Hoekstra biedt opening voor eurozonebudget

Hanzegroep Minister Hoekstra ziet toch „meerwaarde” in een eurozonebudget. Mits aan enkele voorwaarden van de zeven kleine ‘Hanzelanden’ wordt voldaan.

Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA)
Minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) Foto Martijn Beekman/ANP

Het dreigement van minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) om Nederland niet mee te laten doen aan het nieuwe eurozonebudget is voorlopig van tafel. In plaats daarvan heeft hij nu met zes andere kleinere noordelijke EU-landen een voorstel gedaan om het budget meer naar hun voorkeur in te richten.

De informele club van zeven, bekend als de Hanzegroep, verzet zich tegen onder meer Franse ideeën om eurolanden extra – boven hun reguliere EU-afdracht – te laten bijdragen via bijvoorbeeld specifieke eurozone-belastingen. Ook willen ze vastleggen dat eurolanden zeggenschap blijven houden over de besteding van het geld. Dinsdag hebben de zeven (Nederland, Denemarken, Finland, Ierland, Letland, Litouwen en Zweden) hun voorstel naar Eurogroepvoorzitter Mário Centeno gestuurd.

Dat er een apart eurozonebudget komt, hebben de Europese regeringsleiders in december al afgesproken. Hun compromis kwam niet in de buurt van de oorspronkelijke plannen van de Franse president Macron uit 2017 om een nieuwe sprong in de Europese integratie te maken. Het wordt, onder meer onder Nederlandse druk, vooral een extra „instrument” om EU-landen concurrerender te maken en economisch naar elkaar toe te laten groeien.

In februari leek Nederland nog af te stevenen op een botsing met Frankrijk en Duitsland over de eurozone

Op dit moment werken de ministers van Financiën met elkaar uit hoe dit moet worden ingericht. In juni moeten ze eruit zijn. De Franse en Duitse ministers van Financiën zoeken nog steeds naar mogelijkheden om het budget op termijn te laten uitgroeien tot een fonds dat zwakkere EU-landen helpt economische schokken op te vangen.

Tijdens een informele bijeenkomst in Boekarest vorige maand bleek Hoekstra geïrriteerd over groeiende steun daarvoor. Alleen als het past bij de Nederlandse wensen en afspraken is dit „iets waaraan wij zullen deelnemen”, zei Hoekstra toen tegen de Financial Times.

Prikkel voor hervorming

Nu is de toon anders. In een brief aan de Tweede Kamer onderstreept de minister dinsdag dat het nieuwe begrotingsinstrument voor de eurozone wel degelijk „meerwaarde” kan leveren. Zo kan het „prikkels aan lidstaten geven om hun economie te hervormen”. Hoekstra spreekt van „groeiende consensus” in de EU dat het geld daar ook echt voor gebruikt moet worden. Hij belooft een „constructieve opstelling” van Nederland.

Voorwaarden voor Nederland en de andere Hanzelanden blijven onder meer dat toegang tot het nieuwe fonds gekoppeld wordt aan de eisen van het Europese begrotingsbeleid en dat landen die geen aanspraak maken op financiering uit het eurozonebudget korting krijgen op hun Europese bijdrage. Van een extra intergouvernementeel contract, buiten de EU-begroting om, zoals sommige landen bepleiten om hogere uitgaven mogelijk te maken, is Nederland niet overtuigd, maar Hoekstra heeft „geen principiële bezwaren”.

De omvang van het budget komt pas na de zomer aan de orde in de onderhandelingen over de nieuwe Europese meerjarenbegroting, waar het onder valt. De Hanzelanden nemen daar wel een voorschot op: zij willen alvast dat het „aanzienlijk kleiner” wordt dan de 22 miljard die de Europese Commissie eerder voorstelde. Enkele weken geleden zei Eurogroepvoorzitter Mário Centeno al dat het nieuwe budget „geen bazooka” zal zijn.