‘De Franse belastingbetaler denkt dat we in Mali zijn om terreur te bestrijden’

Antoine Glaser Afrika-kenner

Frankrijk leidt de militaire interventie in Mali, officieel om terreur te bestrijden. In werkelijkheid gaat het vooral om strategische en economische belangen.

Nog geen maand nadat Franse troepen in januari 2013 in Mali geïntervenieerd hadden, liet toenmalig president François Hollande zich toejuichen in hoofdstad Bamako. Het was, zei hij, „de mooiste dag uit mijn politieke carrière”.

Operatie ‘Serval’ had op verzoek van de Malinese regering opstomende radicale islamisten voor de poorten van Bamako weten te stoppen en de Malinezen wisten dat te waarderen.

Zes jaar verder zijn Franse troepen nog steeds in de regio actief, nu onder de naam ‘Barkhane’ en samenwerkend met de VN-missie Minusma. „Die operatie draait, cynisch gezegd, meer om Franse strategische belangen dan om het oplossen van lokale problemen”, meent de Franse Afrika-expert Antoine Glaser, auteur van Arrogant comme un français en Afrique (2016).

Lees ook: Moegestreden krijgsmacht verlaat Mali

Hoe ziet u de Franse interventie nu?

„Er is in Parijs consensus onder politici, militairen en experts dat ‘Serval’ noodzakelijk was. Misschien dat de jihadisten Bamako niet zouden innemen, maar ze stonden wel op het punt het hele noorden te controleren en een soort kalifaat te installeren. Het is goed dat dat voorkomen is. Maar de huidige operatie, Barkhane, staat steeds verder los van wat op de grond gebeurt. Het is mission impossible: 3.500 à 4.000 man op 5 miljoen vierkante kilometer. Dat is ondoenlijk.

Aan het begin stond zwart op wit dat Barkhane diende als snelle reactiemacht voor Minusma, maar ik heb de indruk dat dat nu minder het geval is. Het idee is dat de landen van de G5 Sahel [Mauritanië, Burkina Faso, Niger, Tsjaad en Mali] de veiligheidsrol gaan overnemen. Na vijftig jaar militaire samenwerking in Afrika weet Frankrijk heel goed dat zoiets niet snel geregeld is.

Probleem is dat Frankrijk zijn software in Afrika nooit echt heeft veranderd en dat leidt in Mali tot problemen. Franse interventies werken alleen als ze samen gaan met een algehele beheersing van het politieke proces, zoals vroeger in het systeem van Françafrique. Maar Frankrijk kan niet zomaar de president van Mali vervangen. President Macron zei in 2017 toen hij Mali bezocht: ik ben verantwoordelijk voor de dode Franse soldaten, maar het is aan jullie, Malinezen, om de rest te regelen.”

Wat doet Frankrijk daar dan nog steeds?

„Het officiële verhaal is de strijd tegen terrorisme. We leggen de Franse belastingbetaler uit dat we daar zijn om te voorkomen dat jihadisten hier aanslagen plegen. Maar alle aanslagen in Frankrijk zijn gepleegd door jongeren uit de banlieue.

Het is dus in werkelijkheid een geopolitieke kwestie: het behoud van de Franse positie op het internationale toneel. Frankrijk heeft zijn plek in de VN-Veiligheidsraad eigenlijk alleen nog te danken aan het feit dat het een nucleaire macht is en dat het militair aanwezig is in Afrika. Het heeft sinds het eind van de Koude Oorlog veel aan diplomatiek en economisch gewicht verloren, zelfs in de oude invloedssfeer in West- en Centraal-Afrika. Maar dat Frankrijk nu met China praat is omdat het aanvankelijk de enige westerse macht was met bases in Afrika. Frankrijk heeft de mondialisering van Afrika totaal onderschat. Die militaire presentie moet redden wat er te redden valt aan strategische en economische belangen.”

Had Frankrijk de Nederlandse bijdrage wel nodig?

„Frankrijk was heel blij met de Nederlanders, vooral vanwege de helikopters. Maar liefst doen Fransen alles alleen. Ze praten altijd een beetje minachtend over andere soldaten en hun ingewikkelde protocollen waar ze zich nog aan houden ook. Spreek je off-the-record met Franse politici of militairen, dan hoor je dat ze eigenlijk alleen geld en middelen willen. De kosten van buitenlandse operaties zijn enorm, zo’n miljard euro per jaar, en Frankrijk kan zich dat met alle andere problemen eigenlijk niet meer permitteren. De Nederlandse hulp is politiek sowieso heel nuttig geweest. Vooral ook om internationaal te laten zien dat Frankrijk in Afrika niet geïsoleerd stond.”