‘Een vrouw moet aardig zijn. Ik ben competitief’

100 jaar vrouwenkiesrecht Sylvia Tóth (75) was in 1986 de eerste vrouwelijke voorzitter van een beursgenoteerd bedrijf.

Foto Annabel Oosteweeghel

Ze woont in Monaco, New York en Den Haag, en besteedt een groot deel van haar tijd aan haar Charity Foundation, die onder meer een diagnosecentrum voor kinderen met complexe neurologische aandoeningen financiert.

„Op mijn vijftiende werd ik door mijn pleegvader van school gehaald om te werken. Ons gezin was arm en ik moest gaan verdienen. Ik werd receptioniste. In die tijd had ik mijn eerste MeToo-ervaring. Ik moest folders uit een kast halen, stond uitgestrekt op een ladder. Werd ik van achteren vastgepakt door het hoofd van de boekhouding. Ik zei: ‘Ben je gek geworden.’ Ik meldde het bij personeelszaken. ‘We hebben hém harder nodig dan jou’, was de repliek. Ik besefte: ik wil helemaal zelfstandig zijn.

„Naast mijn werk ging ik naar de hbs. Daar ontmoette ik de man die uitzendbureau Content begon. Maar vijf studenten uit mijn klas hebben het staatsexamen gehaald. Daar zat ik natuurlijk bij. Ik ben erg competitief. Geen prettige eigenschap voor een vrouw, want die moet aardig zijn, maar het helpt om te komen waar je wilt zijn.

„In 1972, ik was 28, werd ik gevraagd om directeur te worden van Content. ‘Dat kun je nooit’, zeiden mijn broer en toenmalige echtgenoot. Ik raakte nog gemotiveerder.

„Ik was de eerste vrouw die haar bedrijf op de effectenbeurs introduceerde, maar vind het véél belangrijker dat ik de eerste persoon was in de uitzendbranche die een beursnotering realiseerde.

„Van het vrouw zijn heb ik veel voordelen ondervonden. Ik werd vaak uitgenodigd voor congressen. Meestal sprak ik direct na de pauze. Hadden de heren lekker gegeten en gedronken, keken ze achteroverleunend toe. Dan liet ik klassieke muziek horen. Heel lang, zonder iets te zeggen. Wie is deze componist, vroeg ik na een poosje. Vanaf dat moment zaten ze rechtop en had ik hun belangstelling.”