Opinie

Die goochelaar

Marcel van Roosmalen

Op de KNVB Campus te Zeist werd een wall of fame onthuld. Alle 1356 ex-internationals – mannen, vrouwen en zaalvoetballers – die sinds de eerste interland van Nederland in 1905 voor Oranje speelden hingen er met een metalen schildje met daarin hun naam gegraveerd. Ook alle bondscoaches en supporters die meer dan honderd interlands bezochten hadden een schildje gekregen.

Ik zei maar eerlijk tegen de ‘coördinator van het bureau persvoorlichting van de KNVB’, Chris van Nijnatten die bij zijn aanstelling bij de KNVB vanwege zijn verdiensten als voetbaljournalist werd omschreven als ‘een absolute vakman met een groot voetbalhart’, dat ik het gebeuren had onderschat.

Chris zei dat het verse monument naar voetbal rook en dat ik het eigenlijk een keer moest komen bekijken bij een zakkende zon, dan spiegelden de metalen plaatjes mooi.

Daarna die zin: „Dat meen ik echt.”

Het was alsof ik een oud Panini-voetbalalbum was binnengestapt, soms moest je even nadenken wie wie ook al weer was. Een kale ex-international begon spontaan een praatje, hij was naar Eerbeek verhuisd. Karel Aalbers was zijn overbuurman. Hij sloeg me op de schouder, ik had geen idee wie het was.

- Louis van Gaal, prominent op de achtergrond.

- Hans van Breukelen, alweer even weg, maar wel in KNVB-outfit.

- Ernie Brandts, die ik bewonder omdat hij ooit weigerde om Iran te verlaten zonder zijn achterstallige salaris.

- Peter Houtman, niets veranderd eigenlijk.

- Thijs Libregts, de coach die ooit werd weggepest door Gullit.

- Bert Konterman, die ik me helaas niet als international maar als Vitesse-speler herinner.

- Sonny Silooy met bril.

En zo nog een stuk of honderd.

Tussen hen in, fotograferend en filmend, de trouwste Oranjesupporters. In dezelfde bizarre uitdossingen als tijdens wedstrijden, waardoor je je soms schaamt Nederlander te zijn. Ze moesten allemaal Ronald Koeman hebben. De bondscoach poseerde braaf. Hij deed absoluut zijn best, maar wel met tegenzin in zijn lijf. Een vlek op zijn KNVB-broek, alsof hij worst had gegeten en de hand nog even snel had afgesmeerd.

Hoogtepunt was de onthulling van ‘the wall’: Ronald Koeman oog in oog met illusionist Niels Houtepen. Hij moest zich inbeelden hoe of hij op een bepaalde leeftijd was. Koeman onderging het met een stroeve glimlach. Ik denk dat hij zoiets alleen leuk had gevonden als Niels Houtepen uiteindelijk een verkeerd getal zou hebben geraden, maar zo’n middag was het helaas niet. „Ja, inderdaad 41”, zei hij.

Een kwartier later poseerde hij met een vrouw met een oranje hoed vol ‘wuppies’ voor het monument. Hij had nog geen idee waar zijn metalen plaatje hing, en ‘die goochelaar’ had van hem ook niet gehoeven.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.