Zo knevel je de kritische pers in Midden-Europa

Persvrijheid Onafhankelijke media hebben het moeilijk in Hongarije. Journalisten worden zwartgemaakt, advertenties geboycot. De strategie vindt navolging in andere oostelijke lidstaten van de Europese Unie.

Covers van het Hongaarse weekblad HVG. Links de editie met Cecília Rogán, de echtgenote van premier Orbáns officieuze propagandaminister.

Het Hongaarse weekblad HVG is om twee redenen legendarisch: de rol die het tijdschrift dertig jaar geleden speelde in de omwenteling van communisme naar democratie, en de geestige, soms iconische coverpagina’s.

Op de editie van medio april prijkt een jonge vrouw met in haar geblondeerde haar gephotoshopte krulspelden van opgerolde 100 euro-biljetten. Cecília Rogán, de echtgenote van premier Orbáns officieuze propagandaminister, is één van de vrouwen van oligarchen en politici van de heersende Fidesz-partij wier glamoureuze levensstijl in het tijdschrift wordt beschreven.

Normaal gesproken hangen een dag voor het weekblad verschijnt overal in Boedapest posters met de cover, om de losse verkoop op te stuwen. Maar vlak voor de lancering van deze editie zegde het bedrijf dat de buitenreclame in de stad beheert, per direct de overeenkomst op.

Officieel kan HVG niet meer adverteren vanwege een gebrek aan ruimte op de reclamezuilen, zo kreeg het te horen. „Maar we weten zeker dat dat niet de werkelijke reden is”, zegt Iván Nagy, één van de twee hoofdredacteuren van het tijdschrift aan de telefoon. „Onze covers, en de zichtbaarheid ervan in het straatbeeld, zijn al jaren een bron van frustratie voor de machthebbers.”

Feit is dat opnieuw een aan Viktor Orbán gelieerd bedrijf is ingezet om onafhankelijke media het leven moeilijk te maken in Hongarije. Het afgelopen jaar duikelde de EU-lidstaat opnieuw op de persvrijheidranglijst die Reporters Sans Frontières (RSF) publiceert kort voor de Internationale Dag van de Persvrijheid, deze vrijdag 3 mei. Van de 180 onderzochte landen staat Hongarije nu op de 87ste plek, achter Sierra Leone. In 2010, voordat Viktor Orbán aan de macht kwam, bekleedde het land de gedeelde 23ste plaats.

Propaganda

De grootste bedreiging voor de persvrijheid in Hongarije is niet wettelijke censuur, maar ‘media capture’, zegt Marius Dragomir, mediadeskundige van de Central European University in Boedapest. „De regering zet gelieerde oligarchen in om media in handen te krijgen en als propagandakanalen te gebruiken. Het leidt tot vrijwel een monopolie op informatie door een kleine, corrupte elite die via media verkiezingen stuurt en zichzelf toegang tot publiek geld verschaft.”

Orbán was eerder premier geweest van 1998 tot 2002 en toen hij niet herkozen werd, verweet hij dat niet zichzelf, maar „linkse en liberale journalisten”. Zijn grote fout, zo vertelde hij zijn biograaf destijds, was dat hij te weinig de media naar zijn hand had gezet.

Dus toen Orbán in 2010 een comeback maakte, was één van de eerste dingen die hij deed de publieke radio, televisie en het landelijke persbureau volledig onder controle van zijn Fidesz-partij brengen.

Tegelijkertijd liet hij bevriende oligarchen een imperium optuigen van commerciële media die ook de propagandalijn volgen. Eind vorig jaar werden in het land met nog geen 10 miljoen inwoners 476 publicaties samengevoegd in één groot conglomeraat, dat buiten Boedapest vrijwel alle radio- en televisiefrequenties heeft.

Onafhankelijke publicaties worden ondertussen financieel in de wielen gereden. „Media in Hongarije drijven voor een groot deel op advertentie-inkomsten van de overheid en staatsbedrijven”, zegt hoofdredacteur Nagy van tijdschrift HVG. „Sinds 2010 is er niet één zo’n advertentie in HVG verschenen.” Ook bedrijven die zaken moeten doen met de regering schuwen het blad. „In informele gesprekken zeggen ze ‘ik lees jullie en zou graag adverteren, maar het risico is te groot’” dat zij opdrachten van de staat mislopen.

Vele kranten en zenders zijn zo tot de ondergang gedreven. Of van de ondergang ‘gered’ door een overname van regeringsgezinde zakenlui. In 2016 werd de kwaliteitskrant Népszabadság van de ene op de andere dag opgeheven, de website op zwart gezet en alle redacteuren ontslagen. HírTV, een zender in handen van Orbáns voornaamste mediamagnaat Lajos Simicska, was na een breuk tussen hem en Orbán negatief nieuws over de premier en zijn partij gaan brengen. Zo snel mogelijk kwam de zender weer in handen van regeringsgezinden en werd gezuiverd van elk kritisch geluid.

Als een medium niet meewerkt, wordt deze op andere wijze dwarsgezeten, met wetgeving, boetes en belastingen. Zo werd de Zweedse eigenaar van de gratis krant in het openbaar vervoer gedwongen deze te verkopen of er zou een verbod komen op verspreiding in bussen en treinen.

Ook in het openbaar vervoer is sindsdien alleen Fidesz-propaganda te lezen, vaak gericht tegen de Europese Unie, migranten en van oorsprong Hongaarse miljardair-filantroop George Soros. En tegen kritische media en journalisten, die als staatsvijanden worden weggezet.

Kritiek exclusief online

Deze strategieën: volledige controle over de publieke media, het met advertentieboycots en wetgeving kapotmaken van onafhankelijke pers, en het zwartmaken van journalisten, vinden navolging in andere oostelijke lidstaten van de Europese Unie. Maar in bijvoorbeeld Polen en Roemenië lukt het machthebbers wel om de publieke media te veranderen in propagandamachines, maar nog niet om kritische publicaties te laten doodbloeden.

De ongebonden media die er in Hongarije nog zijn, zijn bijna exclusief online beschikbaar en bereiken niet veel mensen buiten de grote steden. Daar is nieuws te vinden over corruptie en zelfverrijking van Fidesz-politici en oligarchen, veelal persoonlijke jeugdvrienden van Orbán. Onderzoekssite Atlatszo houdt bovendien bij hoeveel de overheid besteedt aan propaganda (48 miljoen in het eerste kwartaal van 2019) en hoe advertentiegeld wordt verdeeld.

De onafhankelijke websites leven deels van donaties en speciale abonnementen. Het weekblad HVG, met 32.000 abonnees en een site die naar eigen zeggen 3 miljoen mensen per maand bereikt, heeft vorig jaar een steunfonds opgezet. Maar dat gaat de structurele problemen van de vijftigkoppige redactie niet oplossen, zegt Iván Nagy.

„In de enge definitie lijkt er niet veel mis met de persvrijheid in Hongarije. We mogen alles schrijven wat we willen, geen onderwerp of mening is te gek”, zegt hij. De werkelijke problemen zijn dat journalisten zichzelf censureren uit angst voor de toorn van de regering of verlies van hun baan.

„Journalistiek gezien is onze grootste belemmering het gebrek aan informatie”, zegt Nagy. „Wij krijgen van de overheid nooit antwoorden op vragen en zelfs andere bronnen, bijvoorbeeld een directeur van een ziekenhuis, durven uit angst niet met ons te praten. Bovendien bereiken wij moeizaam mensen op het platteland. Het desastreuze gevolg is dat burgers in Hongarije heel slecht geïnformeerd zijn over wat er in hun land gebeurt.”

Kroatië

Plek op de persvrijheidranglijst: gestegen van plek 69 naar 65.

In brede zin zijn de ontwikkelingen in Kroatië positief, sinds het zes jaar geleden lid werd van de EU. Maar problemen met verbale bedreigingen en fysiek geweld tegen journalisten zijn niet opgelost. Bovendien zijn journalisten in Kroatië heel kwetsbaar voor vervolging. Strafrechtelijk, omdat „beledigende” publicaties tot drie jaar cel kunnen opleveren. En civiel, omdat vermeende slachtoffers schadevergoedingen eisen. Naar schatting lopen in Kroatië zo’n duizend zaken tegen media en individuele journalisten, die betrokkenen veel tijd en geld kosten. Zeker 30 zaken zijn door publieke omroep HRT zelf aangespannen tegen medewerkers die zich kritisch hebben uitgelaten over censuur binnen de omroep.

Bulgarije

Plek op de persvrijheidranglijst: blijven staan op plek 111.

In Bulgarije zijn vrijwel alle media in handen van enkele aan de overheid gerelateerde oligarchen. Het land is op de ranglijst van RSF hekkensluiter van de EU – achter Balkanlanden die later tot de unie toetraden. Het is in Bulgarije vrijwel onmogelijk om onderzoeksjournalistiek te bedrijven naar de corruptie van politici en zakenlui. Door tegenwerking, intimidatie en bedreiging is journalist zijn een gevaarlijk beroep geworden. De moord op journaliste Viktoria Marinova in 2018 is officieel opgelost, maar volgens RSF is niet adequaat aangetoond dat de moordenaar alleen handelde.

Polen

Plek op de persvrijheidranglijst: gezakt van 58 naar 59.

De polarisatie tussen de conservatief-populistische regeringspartij PiS en de iets minder conservatief-liberale PO wordt in Polen uitgevochten via en door de media. Sinds PiS in 2015 de absolute meerderheid in het parlement behaalde, heeft het in rap tempo de publieke omroep getransformeerd tot propaganda-apparaat. De meeste commerciële media zijn kritisch op de partij van Jaroslaw Kaczynski. En tot diens frustratie in buitenlandse handen . Hij wil ze „re-poloniseren” en zakelijke tegenwerken zoals in Hongarije. De regering subsidieert katholiek-geörienteerde publicaties om kiezers mee te bereiken . Bijkomend effect van de partijbemoeienis is dat ook oppositiegezinde media, dagblad Gazeta Wyborza voorop, steeds meer spreekbuis worden van politieke belangen.

Slowakije

Plek op de persvrijheidranglijst: gezakt van 26 naar 35.

Slowakije was lang het beste jongetje van de Oost-Europese klas, met relatief pluriforme en vrije pers. Maar onder het bewind van premier Robert Fico nam de druk toe. Steeds meer media kwamen in handen van enkele oligarchen en Fico omschreef journalisten als „vieze, anti-Slowaakse prostituees”. Volgens critici schiep dat het klimaat waarin in februari 2018 een directe aanslag op de pers werd gepleegd. Onderzoeksjournalist Ján Kuciak en zijn verloofde werden in hun huis vermoord, waarschijnlijk om onthullingen die hij publiceerde over de vervlechting van politici, zakenlui en de onderwereld.