Moegestreden krijgsmacht verlaat Mali

Inpakken Camp Castor Nederlandse militairen zijn kritisch over wat ze bereikt hebben met hun missie, die na vijf jaar eindigt. „We laten Mali slechter achter dan we het aantroffen.”

Een man in Bamako toont een beschadigd manuscript, begin 2015. Tijdens de jihadistische bezetting van Timboektoe werd gevreesd voor de eeuwenoude verzameling teksten. Met steun van het Nederlandse Prins Claus Fonds werden in 2012 in het geheim honderdduizenden manuscripten geëvacueerd.
Een man in Bamako toont een beschadigd manuscript, begin 2015. Tijdens de jihadistische bezetting van Timboektoe werd gevreesd voor de eeuwenoude verzameling teksten. Met steun van het Nederlandse Prins Claus Fonds werden in 2012 in het geheim honderdduizenden manuscripten geëvacueerd. Foto Baba Ahmed/AP

In de brandende zon haalt een militair een open terreinwagen leeg. Even verderop spuiten twee anderen met een hogedrukspuit hun veldbedden schoon, ze zijn rood door het zand. Het is negen uur ’s ochtends en al ruim veertig graden. De wind brengt geen verkoeling, maar blaast een permanente heteluchtstroom door het kamp. De Nederlandse militairen pakken in om naar huis te gaan.

Want deze woensdag, 1 mei, eindigt na vijf jaar officieel de Nederlandse bijdrage aan de VN-vredesmissie Minusma in Mali. De meeste spullen gaan terug naar Nederland. Daarvoor is een speciale eenheid ingevlogen. Het streven is om op 1 september weg te zijn uit het West-Afrikaanse land.

Dat is nog een grote operatie: spullen moeten geïnventariseerd, ontsmet en op transport. Gevoelig materiaal, zoals munitie, gaat per vliegtuig. Grote voertuigen worden via Dakar in Senegal verscheept.

Zo brengen de militairen de laatste periode door, met opruimen in Camp Castor. Het kamp in de Noord-Malinese stad stad Gao ligt midden in de woestijn en werd gebouwd door de Nederlanders die in 2014 voor het eerst werden uitgezonden naar Mali. Dat ging moeizaam: door slechte planning kwamen er te veel militairen aan voordat het hele kamp gereed was. In de toen open eetzaal werden temperaturen van 67 graden gemeten.

Lees ook dit interview met Afrika-kenner Antoine Glaser: ‘Missie dient vooral Frans belang op wereldtoneel’

Goede wifi

In barre omstandigheden plaveiden ze de weg voor het kamp zoals dat er nu ligt: strak georganiseerd, opgeruimd en leefbaar. In vergelijking met andere missies, zeggen militairen, is dit kamp luxe. In grote bunkers zijn ruime kamers met stapelbedden, er is een grote eetzaal met veel keuze, goede wifi. En af en toe wat entertainment: afgelopen zaterdag vloog de afdeling Organisatie en Ontspanning nog een Nederlandse band in, met danseressen en een dj.

Ook de Duitsers, de Canadezen en een kleine groep Belgen zitten in het kamp. De leiding van het kamp ligt al een jaar bij de Duitsers.

Tijdens de officiële afsluitingsceremonie, dinsdagmiddag, staan de militairen van de langeafstandsverkenners, die inlichtingen verzamelden in het gebied, in strakke rijen opgesteld. Het Nederlandse volkslied speelt, daarna het Malinese. Er zijn lovende woorden en Nederland gaf officieel zijn mandaat terug aan de VN.

Lees ook: Wat heeft vijf jaar patrouilleren in de Sahel opgeleverd?

De aanblik van de ceremonie is militair, met tweehonderd militairen in vol ornaat. Maar de gastenlijst verraadt dat het vooral een feestje is van Buitenlandse Zaken. „Dat is ook absoluut de boodschap die we willen overbrengen”, zegt Jolke Oppewal, ambassadeur in Mali. „Militair vertrekken we wel uit Mali, maar als Nederland blijven we aanwezig.”

Zo blijven er wat politiemensen om de lokale politie te trainen. Er zitten twee stafofficieren bij de EU-missie, die ook nog actief is in het land, en er blijven wat mensen werken op het hoofdkwartier van de VN-missie. Ook lopen de projecten van de ambassade door, die gericht zijn op het versterken van de rechtsstaat en het geven van seksuele voorlichting aan de lokale bevolking.

De ruim 400 militairen die namens de VN in de Sahel bivakkeren, hebben in 2014 last van de hitte en zandstormen. Camp Castor is nog niet af. De militairen slapen grotendeels in tenten en hebben beperkte sanitaire voorzieningen, terwijl de temperatuur tegen de 60 graden loopt. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Opgetrokken wenkbrauwen

Bij Defensie kijken ze daar met opgetrokken wenkbrauwen naar. „De enige ambtenaar die Buitenlandse Zaken uitzond om iets op te bouwen hier, deed dat in dienst van Defensie”, zegt René Le Noble, de hoogste commandant van de militairen in Mali. „Haar taak was de bevolking te vriend houden, zodat onze jongens hun werk goed konden doen. Heel nuttig. Maar in het licht van de missie wel klein. Ik vind het een voorbeeld van hoe Den Haag kleine successen te groot maakt in het verhaal over wat we hebben bereikt.”

Het geeft de gemengde gevoelens weer die bestaan over wat Nederland in Mali heeft betekend. Bij Defensie vertrokken ze liever gisteren dan vandaag uit Mali. De krijgsmacht loopt op haar tandvlees: het materieel, dat door zand, hitte en de soms forse neerslag hard slijt, is toe aan reparatie of vervanging. De reden dat Nederland zich terugtrekt, is omdat de krijgsmacht het – na decennia van bezuinigingen – niet meer aankan.

Ook ligt de frustratie over de samenwerking binnen de VN aan de oppervlakte. Vanwege de logge, bureaucratische structuur van de organisatie, die weinig doortastend werkt. „Ik ben heel enthousiast over ons inlichtingenwerk”, zegt Le Noble. „Maar militair gezien hadden we mogelijk veel meer kunnen betekenen als we niet met de VN hadden gewerkt.”

Aan de officiële afsluitingsceremonie, deze dinsdag, nemen zo’n 200 militairen deel. Er zijn ook medewerkers van het Ministerie van Buitenlandse Zaken aanwezig. De diplomaten willen uitdragen dat de militairen weliswaar vertrekken, maar de betrokkenheid van Nederland bij Mali wordt voortgezet.

Foto Floor Boon
In 2014 begint de Nederlandse krijgsmacht met haar bijdrage aan de VN-missie in Mali. Het doel van de missie is stabiliteit en veiligheid brengen, Nederland draagt bij met verkenningen en het verzamelen van inlichtingen. De militairen worden gestationeerd in Camp Castor in Gao.
Foto Alexander Schippers/ANP
Minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) bezoekt in oktober 2014 de Nederlandse VN-missie in Mali, samen met commandant der strijdkrachten Tom Middendorp (links). In 2017 leidt een vernietigend rapport over het ongeluk met een mortiergranaat waarbij twee militairen omkomen tot hun beider vertrek.
Foto Evert-Jan Daniels/ANP

‘Niet de meest populaire missie’

Minister Ank Bijleveld (CDA), verantwoordelijk voor buitenlandse missies, ontbreekt bij de officiële afsluiting, de commandant der strijdkrachten Rob Bauer is er niet en ook staatssecretaris Barbara Visser (VVD) is afwezig, al is dit niet haar dossier. De hoogste in rang die wel aanwezig is, is de commandant der landstrijdkrachten.

Voor Defensie is dit ook niet de populairste missie, zeggen verschillende militairen. We verloren vier mensen, door ongelukken en we laten Mali slechter achter dan toen we er aankwamen, vertellen ze. De scheidslijnen in Mali waren altijd al etnisch, maar groepen gebruiken steeds meer geweld tegen elkaar. Eind maart werd een dorp uitgemoord en vielen zeker 130 doden. In Camp Castor wordt gefluisterd dat het niet gepast zou zijn, misplaatst zelfs, om de vlag te hijsen, terwijl het slecht gaat met de veiligheid in Mali.

Toch hadden vooral de militairen die de poort uit gingen graag erkenning gehad van boven in de hiërarchie. „De minister had hier moeten zijn”, zegt Hidde, die werkt voor de langeafstandsverkenners. „Dit was de grootste Nederlandse missie. Het geeft een signaal af dat ze er niet is.”

Op vliegbasis Eindhoven komen op 20 maart 2015 de lichamen aan van twee in Mali omgekomen militairen. De twee kwamen om het leven toen hun Apache-helikopter verongelukte bij een schietoefening. Het ongeluk werd veroorzaakt door een mankement in het besturingssysteem. Foto Evert-Jan Daniels/ANP

Lees meer over de door het Nederlandse Prins Claus Fonds geredde erfgoed uit Mali: Timboektoe wil zijn beroemde manuscripten terug