Bij Defensie is de ‘drill instructor’ verleden tijd

Fitheid in de krijgsmacht Sportinstructeurs bij Defensie lijken niet meer op de drilinstructeurs van vroeger. „Yoga-oefeningen helpen stress te reguleren.”

Militairen worden getraind op de Bernhardkazerne in Amersfoort. Bij de keuring hebben nieuwkomers voldaan aan minimumeisen voor hardlopen, tillen en marcheren met bepakking.
Militairen worden getraind op de Bernhardkazerne in Amersfoort. Bij de keuring hebben nieuwkomers voldaan aan minimumeisen voor hardlopen, tillen en marcheren met bepakking. Foto Olivier Middendorp

Dit is het ouderwetse beeld van de militaire training zoals we dat kennen uit Hollywood-films: een drill instructor jaagt een groep rekruten schreeuwend over een stormbaan, totdat de ‘privates’ bijkans bezwijken. De klassieker in het genre is de ‘Paula-scène’ uit de Vietmanfilm Full Metal Jacket, waarin de instructeur rekruut ‘Paula’ niet alleen kleineert, maar ook volledig uitput.

Dit is het hedendaagse beeld van de militaire training, zoals het Nederlandse ministerie van Defensie toont in een wervingsfilmpje voor sportinstructeurs in de krijgsmacht: jonge mannen en vrouwen bewegen zich energiek in een speelparadijs vol sporttoestellen. Er zijn zelfs yoga-instructeurs „die je zelfbeheersing” volgens de commentaarstem „naar een hoger plan tillen”.

Luitenant-kolonel Jan Maree, hoofd ‘opleidingen, trainingen en kennisproductie’ bij de landmacht, toont dit filmpje in zijn kantoor bij de kazerne in Amersfoort. Zijn 250 sportinstructeurs stomen jaarlijks duizenden militairen fysiek en mentaal klaar voor hun baan bij Defensie of voor speciale taken zoals missies. Die instructeurs lijken volgens Maree in niets meer op de dril-inspecteurs van vroeger, maar zijn specialisten, die hun trainingsprogramma steeds verrijken met nieuwigheden op het gebied van sport en leefstijl.

Dit artikel is onderdeel van een tweeluik over fitheid in de Nederlandse krijgsmacht. Lees ook: Wie militair wil zijn, moet door deze wasstraat

Yoga is zo’n nieuwigheid; op verschillende kazernes wordt daarin wekelijks lesgegeven. „Stel, je bent op uitzending en je hebt meegedaan aan diverse acties, dan moet je je daarna ontspannen”, zegt Maree, zeker als je bij die acties onder vuur hebt gelegen. „Dan kunnen yoga-oefeningen helpen stress te reguleren.” Het is een van vele voorbeelden die Maree opsomt in zijn enthousiaste verhaal – vol begrippen als „basisstofwisseling” en „motorische grondeigenschappen”.

Hiermee krijgt iedereen te maken in zijn of haar opleiding tot militair – „van spijkerbroek tot uniform” – of in de voorbereiding op een missie of oefening. Maar de ‘spijkerbroeken’ krijgen niet allemaal dezelfde programma’s voor lichamelijke oefening. Maree: „Een vrachtwagenchauffeur hoeft fysiek niet zoveel te kunnen als de infanterist die met zware bepakking zijn taken doet.”

Op grond van de fysieke eisen zijn alle functies ingedeeld in zes clusters, van zittend kantoorwerk (cluster 1) tot de extreem zware operaties van elite-eenheden als de commando’s (cluster 6). „De fysieke eisen voor het cyber-commando warfare zijn anders dan die voor de special forces. Die cyber-jongens en -meiden moeten wel basisfit zijn, maar niet zo fit als de commando’s”, zegt Maree.

Langlaufen en abseilen

Sportinstructeurs kijken bij aanvang of militairen een gezond gewicht hebben en testen ze op vijf „motorische grondeigenschappen”: kracht, uithoudingsvermogen, lenigheid, coördinatie en snelheid. Daarna kijken ze naar wat nodig is voor een functie of oefening. „Gaan ze naar Noorwegen, dan moeten de militairen leren langlaufen of skiën”, zegt Maree. Soms moet het niveau van een of meer eigenschappen omhoog. Dan maken de instructeurs daar een programma voor, met bijvoorbeeld extra krachttraining of een hindernisbaan voor de coördinatie.

Deze militaire ‘strength & conditioning’ is een van de vier pijlers van het programma lichamelijk oefening, naast militaire zelfverdediging (vechtsporten), werken op hoogte (bergbeklimmen, hindernisbaan) en levensstijl (voeding, slaap, omgaan met stress). In de sportlessen wordt een onderscheid gemaakt in leren, trainen en vormen, legt Maree uit. „Bij vormen worden persoonseigenschappen beïnvloed met behulp van sport.”

Als voorbeeld noemt hij het abseilen, ofwel hangend aan een kabel afdalen van een bergwand of klimtoren. Het is een vaardigheid, die wordt aangeleerd en getraind voor oefeningen en missies, maar die ook „wordt gebruikt om iemand in een situatie te brengen die hij of zij niet zo prettig vindt”. Zelfs als je geen hoogtevrees hebt, is abseilen spannend. „Dat geeft stress, het soort dat ze kunnen ervaren als ze onder vuur liggen. Wij kijken hoe iemand ermee omgaat en praten er over. ‘Hoe kun je het beter doen?’ Zo leer je mensen omgaan met stress en kun je ze ook mentaal trainen.”

De ideeën voor zo’n soort aanpak komen veelal van buiten de krijgsmacht, zegt Maree. „Om te beginnen zijn de instructeurs opgeleid aan instituten voor lichamelijke opvoeding, voordat ze hier kwamen werken.” Daarnaast bezoeken de instructeurs congressen en raadplegen ze kennisinstituten, zoals NOC*NSF. Onder invloed daarvan en van bijvoorbeeld clinics door bezoekende sportadviseurs van het Amerikaanse leger, is de lichamelijke oefening in het leger de afgelopen decennia ingrijpend veranderd.

Foto Olivier Middendorp

Een voorbeeld is het programma om af te vallen. Een soldaat met een te hoge BMI – een maat voor zwaarlijvigheid – moet op zijn of haar voeding letten; dat is nog altijd zo. „Maar daarnaast moest je vroeger vooral duurtraining doen om vet te verbranden, bijvoorbeeld langdurig hardlopen. Tijdens zo’n training verbrand je wel vet, maar zodra je onder de douche stapt, wordt de verbranding meteen minder”, zegt Maree. Het jongste inzicht is dat „je je basisstofwisseling op een hoger niveau” moet brengen: „Je moet spiermassa kweken, dan groeit je verbrandingsoventje en gebruik je meer calorieën op een dag dan met minder spieren. Daarom doen we nu meer krachttraining.”

Foto Olivier Middendorp

Sportinstructeurs in het Nederlandse leger hebben ook de tijd om zich in dit soort dingen te verdiepen. Dat is heel anders dan in bijvoorbeeld Duitsland, waar soldaten en officieren na een korte opleiding sportlessen geven naast hun gewone taken. Maree: „Onze instructeurs zijn er fulltime mee bezig. Ze moeten ook zich blijven verdiepen in trainingsmethodieken – bijvoorbeeld door opleidingen.”

Militair met smartwatch

Maree en zijn collega’s zijn nu bezig met een systeem waarmee instructeurs en militairen buiten de training contact kunnen houden. „Een militair krijgt een smartwatch en een smartphone met een app. Na toestemming van de militair kunnen de individuele trainingsgegevens opgeslagen worden, waarmee we contact hebben over het programma. Dat is met name van belang wanneer de eenheid niet op de kazerne aanwezig is, zoals bij oefeningen in het buitenland. Ook kunnen de gegevens gebruikt worden om de commandant te informeren over de fysieke gesteldheid van de eenheid.”

Het trainen van militairen lijkt door de persoonlijke benadering steeds meer op het trainen van topsporters, zegt Maree. „Schaatser Sven Kramer moet precies pieken op die ene dag op de Olympische Spelen. Bij ons moet een eenheid een paar maanden superfit in Afghanistan zijn.” En net als topsporters moeten militairen na een oefening of missie herstellen. Maree: „Inzicht in de belasting én belastbaarheid is essentieel voor de instructeur bij het verzorgen van een verantwoord trainingsprogramma.”

Foto Olivier Middendorp

De sportinstructeur staat daarmee heel ver af van de oude drill instructor. „Die dril-instructeur is de man die iedereen afmat en kapot laat gaan”, zegt Maree. „Maar als je alleen maar knalt, breek je uiteindelijk af wat je eerder met moeite hebt opgebouwd.”

Lees ook het eerste deel van dit tweeluik over de militaire keuring: Wie militair wil zijn, moet door deze wasstraat