Mumford & Sons

Foto Alistair Taylor-Young

Het was al mooi als er drie mensen naar ons luisterden

Interview De Engelse band Mumford & Sons staat graag op festivals, waar hun teksten door een veld vol mensen worden meegezongen. Na een concert in de Ziggo Dome staan ze begin volgende maand als een van de hoofdacts op de vijftigste editie van Pinkpop.

‘Ach ja, onschuldige tijden.” Marcus Mumford grinnikt. Een oude krantenfoto uit november 2009 toont de vier bandleden van Mumford & Sons, verscholen achter de contrabas van Ted Dwane. Met strakke gezichten kijken ze in de lens van NRC-fotograaf Rien Zilvold, die de jonge Engelse band portretteerde bij hun eerste Nederlandse concert. Ze speelden die avond in het Nijmeegse Doornroosje, het oude gebouw nog. Debuutalbum Sigh No More was net uit en het Nederlandse publiek liep warm voor de veelbelovende telg van de Londense indiefolkbeweging. Songs werden van a tot z meegezongen. Het dak ging er bijkans af die avond.

„Het was de eerste tournee met ons eigen busje”, weet de zanger van Mumford & Sons nog goed. „Voor het eerst hoefden we onze instrumenten niet meer in personenauto’s te proppen. We sliepen met twee man op een kamer en stopten de hotelzeepjes nog in onze koffers, voor thuis. Heel opwindend allemaal.”

Inmiddels kent hij Nijmegen vooral van het Goffertpark waar de band in juli 2015 voor een beduidend groter publiek van 50.000 personen stond. „Massive, man!” Mumford & Sons groeide in korte tijd van een charmante, overwegend akoestische folkrockband uit tot een van de grootste popattracties ter wereld. Op Pinkpop stonden ze eerder in 2012, tussen The Specials en Bruce Springsteen. Nu zijn ze een van de drie hoofdacts op de jubileumeditie. „Heel eervol”, zegt Mumford, „uitgenodigd te worden door zo’n festival dat even oud is als Woodstock. Zelfs Glastonbury bestaat nog niet zo lang, want die begonnen pas een jaar later.”

Na tien jaar toeren voor een gestadig groeiende fanbase maakt Mumford & Sons nog graag de stap terug van stadionact naar het nederige popbandje dat het een paar honderd fans naar de zin maakt. Afgelopen februari stonden Marcus Mumford, bassist Ted Dwane, toetsenman Ben Lovett en gitarist/banjoman Winston Marshall ouderwets in een kleine zaal, club PRYZM in het Londense satellietstadje Kingston upon Thames. Een terugkeer naar zijn roots wil Mumford het niet noemen, backstage na het eerste van drie korte optredens in de art-decozaal die betere tijden heeft gekend.

Mumford & Sons

Foto Gavin Batty

„Toen ik nog op school zat, stond deze tent vooral bekend als een foute disco met spiegels aan het plafond, waar we een energiedrankje dronken en geleund tegen de muur naar de meiden op de dansvloer loerden. We waren zestien en we kwamen binnen met een vals identiteitsbewijs. Een beveiliger heeft ons er nog wel eens uit gegooid. Beschouw het maar als onze wraak, want we verveelden ons dood bij de dancemuziek die er gedraaid werd.”

Klein zaaltje

Een gezamenlijke zoektocht naar pure muziek bracht Mumford & Sons bij elkaar, zegt Marcus. „We kenden elkaar al uit het Londense clubcircuit waar we ieder op onze manier bezig waren iets nieuws te brouwen uit folk, americana en alles wat we verder goed vonden. Toen ons succes zo’n hoge vlucht nam, wilden we trouw blijven aan de uitgangspunten terwijl ons geluid expandeerde. Het is best leuk om weer in een klein zaaltje te spelen, maar ik heb geen moeite met de schaal van een festivalshow. De dynamiek is anders; we zingen wat harder. Er is nog steeds niks mooiers dan een veld vol mensen mee te zien zingen met ‘Little Lion Man’. Toen we begonnen, vond ik het al bijzonder als er drie mensen naar ons wilden luisteren.”

Er was een moment, ten tijde van het derde album Wilder Mind uit 2015, dat de banjo nadrukkelijk werd afgezworen. Waren ze bang om gestigmatiseerd te worden als folkband met een traditioneel instrumentarium? „Welnee”, zegt Ted Dwane, „als je goed luistert, hadden we op ons eerste album al synthesizers en harde drums. Opeens lazen we in recensies dat er geen banjo meer op onze plaat voorkwam en dat we moe waren van de associatie met folk. Nonsens! De banjo maakt op dit moment een comeback in onze muziek, al moet je er niet vreemd van opkijken als we er buitenissige effectpedalen op los hebben gelaten. We maken popmuziek met een ruime blik.”

Een nieuw begin

Mumford & Sons’ vierde album Delta verscheen eind vorig jaar, terwijl gespeculeerd werd dat de verwijzing naar de Griekse letter δ zou staan voor Dood, Depressie, Drugs en Divorce (Ben Lovett trouwde in 2015; het huwelijk duurde nog geen jaar). Mumford & Sons zou in zwaar weer verkeren. Marcus Mumford nuanceert: „Delta staat gewoon voor nummer vier, zonder diepere achtergrond. Ieder mens vindt wel eens tegenslag op zijn pad. Bij ons is dat niet erger geweest dan bij anderen. Persoonlijk zou ik liever de nadruk leggen op alle positieve dingen die ons zijn overkomen. Veel meer dan over de dood gaat dit album voor mij over een nieuw begin. De geboorte van mijn twee kinderen heeft me een ander mens gemaakt. De band is niet meer mijn hele leven. Intussen zijn we gegroeid als songschrijvers. Als je meer meemaakt, heb je meer stof. In het begin greep ik voor songteksten nog wel eens naar citaten van Shakespeare. Tegenwoordig kan ik putten uit eigen ervaring en inzichten.”

Sinds de band in 2016 samenwerkte met de Senegalese muzikant Baaba Maal is hun perspectief op de oorsprong van westerse popmuziek danig gewijzigd, vertelt Marcus. „Hij nam ons mee naar zijn geboorteplaats Podor aan de Senegalrivier, zo’n twaalf uur rijden van de hoofdstad Dakar, en liet ons kennismaken met de muziekscene daar. Ik heb vele uren doorgebracht met lokale percussionisten en ik ben door ze betoverd, geschoold en gelouterd. De ritmes die daar gespeeld worden, zijn niet alleen onweerstaanbaar; ze vormen de oorsprong van alle jazz en blues die zich via Amerika over de wereld hebben verspreid. Het cliché wil dat Afrikaanse muziek primitiever zou zijn dat de onze. Niets is minder waar. Geen rhythm & blues, geen rock-’n-roll, geen hiphop zonder Afrikaanse wortels. Die invloed zit heel diep, ook in onze muziek.”

Popfestivals zijn samenkomsten van gelijkgestemden, zegt Marcus, tot op zekere hoogte vergelijkbaar met de manier waarop mensen in Afrika uit alle windstreken samenkomen voor rituele muziekbeleving. Hoe ziet hij de vijftigste Pinkpop? „Het wordt een pow wow. We zullen de vredespijp doorgeven.”

Delta van Mumford & Sons is uit bij V2. Concerten 9/5 Ziggo Dome, Amsterdam, 8/6 Pinkpop, Landgraaf.