Opinie

    • Clarice Gargard

Ik bepaal zelf wel met wie ik debatteer

Naast Koningsdag en klagen over het weer is er bijna niets Nederlandser dan ‘onze debatcultuur’. Vooral online leeft het idee dat we in Nederland over alles moeten kunnen debatteren. Tegenstanders moeten zich niet in bubbels terugtrekken, maar elkaar in de arena ontmoeten.

Afgelopen week zegde de bekende Egyptisch-Amerikaanse feministe Mona Eltahawy een optreden in De Balie af. De aanleiding was een debat dat in 2017 werd gehouden over islamitisch extremisme.

Tijdens het debat werden islamofobe en ongrondwettelijke uitingen gedaan door aanwezigen. Zo vroeg publicist Bernadette de Wit of het mogelijk was om ‘beroepsmoslims uit te zetten’. Dat schaarde het debatcentrum toentertijd onder het publieke debat.

In een gesprek met feminist en schrijver Flavia Dzodan vertelt Eltahawy bij podcast Dipsaus dat ze wegbleef omdat ze liever geen plek bezoekt waar je als moslim je bestaansrecht moet verdedigen. Een keuze die haar dagenlang de toorn van twitterend Nederland opleverde.

Ik wil het niet over Eltahawy’s persoonlijke keuze hebben. Maar wel over dat ‘het debat uit de weg gaan’. Volgens sommigen was dat zowat het lafste wat ‘deze aandachtshoer’ kon doen.

Debat is – in tegenstelling tot wat sommigen denken – niet iets waar je recht op hebt

Never mind dat Eltahawy’s strijd tegen vrouwenonderdrukking in zowel het Westen als het Midden-Oosten haar doodsbedreigingen, arrestaties en gebroken ledematen bezorgde.

Een groot deel van mijn jeugd volgde en gaf ik debattrainingen en organiseerde ik (jongeren)debatten over diverse politieke onderwerpen. Ik denk graag dat ik geboren ben met een scherpe tong die ik door middel van het debat nog puntiger probeer te slijpen. Toch kies ook ik er vaker voor niet meer het debat aan te gaan.

Lees ook: De Balie verbaasd over afzegging feministe

Je wordt vaak geacht stellig voor of tegen te zijn. In zo’n rechtlijnig debat kun je niet de diepte in. Die ruimte voor verdieping heb je wel nodig om ingewikkelde politieke en maatschappelijke kwesties – zoals klimaatverandering, sociaal-economische ongelijkheid en discriminatie – consciëntieus te behandelen. Omdat het over de impact op mensenlevens gaat.

Het debat zou uit de Griekse oudheid stammen, maar ook in de rest van de wereld werden ‘debatten’ gevoerd. Zo verzamelden Liberianen – en ook veel andere Afrikanen – zich in een palaverhut (lees: conversatiehut) om te debatteren, maar dan net iets anders dan hier.

In de grote ronde hut van klei, bamboe of hout kwamen koningen, chiefs en geleerden, maar ook boeren, vissers en kunstenaars samen. De hut was cirkelvormig om te benadrukken dat eenieder onder het ronde rieten dak gelijk was en recht van spreken had.

Het uitgangspunt was niet om elkaar af te troeven met de beste argumenten, maar om misstanden in de gemeenschap te bespreken, disputen op te lossen en elkaar beter te leren begrijpen.

Debat is – in tegenstelling tot wat sommigen denken – niet iets waar je recht op hebt. Zo ben ik wel eens online aangevallen omdat ik weigerde te bakkeleien over een onderwerp dat ik bestudeerd had met iemand die er overduidelijk weinig van af wist.

Een rechtlijnig debat is niet ontworpen om écht iets te leren over elkaars denkbeelden en motivaties. Maar dient vooral ter entertainment, of om jezelf over het voetlicht te brengen. Het is niet voor niets dat de meeste politici in verkiezingstijd het debat gebruiken om te pronken met zichzelf.

Debat leert je misschien wel spreken maar in deze tijden doen sommigen er beter aan ook te leren luisteren.

Clarice Gargard is programmamaker en freelance journalist.