Recensie

Recensie Beeldende kunst

Stedelijk Museum eert de compromisloze Maria Lassnig

    • Lucette ter Borg

Beeldende kunst De Oostenrijkse Maria Lassnig kreeg pas erkenning nadat ze de zestig ruim gepasseerd was. Nu, in haar honderdste geboortejaar, is er een groots retrospectief in het Stedelijk Museum.

Maria Lassnig, Jij of ik, 2005
Maria Lassnig, Jij of ik, 2005 Foto Hauser & Wirth / Maria Lassnig Foundation

Op sommige dagen voel je alleen maar je neus. Dat gevoel breidt zich over je lichaam uit en vernauwt zich vervolgens tot dit besef: je neus – dat ben jij, een uitsteeksel met twee gaten waar de zuurstof fluitend door naar binnen en naar buiten gaat. Op andere dagen ben je een wang. Groot en prominent lubbert die wang als een vleeskleurig schild over alles heen. Die wang onttrekt je aan vreemde, kwetsende blikken. Op weer andere dagen is geen lichaamsdeel heel en ferm. Alles aan je is onthecht. Een schouder vliegt uit zijn kom. Een elleboog breekt gewoon maar af en groeit vast aan je voorhoofd.

Kijk je naar jezelf in de spiegel, dan zie je een citroen, een deegbal, een brievenbus, een half open hoofd met de hersens erachter aan hangend, als rook uit een uitlaatpijp. Eén keer zie je jezelf vermoord worden in die spiegel. Om je hals zit de draad geknoopt van de telefoon die je in je hand houdt.

Je zou er bijna van stikken, zoveel betekenissen kan je lichaam dragen. Je besluit er tekeningen, schilderijen, bronzen beeldjes, collages van te maken. Later maak je ook heel grappige films, want je beperkt je niet. Je wordt kunstenaar, en het onderzoek naar wat je ‘Körperbewusstsein’ noemt (tegenwoordig heel hip body awareness geheten) houdt je je hele leven bezig. Dat onderzoek is niet zozeer een thema als wel een methode. Körperbewusstsein – dat is hoe jij het leven vertaalt, alles wat je meemaakt aan tegenslag, honger, hoon, eenzaamheid en bedrog. Zelfs de kleuren die je mengt, hebben gevoel. Je noemt ze ‘reukkleuren’, ‘zenuwstrengkleuren’, ‘gedachtekleuren’, ‘strek- en perskleuren’. Nog veel meer mooie namen geef je aan het zacht paars, het brandend rood en het vele groen, waarmee je rouw en verdriet aangeeft.

Maria Lassnig, Krebsangst, 1979. Olie op doek, 127 × 177 cm. Collectie Albertina Museum.
Foto Peter Ertl/ Olga Pohankova
Maria Lassnig, Krebsangst, 1979. Olie op doek, 127 × 177 cm. Collectie Albertina Museum.
Foto Peter Ertl/ Olga Pohankova

Compromisloos

De Oostenrijkse kunstenaar Maria Lassnig, geboren in 1919 in het niet bepaald vooruitstrevende, Oostenrijks Karinthië, stierf in 2014. Daarmee kwam een einde aan het lange leven van een van de meest oorspronkelijke, compromisloze, en ondanks haar talent zo lang ondergewaardeerde kunstenaars van de afgelopen honderd jaar. Maria Lassnig leerde al snel dat de kunstwereld een mannelijke wereld is: de mannelijke kunstenaars die ze in Wenen, Parijs en New York ontmoette, hadden veel makkelijker succes. Zij niet. Pas toen ze de zestig al ruim gepasseerd was, kwam de eerste erkenning. Zij leed honger, maar schilderde, tekende, filmde door. Haar relaties liepen stuk.

Bekijk ook het filmpje dat Lassnig over haar leven maakte: Kantate

Vlak na Lassnigs dood sprak de voormalige Stedelijk Museum-directeur Beatrix Ruf de wens uit om rondom deze eigengereide wonderkunstenaar een groots retrospectief te maken. Dat retrospectief is er nu, georganiseerd samen met het Albertina Museum en de Maria Lassnig Foundation in Wenen. Maria Lassnig – Ways of Being schalt als een klaroenstoot door het museum.

Het overzicht is thematisch van opzet, met veel onbekend werk, jammer genoeg wat weinig van Lassnigs intens confronterende werken op paper, en veel door de jaren heen meer of minder bekend geworden schilderijen. Onder de bekendste zitten Vrouw met hersens (1990-1999), Maagd met stier (1988, uit de collectie van het Stedelijk zelf) en het onontkoombare Jij of ik (2005), dat prominent in de Erezaal hangt en een naakte, oude Lassnig voorstelt die twee pistolen vasthoudt: één gericht op haar eigen hoofd en de ander op de kijker. Dankzij het vele onderzoek dat voor de tentoonstelling is gedaan, zijn veel korte, met name tekenfilms – ontdekt en nu gedigitaliseerd. De monitors met die films hangen tussen de schilderijen en het meeste publiek laat ze voor wat ze zijn. Een tip: doe dat niet, want Lassnig excelleert in deze films.

Maria Lassnig, Vrouw met hersens, ca. 1990-1999 Foto Maria Lassnig Foundation

Er is een zaal met vooral zelfportretten, een zaal over onmogelijke relaties, de verhouding tussen mens en dier, de toekomst, de macht van de techniek, en de minst goede, want meest plastische zaal: over oorlog en geweld. Voor wie Lassnigs werk nog niet kent, is die thematische indeling misschien handzaam. Maar voor wie echt Lassnigs werk wil doorgronden – van het informele begin, via het surrealisme en het kubisme naar haar eigen biomorfe stijl – is die handzaamheid alleen maar storend. Want een thema heeft het effect van een label. Bij een schilderij als het groen-geel-vlezige Slapen met een tijger (1975), die in een zaal met werken over dieren en natuur hangt, denk je algauw: oh ja, seksuele fantasieën van een vrouw met een tijger. Terwijl die tijger bij Lassnig voor zoveel meer staat.

Lees bijvoorbeeld haar ontzettend grappige en trefzekere manifest Wie met een tijger slaapt wordt door hem opgegeten (ergens in de jaren tachtig geschreven). Natuurlijk staat de tijger voor de man, maar in dit manifest gaat het vooral over de strijd tegen de tijger, ofwel de paternalistische, door mannen gedomineerde samenleving en kunstwereld.

Maria Lassnig, Zelfportret met cavia, 2000 Foto Hauser & Wirth / Maria Lassnig Foundation

Manifest

Wat een kunstenares moet doen om groot te worden? „Ik vrees”, schrijft Lassnig in haar manifest, „dat ze [...] huwelijk, kinderen moet vergeten en ‘haar identiteit moet vinden’, dat wil zeggen iets authentieks moet maken, wat alleen mogelijk is als ze door bezinning en lijden ontdekt wat [...] ze het beste kan, waar ze de zaak moet aanpakken om nieuw land op te graven en daar zal ze dan veilig zijn – en als ze dan nog de nodige taaiheid bezit, zal ze vroeg of laat doordringen (als ze dan al niet eerder dood is).” Wie dit leest, ziet in het tijgerschilderij veel meer dan een licht erotische vrijpartij tussen mens en roofdier.

Lassnig ging door diepe dalen om land voor zichzelf op te graven en veilig te stellen. Haar werk getuigt hier op een grootse, niet-sentimentele manier van. Haar schilderijen, met name de half abstracte zelfportretten die ze in de jaren zestig en zeventig schildert, met dikke contouren in rood om wittige, met het paletmes afgeschraapte vlaktes heen (die vlaktes noemt ze „het slagveld van weggevaagde pogingen”), onttrekken zich aan thema’s. Net als haar flexibele, intieme werken op papier schieten ze de diepte in van de emoties die je als mens kunt voelen. Hun betekenis lijkt makkelijk te vatten, maar is au fond ongrijpbaar, niet in woorden uit te drukken. Alles is autonoom, meedogenloos, alleen en aangrijpend.