Deurwaarders voor tuchtrechter wegens omstreden verdienmodel

Het Bureau Financieel Toezicht daagt twee deurwaarders voor de tuchtrechter, die onterecht geld zouden doorsluizen naar schuldeisers.

Archiefbeeld van een aanmaning.
Archiefbeeld van een aanmaning. Foto Paul van Riel/HH

Omstreden praktijken van deurwaarders waar mensen met schulden de dupe van zijn, moeten snel verleden tijd zijn. Dat vindt het Bureau Financieel Toezicht (BFT), dat nu twee deurwaarders voor de tuchtrechter daagt om een voorbeeld te stellen. De twee zouden mogelijk tot 1 miljoen euro per jaar hebben verdiend aan zogeheten kickback fees, laat de toezichthouder woensdag weten. Het BFT vindt dat nieuwe regels van de beroepsorganisatie te lang op zich laten wachten.

Mensen met schulden moeten deurwaarderskosten betalen als er beslag wordt gelegd op, bijvoorbeeld, hun salaris. De twee deurwaarders die zich nu moeten verantwoorden voor de tuchtrechter, zouden een gedeelte van deze vergoeding doorschuiven naar hun opdrachtgever, de schuldeiser. In de praktijk betekent dit dat de eiser meer geld terugkrijgt dan waar de deurwaarder beslag op heeft gelegd.

Voor schuldeisers wordt het lucratief om te kiezen voor een deurwaarder die deze praktijk toepast. Deurwaarders die een kickback fee hanteren, leggen bovendien mogelijk sneller beslag om schuldeisers aan zich te binden en zo zelf ook meer te verdienen. Hiermee zou de onafhankelijkheid van de deurwaarder in gevaar komen en worden schuldenaren benadeeld, aldus het BFT.

Lees ook: Het antwoord op schulden: méér schulden

Alle segmenten van de markt

Volgens BFT-directeur Marijke Kaptein wordt het trucje in „ieder segment van de markt” ingezet. De waakhond spant een zaak aan tegen deze twee specifieke deurwaarders omdat zij uitzonderlijk veel hebben verdiend aan de praktijk. De twee, die voor hetzelfde kantoor werken, betalen in 90 procent van hun zaken een kickback fee aan de opdrachtgever. Om welk kantoor het gaat, wilde Kaptein woensdagochtend niet zeggen.

Wilbert van de Donk, directeur van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG), vindt dat de tuchtzaken te vroeg komen. Hij stelt dat de beroepsorganisatie van de praktijk af wil, maar dat dit via nieuwe regels moet gebeuren. Hij stelt dat de KBvG al jaren werkt aan een verordening en momenteel „in de laatste fase” is van de totstandkoming van een verbod. Dit zou volgens Van de Donk nog enkele maanden moeten duren.

Kaptein hoopt dat een uitspraak van de tuchtrechter ervoor zorgt dat alle deurwaarders stoppen met de methode. Volgens het BFT heeft de tuchtrechter geen verordening nodig om het gedrag te kunnen veroordelen. Het kan enkele maanden duren voor de tuchtrechter met een uitspraak komt.