‘Mannen willen de punten verdienen’

100 jaar vrouwenkiesrecht Liesbeth Bresser liet zich na een studie geschiedenis omscholen tot timmervrouw. „Toen ik net zo goed werd als de rest, kwamen de conflicten.”

Foto Annabel Oosteweeghel

‘Het is heel simpel”, zegt Liesbeth Bresser (65) terwijl ze thee in plastic bekers schenkt. „Er was met mijn studie geen arbeidsperspectief, dus liet ik me omscholen.” In de jaren tachtig studeerde Bresser (65) geschiedenis, ze zou zich specialiseren in de Middeleeuwen. Maar daar zat de arbeidsmarkt niet op te wachten. Wel op timmerlieden.

Nu, ruim veertig jaar later en aan de vooravond van haar pensioen (in juli), zit ze aan een tafel; een houten plank op schragen. Samen met haar jongere collega Elke Baggen (31) renoveert ze een pand van drie verdiepingen aan de Amsterdamse Sarphatistraat.

Bresser is van de eerste generatie timmervrouwen. Bresser was uit Amsterdam vertrokken om te gaan samenwonen in Hoorn. Toen de relatie uitging, wilde ze terug naar de hoofdstad, maar ja: de huren waren onbetaalbaar. Als progressieve twintiger belandde Bresser in de kraakbeweging.

Toen ze haar intrek nam in een gekraakt pand aan de Amsterdamse Bloemstraat, was het er oncomfortabel wonen. De vrouwenwoongroep had geen riolering, geen elektriciteit – die kregen ze van „een lieve vrouw in het hofje” – en geen muren. Zo begon het: Bresser nam samen met andere bewoners de muren voor haar rekening. „Met van die Durox-blokken”, zegt ze hoofdschuddend. Dat materiaal – handig omdat het gezaagd kan worden – is best geschikt, er worden wel vaker binnenwanden mee gemaakt. „Maar de constructie rammelde. Als je er tegenaan leunde, ging het al bijna om.”

Vrouw in de bouw

In de veertig jaar dat Bresser in de bouw werkt, heeft ze het aantal timmervrouwen niet zien toenemen. „De vrouw in de bouw is er bijna niet meer.” Over timmervrouwen specifiek zijn geen cijfers, maar het percentage vrouwen in de bouw, dus ook in administratieve functies, is volgens het CBS al jaren 9 procent. Over de gehele linie neemt het aantal Nederlanders in de bouw af en het aandeel gastarbeiders, voornamelijk mannen, toe.

Is dat gebrek aan vrouwen erg? Met een schroevendraaier pulkt Bresser aan een vlek met opgedroogde verf op haar broek. „Misschien.”

In de jaren tachtig deed Bresser een omscholingstraject dat deels werd vergoed door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De overheid wilde vrouwen stimuleren om de techniek in te gaan. Bresser deed daarna nog vijf jaar lang aanvullende opleidingen.

Hoogopgeleide mannen gingen in de tijd dat Bresser zich liet omscholen óók aan de slag als timmerman. „Maar zij deden er geen opleiding voor. Ze spijkerden gewoon een bordje aan de muur: ‘Timmerbedrijf’.”

Dat verschil tussen mannen en vrouwen zag Bresser tijdens haar carrière wel vaker. „Mannen die zelfverzekerder zijn dan zou moeten, vrouwen met een onzekerheid die niet bij hun kunde past.”

Tijdens de eerste jaren als timmervrouw werkte ze in dienst van aannemers. „Heel lang werd ik als leerling gezien. Toen ik net zo goed was als de rest, kwamen de conflicten.” Voorbeeld: er moest eens een grote balk een trappenhuis in, maar dat lukte niet. „Ik opperde om het via de zijkant te proberen, daar had nog niemand aan gedacht.” Ging de aannemer met de eer strijken. Terwijl Bresser haar collega Erik gewoon de credits had gegeven toen hij een slimme indeling voor een kast had bedacht. „Mannen willen de punten verdienen.”

Zwaar spul sjouwen

Er was in het begin veel kritiek op de kracht van Bresser: moesten de mannen nou voor haar het zware materiaal sjouwen? Nee dus, Bresser wilde zich niet laten kennen. „Ik hoorde bij de eerste lichting die zei: wat mannen kunnen, kunnen wij ook.” Tegelijkertijd werd haar ongevraagd ook werk uit handen genomen. „Een deur afhangen is een uitdagende klus en staat hoog in de timmerlieden-hiërarchie, maar die klus ging steeds aan mij voorbij.” Wel werd ze door uitvoerders gevraagd om trapleuningen te monteren. „Een makkie.”

Na een paar jaar vond Bresser aansluiting bij de stichting Vakvrouwen, die in 1982 werd opgericht. Het doel was een gezamenlijke werkplaats van waaruit vrouwen laagdrempelig hun eigen bedrijf zouden kunnen starten. Het initiatief bestaat nog steeds – er zijn nu vier bedrijfjes gevestigd.

Het is dat Bresser er nu specifiek naar gevraagd wordt, maar ze was echt niet elke dag bezig met „de vrouwenthematiek”. „Het is een normaal gegeven. Van september tot december heb ik twee verdiepingen op de Elandsgracht verbouwd. Het resultaat was precies zoals ik het had beoogd. Daar ben je dan trots op.”

Op de Sarphatistraat is Bressers collega Elke Baggen een raamkozijn aan het plaatsen. Soms moet het interview even worden gestaakt vanwege het geluid van de boor. Bresser: „Zij gaat het bedrijf overnemen na mijn pensioen.”