Albumoverzicht: Party-ready-plaat van The Chemical Brothers, Vampire Weekend klinkt sterk

Recensies Wat moet je luisteren? Deze week recensies van The Chemical Brothers, Kelsey Lu, Vampire Weekend, Tyler Ramsey, Tamara Stefanovich en Wand.

  • ●●●●●

    The Chemical Brothers: No Geography

    The Chemical BrothersDance: ‘If you ever change your mind about leaving it all behind, remember: No Geography.” Zo waarschuwt een legerstem in het gelijknamige sentimentele rave-nummer dat de titeltrack is van het negende The Chemical Brothers-album. De big beat pioniers gingen terug naar hun set-up uit 1997 en werkten weer met samples. De synthesizers schuren als vanouds, je hoort sporen van hiphop-beats (‘We’ve Got To Try’) en acid (‘Free Yourself’).Ze maken geen verpulverende danceklappers als ‘Galvanize’ meer, maar rave met een kleurrijk randje. Nog steeds zien we een legertruck voorop, maar de dreiging en politieke lading liggen er minder dik bovenop dan voorheen. De break in ‘Bango’ is opvallend melodieus, de bijdrage van de Noorse zangeres Aurora op ‘Catch Me I’m Falling’ is op-het-randje-zoet. Alleen op ‘MAH (Mad as Hell)’ lijken de synthesizers direct aangesloten op een paardenkrachtbron en knettert het net lelijk. Verder werkt grenzen opzoeken goed op deze wervelende party-ready-plaat. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●●

    Kelsey Lu: Blood

    Kelsey LuPop: Kelsey Lu, de 28-jarige, in Noord-Carolina geboren celliste met een achtergrond als Jehova’s getuige, is een nieuwe hoogvlieger in de muziekscene van Los Angeles. Aan debuutalbum Blood is te horen dat Lu grip heeft op genres en instrumentaties. Hoewel ze alles zou kunnen, kiest ze een pad dat tussen de stijlen kronkelt. Geen makkelijke route, maar een die na enige bestudering zijn schoonheid prijsgeeft. Lu speelt cello en zingt. Haar muziek klinkt statig en wordt uitgevoerd op harp, strijkers en percussie. De ‘klassieke’ instrumenten worden aangevuld met een elektronische component, want Lu samplet vocalen, belletjes en beats, zodat een strak kader ontstaat. De muziek klinkt daardoor ingesnoerd, en weelderig tegelijk. Lu zingt verhalend, niet ritmisch. Haar stem kan uitdagend de hoogte in schieten, bijna als Björk of Kate Bush, ondersteund door gedempte beats en schrijnende cello. ‘Poor Fake’ is een swingend nummer, het enige met een mooi swingende baspartij. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Vampire Weekend: Father of the Bride

    Vampire WeekendPop: De New Yorkse band Vampire Weekend combineert al vier albums lang kneuterige poprock met klassieke muziek, punk en Afrikaanse percussieritmes. Het drietal onder leiding van zanger-gitarist Ezra Koenig voegt op Father of the Bride voor het eerst country toe aan de mix. Een geslaagde keuze. ‘Married in A Gold Rush’ met HAIM-zangeres Danielle Haim is een heerlijke pastiche op de mierzoete duetten van Johnny Cash en June Carter. Het album heeft de gitaar als bindende factor. De nadruk ligt op lichtvoetige gitaarloopjes, zoals in het Paul Simon-esque ‘Flower Moon’ en het melancholische ‘Unbearably White’. Ze maken Father of the Bride toegankelijker dan experimentele voorganger Modern Vampires of the City (2013). De grotere gitaardichtheid heeft ongetwijfeld te maken met het vertrek van toetsenist en componist Rostam Batmanglij, wiens partijen eerder een hoofdrol speelden. Met dit sterke en vernieuwende album bewijst Vampire Weekend zijn toekomstbestendigheid, ook zonder Batmanglij. Christian Sier

  • ●●●●●

    Tyler Ramsey: For The Morning

    Pop: Tyler Ramsey doet niets nieuws, maar wat hij doet is raak. De voormalige gitarist van de Amerikaanse rockband Band of Horses, klinkt op zijn vierde soloalbum als een kalme Neil Young of een opgewonden Nick Drake. In het sobere ‘Firewood’ laat hij zijn klaaglijke stem langzaam uitwaaieren over rinkelend gitaargetokkel, waar een zwaarmoedige cello zich tussendoor dringt, en een vrouwelijke tweede stem als toevallig aan komt waaien. In de uitbundiger nummers laat de baardige Ramsey zich begeleiden door de snijdende klank van een steelgitaar, die door zijn woorden heen lijkt te klieven. Liedjes als ‘Cheap Summer Dress’, ‘The Bottom Of The Sea’ en ‘Breaking A Heart’ zijn odes aan het klassieke Amerikaanse lied, waarin natuur wordt bezongen en liefde onbereikbaar lijkt, maar muzikale verleiding zo vanzelf spreekt als de regen. Hester Carvalho

  • ●●●●

    Tamara Stefanovich: Influences

    Tamara StefanovichKlassiek: Het levensverhaal van pianist Tamara Stefanovich laat zich lezen als een reisroman. Haar wieg stond in Servië, ze studeerde in de Verenigde Staten, wonen deed ze in Duitsland en in Frankrijk vond ze haar geliefde: pianist Pierre-Laurent Aimard.Op haar nieuwe album Influences maakt Stefanovich een muzikale roadtrip langs de landen die haar vormden. Eerste stop: Amerika, waar Charles Ives rond 1910 zijn zelden gespeelde Eerste pianosonate optrok uit flarden van hymnes, gospels en marching band tunes. Onverzettelijke, meervoudig gelaagde muziek is het, waar Stefanovich met helder spel maximaal reliëf in weet aan te brengen.Frankrijk en de Balkan weerklinken in respectievelijk Messiaens Cantéyodjayâ (percussieve juichpianistiek) en Bartóks Improvisaties op Hongaarse boerenliederen. Dat Stefanovich ook een uitstekende Bach in de vingers heeft, laat ze horen in diens Aria variata alla maniera Italiana (BWV 989). Joep Christenhusz

  • ●●●●

    Wand: Laughing Matter

    Bun B & Statik SelektahRock: Op hun vijfde album Laughing Matter heeft Wand zowat alle logische bouwstenen waarmee je liedjes kunt maken vaarwel gezegd. Elk akkoord wordt binnenstebuiten gekeerd, iedere drumroffel in stukken gereten. Met de brokstukken knutselde het Californische vijftal vijftien nummers in elkaar die samen één uur en zevenenhalve minuut duren.Wand begon zes jaar geleden als onbesuisd garagerockbandje, totdat zanger-gitarist Cory Hanson twee jaar geleden opeens de perfecte droompopplaat Plum afleverde. Vergeleken met die hapklare brokken klinkt Laughing Matter gevaarlijk pretentieus. Maar toch werkt het. Wand weet met rafelige flarden, vage soundscapes en zelfs genadeloze piepknars wel degelijk meeslepende composities te bouwen. In dat uitgebeende sonische landschap komen zijn melodieën extra hard binnen. Frank Provoost