De taxateur schatte de woningwaarde veel te hoog

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week civiel recht: woningtaxatie en aanrechtschade.

Foto Erik van 't Woud/ANP

In opdracht van makelaardij Woonderij uit Sappemeer bepaalde een taxateur de onderhandse verkoopwaarde van een verbouwde woning in Groningen in 2007 op 625.000 euro en de executiewaarde op 550.000 euro. Op basis hiervan regelde de financiële dienstverlener ELQ uit Amsterdam voor de koper een ‘Quick Hypotheek’ van 546.250 euro. Enkele jaren later ging de bewoner failliet. De woning werd executoriaal verkocht en bracht slechts 215.000 euro op. Een flinke strop voor ELQ, dat de schade probeerde te verhalen op de taxateur en makelaar.

De rechtszaak die volgde, spitste zich toe op de vraag of de taxateur „de zorgvuldigheid heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht”. Voor de beantwoording schakelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in hoger beroep drie deskundigen in. Zij constateerden tekortkomingen in het taxatierapport en concludeerden dat de taxatiewaarde bij onderhandse verkoop destijds had moeten liggen op 475.000 à 525.000 euro. Uitgaande van een bandbreedte van 80 tot 85 procent van deze verkoopwaarde kwam dat neer op een executiewaarde van 380.000 à 446.250 euro.

Het hof schaarde zich vorige week achter de deskundigen. En omdat ELQ destijds een hypotheek verstrekte die nagenoeg overeenkwam met de verkeerd bepaalde executiewaarde, schat het hof in dat ELQ de maximumlening van 446.250 euro zou hebben verstrekt als de taxatie wel correct was geschied. Het verschil tussen de foute en goede executiewaarde (100.000 euro, plus rente vanaf mei 2013) komt, aldus het hof, voor rekening van de makelaar/taxateur. Voor de rest van de schade (231.000 euro) draait de financiële dienstverlener zelf op.

Uitspraak: ECLI:NL:GHARL:2019:3589