Recensie

Recensie Muziek

Hoekige riffs en poëtische teksten bij Jawbreaker

Punk Het Amerikaanse punktrio Jawbreaker is pionier maar werd verguisd toen de band bij een groot label tekende. Ze werden na hun breuk overladen met lof, en zo kwam er een terechte reünie.

Archieffoto van Jawbreaker.
Archieffoto van Jawbreaker. Foto Chrissy Piper

Voetballievende punkrockers kregen dinsdagavond een zwaar potje keuzestress te verduren. Want wat kies je: Ajax op weg naar Champions League-finale, of een legendarische punkband die eindelijk weer eens Amsterdam aandoet?

Gelukkig: in de Melkweg kon het allebei. Terwijl het plaatselijke legioen in The Max hun godenzonen toeschreeuwde, begon in de Oude Zaal het Amerikaanse trio Jawbreaker met een aftelversje aan zijn eigen uitwedstrijd: ,,One, two, three, four. Who’s punk, what’s the score?

Met het nummer ‘Boxcar’ rekende zanger-gitarist Blake Schwarzenbach in 1994 af met het straffe regime van de punkpolitie die voorschreef wat er zogenaamd allemaal wel en niet mocht. „I’m coloring outside your guidelines”, blaft hij nog steeds boos, al klinkt zijn keel heel wat doorrookter.

Het nummer is een manifest, dat met terugwerkende kracht een bittere nasmaak heeft gekregen. De geschiedenis van Jawbreaker is namelijk nogal tragisch: de band was behalve pionier ook zwart schaap. Want uiteindelijk won de punkpolitie, die het niet kon verkroppen dat uitgerekend zo’n eigenzinnige band voor ‘het grote geld’ boog. Toen Jawbreaker in de slipstream van Green Day en The Offspring bij een grote platenmaatschappij tekende en vervolgens een gladgepolijste plaat Dear You uitbracht, werd de band verguisd. Sell outs, oordeelden de fans van het eerste uur. Extra sneu: de fans van het tweede uur zouden nooit aanhaken, daarvoor bleef de muziek te ontoegankelijk. Toen uiteindelijk ook de bandleden knokkend over straat rolden, was het gedaan.

Na jaren te zijn overladen met postume lof, kwam er in 2017 een terechte reünie. En ook al is het is wrang om Schwarzenbach „I was passing out when you were passing out your rules” te horen grommen, het tegendraadse recept van hoekige riffs en poëtische teksten over (tiener)angst en wanhoop is nog steeds een verademing vergeleken met de oppervlakkigheid van veel zijn destijds doorgebroken skatepunkcollega’s die de nineties wel overleefden. Typisch Jawbreaker is ‘Jet Black’: geen gemakkelijk couplet-refrein-couplet-refrein, geen zoetgevooisde tweede stem, maar zwoegend getokkel, een loodzwaar slepend refrein met tot slot fluitende noisegitaar. Geen geflierefluit, maar heerlijke zware kost.