Opinie

De conjunctuur blijkt een krasse knar

Maarten Schinkel

Nowcasting wordt het genoemd: het ramen van de economie op basis van het hier en nu. Een kwart eeuw geleden moest je een paar maanden wachten op een cijfer voor de economische groei van het afgelopen kwartaal. Nu gaat het wonderlijk snel. Bekend – of als je wil berucht – is China, dat van een economie van 1,35 miljard mensen al aan het eind van de maand na afloop van het kwartaal de economische groei weet. Niemand heeft een idee hoe accuraat dat is. Nowcasters, en andere argwanende economen, kijken liever naar elektriciteitsverbruik of olieconsumptie om de toestand van de Chinese economie te duiden.

Helemaal Chinees is die wonderlijke snelheid niet. Dinsdag, vier weken na afloop van het eerste kwartaal van 2019 kwam Eurostat, het statistische bureau van de Europese Commissie, met het groeicijfer voor de eurozone. Het bleek te gaan om een groei van 0,4 procent ten opzichte van het laatste kwartaal. En dat terwijl Nederland en Duitsland hun eigen economische groei nog niet eens hebben gepubliceerd. Dat gebeurt pas over twee weken.

Duitsland is goed voor zo’n 30 procent van de euro-economie. Het is een spel geworden onder economen om de groeicijfers van landen te nemen die al wél hebben gepubliceerd (Spanje, België, Frankrijk en Italië), die te vergelijken met het door Eurostat gepubliceerde groeicijfer voor de hele eurozone en vervolgens in te schatten hoeveel er voor Duitsland over blijft.

Ook al zijn er andere landen, zoals Nederland, die ook nog niet hebben gerapporteerd, dan nog is Duitsland zo groot dat de methode best accuraat is. Op deze manier kon, al vroeg worden voorzien dat Duitsland verrassend was gekrompen in het derde kwartaal van 2018.

Ditmaal kan, over het eerste kwartaal van 2019, worden geconcludeerd dat de Duitse economie met 0,4 tot 0,5 procent gegroeid moet zijn. Economen van de Rabo komen zelfs op ruim 0,5 procent.

Cijfers over de economie worden verfijnder, beter en komen steeds eerder. Dat betekent niet automatisch dat de ‘nowcast’ óók beter wordt. De consensusprognose op de markt over de economische groei in de eurozone was iets meer dan 0,2 procent. Die zat er, nu Eurostat met 0,4 procent kwam, ver naast. De marge tussen de raming en de werkelijkheid mag dan klein lijken, het gaat hier op dit moment wél om het verschil tussen een dreigende stagnatie en een verrassend weerbarstig groeiende Europese economie.

Dat kan gevolgen krijgen. Italië blijkt in het eerste kwartaal met 0,2 procent te zijn gegroeid. Dat is mager, maar heel wat vergeleken met de officiële prognose van de regering die juist was verlaagd tot 0,1 procent groei voor héél 2019. In Duitsland voorspelde het Ifo-instituut een week geleden 0,6 procent groei voor héél 2019. Dat zal, met het vermoedelijke groeitempo van 0,4 tot 0,5 procent over het eerste kwartaal, ruim kunnen worden overtroffen.

Betekent dit dat het verrassend goed blijft gaan met de eurozone? Peter van Houten, econoom bij ING, wijst erop dat de huidige opwaartse fase van de conjunctuur al erg lang meegaat. Je kunt verrast zijn door een grijsaard die nog best goed loopt, stelt hij. Maar je kunt niet verwachten dat hij het tempo uit zijn jeugd nog haalt.

En Nederland? Onze economie weegt te licht in de eurozone om de groei uit de Eurostat-prognose over het eerste kwartaal te kunnen vissen. Anders dan in veel andere eurolanden zijn de officiële prognoses voor 2019 hier nog steeds relatief gunstig. Het Centraal Planbureau denkt aan 1,5 procent economische groei in zowel 2019 als 2020. Onze grijsaard loopt dus ietsje sneller dan de rest.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.