Chimpansee en bonobo krijgen gezelschap van ‘spookmensaap’

Evolutie Genetische sporen van een inmiddels uitgestorven onbekende mensaapsoort zijn teruggevonden in het genoom van de bonobo.

Een bonobo, die leeft in de Congolese regenwouden, ten zuiden van de rivier de Kongo.
Een bonobo, die leeft in de Congolese regenwouden, ten zuiden van de rivier de Kongo. Foto Guenter Guni

Naast chimpansees en bonobo’s heeft er tot een paar honderdduizend jaar geleden nog een derde chimpanseesoort bestaan, die door de ontdekkers voorlopig een ‘spookmensaap’ worden genoemd. Dit derde lid van het chimpgeslacht pan is nog spookachtig, omdat een grotendeels Spaans onderzoeksteam deze ‘derde chimpansee’ heeft ontdekt als bijmenging in het bonobogenoom, zo schrijven ze deze week in Nature Econology & Evolution.

In totaal is bijna 5 procent van het bonobogenoom afkomstig van deze onbekende chimpanseesoort, per individuele bonobo varieert de bijmenging tussen de 2,6 en 3,7 procent. Uit verschillende modelberekeningen komt naar voren dat de onbekende mensaap zich rond drie à vier miljoen jaar geleden heeft afgesplitst van de oerchimpstam, waarschijnlijk omdat deze populatie zich ten zuiden van de rivier de Kongo heeft gevestigd. Iets na twee miljoen jaar geleden deden de voorouders van de huidige bonobo’s hetzelfde. Tussen 400.000 en 600.000 jaar geleden kwamen de bonobo’s in contact met deze spooksoort en hadden ze seksueel contact, wat nog altijd te zien is in hun genoom.

Extreem zeldzaam

Deze ‘derde chimpansee’ is verder nergens van bekend en is ongetwijfeld ergens in de laatste paar honderdduizend jaar uitgestorven. Fossielen van chimpanseesoorten zijn extreem zeldzaam, omdat in de tropische wouden botmateriaal vrijwel nooit fossiliseert. Van menselijke voorouders, die rond zes miljoen jaar geleden afsplitsten van de chimpanseelijn, zijn veel meer fossielen gevonden omdat die leefden in meer open gebied langs rivieroevers (waar hun overblijfselen bedekt konden raken onder sediment, ideaal voor fossilisatie).

In het genetische onderzoek werden complete genomen van 69 chimpansees en bonobo’s met elkaar vergeleken. In de genomen van de Centraal-Afrikaanse chimpansees (van de ondersoort Pan troglodytes troglodytes) werd ook een kleine bijmenging van bonobo’s gevonden die al eerder bekend was.

Genetische sporen

Bij de berekeningen werd gebruikgemaakt van modellen die zijn ontwikkeld om de wederzijdse bijmenging van moderne mensen en neanderthalers te kunnen berekenen. In theorie zou de invloed van de ‘spookmensaap’ op het bonobogenoom ook nog verklaard kunnen worden uit een complexe genetische samenstelling van de oergroep bonobo’s die rond twee miljoen jaar geleden de Kongo overstak, maar de modellen en berekeningen van de onderzoekers, onder leiding van de bioloog Martin Kuhlwilm (Universitat Pompeu Fabra, Barcelona), sluiten die mogelijkheid uit. Opvallend is dat op het X-chromosoom bij de bonobo relatief weinig genetische sporen van de spookaap zijn gevonden, net zoals op dat chromosoom de moderne mens ook weinig neanderthalinvloed heeft. Omdat mannen maar één X-chromosoom hebben, kunnen ‘vreemde’ genen op die plek gemakkelijker verkeerd uitpakken. Op chromosoom 17, waar bij mensen en mensapen een belangrijk zwangerschapsgen ligt, wordt eenzelfde geringe bijmenging gevonden. Er zijn ook bijgemengde genvarianten gevonden die waarschijnlijk invloed hebben gehad op het immuunsysteem.