhandel afneemt

Mensenhandel Er zijn minder veroordelingen, maar de mensenhandel in Nederland neemt niet af.

Zoekactie prosititutiegebied Alkmaar op de Achterdam.
Zoekactie prosititutiegebied Alkmaar op de Achterdam. Foto Olivier Middendorp

De aanpak van mensenhandel in Nederland schiet tekort. Dit blijkt uit de Dadermonitor Mensenhandel 2013-2017, die de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, Herman Bolhaar, donderdag publiceerde, en uit cijfers die NRC opvroeg. Zo komen minder mensenhandelaren voor de rechter, die bovendien lagere straffen krijgen dan voor 2013. Ook wordt er een afnemend aantal slachtoffers gemeld. En dat terwijl volgens betrokken instanties er niet minder mensenhandel in Nederland plaatsvindt.

De daling in het aantal zaken komt volgens het rapport doordat er minder aandacht en capaciteit is bij de politie en marechaussee voor de bestrijding van mensenhandel. Er komen momenteel vooral kleinere mensenhandelzaken voor de rechter en internationale onderzoeken zijn er amper. Eind 2017 beloofde het kabinet jaarlijks tientallen miljoenen euro’s extra te investeren in mensenhandelbestrijding.

Dat minder slachtoffers worden gemeld komt niet doordat minder mensenhandel plaatsvindt in Nederland, zo zegt de directeur van het landelijke Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel (Comensha), Ina Hut. De afname wordt mede veroorzaakt door veranderde privacywetgeving. Vanaf mei 2018 gelden in alle lidstaten van de Europese Unie dezelfde regels, zegt Hut, waardoor slachtoffers schriftelijk toestemming moeten geven om hun gegevens aan te melden bij Comensha. Velen willen niet zo te boek staan, uit schaamte of omdat ze bang zijn voor hun dader. Onder meer de politie, de marechaussee en de Immigratie- en Naturalisatiedienst melden bij Comensha slachtoffers.

Tussen 2013 en 2017 halveerde bijna het aantal mensenhandelzaken van 257 naar 144 per jaar, blijkt uit de Dadermonitor. In 2012 kwamen nog 315 zaken voor de rechter.

Het aantal gemelde slachtoffers daalde van 1.117 in 2013 naar 958 in 2017. In 2018 zette die daling met een kwart door, volgens Ina Hut van Comensha. De exacte cijfers worden eind dit jaar gepubliceerd.

Korter in de gevangenis

Met het aantal zaken daalde ook het aantal veroordeelde mensenhandelaren. Werden er in 2013 nog 148 veroordeeld, in 2018 was dat aantal met eenderde gedaald naar 97, blijkt uit cijfers die NRC opvroeg bij de Raad voor de Rechtspraak. De veroordeelde uitbuiters zitten tevens korter in de gevangenis: 805 dagen in 2013, 647 dagen in 2017. Hoe dat komt, is niet bekend.

Lees ook: Meer migranten claimen slachtoffer 'mensenhandel' te zijn

De daling is opvallend omdat de wettelijke strafmaat voor mensenhandel de afgelopen jaren juist verschillende keren is verhoogd, in de hoop dat rechters hogere straffen zouden opleggen. Volgens de monitor is het „onduidelijk welke factoren [rechters] meewegen bij hun strafbepaling”. Bolhaar beveelt staatssecretaris Mark Harbers (Justitie en Veiligheid, VVD) aan om onderzoek te laten doen naar de opgelegde straffen voor mensenhandel.

Gebrekkig zicht op uitbuiting

Volgens de Dadermonitor verliep tussen 2013 en 2017 vooral de aanpak van criminele uitbuiting, zoals een kind dat moet zakkenrollen van zijn ouders, moeizaam. Slechts drie tot zeven opsporingsonderzoeken op jaarbasis betreffen dit soort uitbuiting. Opsporingsdiensten herkennen criminele en arbeidsuitbuiting nog onvoldoende, zegt Bolhaar. Een jongetje dat door zijn oom gedwongen wordt om woninginbraken te plegen komt soms nog in de cel terecht, zegt Bolhaar, terwijl hij eigenlijk slachtoffer is. Vooral mensen met een migratieachtergrond zijn kwetsbaar voor deze vormen van uitbuiting, volgens Bolhaar, omdat ze vaak nog geen Nederlands spreken en hun rechten in ons land niet goed kennen.

Met de extra miljoenen die het kabinet in 2017 beloofde, kreeg de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid meer handhavers om uitbuiting op de werkvloer en oneerlijke arbeid op te sporen. De politie leidt extra mensenhandelrechercheurs op en agenten op straat krijgen een training in het herkennen van mensenhandel. In het buitenland zijn meer Nederlandse agenten aangesteld wat internationaal onderzoek moet stimuleren.