De films die 1999 bijzonder maakten

Vier films Naast ‘The Matrix’, ‘The Blair Witch Project’ en ‘Fight Club’ waren er nog meer uitzonderlijke films in 1999. De filmredactie van NRC koos er nog vier: ‘Eyes Wide Shut’, ‘Office Space’, ‘Star Wars: The Phantom Menace’ en ‘Being John Malkovich’.

Met de klok mee: Eyes Wide Shut, Office Space, Being John Malkovich, Star Wars: The Phantom Menace.
Met de klok mee: Eyes Wide Shut, Office Space, Being John Malkovich, Star Wars: The Phantom Menace. Stills uit de films

‘Eyes Wide Shut’: Seksualiteit door een feministische lens

Zou het Filmfestival Venetië van 1999 de laatste keer zijn geweest dat Hollywoods powerkoppel Nicole Kidman en Tom Cruise hand in hand over de rode loper schreed? Of was dat sprookjeshuwelijk al voorbij toen Stanley Kubrick het echtpaar castte voor het koppel Bill en Alice in Eyes Wide Shut, een film over de onttakeling van het moderne huwelijk? Gaf hij met behulp van hun falende relatie aan de film een onmiskenbare dubbele bodem mee? Het gerucht ging dat Kubrick het stel naar een sekstherapeut had gestuurd. En ook dat er seksscènes in de montage waren gesneuveld. Echte. De Amerikaanse filmkeuring was alvast niet zo dol op de – overigens tamelijk cerebrale – orgie in het hart van de film.

In Eyes Wide Shut, die gebaseerd is op Arthur Schnitzlers Droomnovelle (1925), raakt dokter Bill (Cruise) in een acute identiteitscrisis als hij erachter komt dat zijn vrouw Alice seksuele fantasieën heeft en dat die haar eventuele trouw aan hem helemaal niet in de weg hoeven te staan. Misschien heeft het stel gewoon last van een ‘seven year itch’. Er is geen woord dat in het eerste kwartier van de film zo vaak valt als ‘getrouwd’.

Lees hier de oorspronkelijke recensie van Eyes Wide Shut

Een film lang dwalen we met Cruise door de erotische onderwerelden van New York. Hij is het die in Alice’ konijnenhol afdaalt, al blijven zijn spookbeelden, zeker twintig jaar later, allemaal wel heel erg negentiende-eeuws.

Anno nu is vooral baanbrekend dat het vrouwelijke personage ongeremd over haar seksualiteit kon praten. Daar worden nog steeds te weinig films over gemaakt.

‘Office Space’: flopte – en werd toch populair

In 1999 verwierpen filmhelden de gevangenis van de middenklasse voor dubieuze vrijheid: zie The Matrix, Fight Club en serieel Oscarwinnaar American Beauty. Zo grappig als in Office Space was dat nergens. In een jaar van hitkomedies – Election, Galaxy Quest, American Pie – flopte deze komedie van Beavis & Butthead-schepper Mike Judge. Maar een cultfilm werd het.

Office Space gaat over gesteriliseerde masculiniteit onder de tl-buizen van het kantoor. Programmeur Peter Gibbons leidt een stressvol, frustrerend bestaan in een cubicle van softwarebedrijf Initech. Zijn vriendin is een harpij die hem koeioneert terwijl ze overspel pleegt met een wel spannende man. Tot Peter onder hypnose wordt gebracht om zich te ontspannen en de hypnotiseur sterft voor hij ontwaakt. Volledig relaxed komt Peter nadien stelselmatig te laat, laat hij zijn werk versloffen en negeert hij zijn chef. Het efficiencyteam dat zijn afdeling terroriseert ziet dan opeens managementpotentieel in hem.

Lees hier de oorspronkelijke recensie van Office Space

Office Space zit vol legendarische types. Bange kantoormuis Lawrence die in de file gangstarap brult, maar ineenkrimpt als een zwarte dakloze passeert. Chef Bill Lumbergh met zijn eeuwige koffiemok, wiens informele toon peilloos sadisme maskeert. „Ahh, I’m also gonna need you to go ahead and come in on Sunday too, ’kay?” Milton de overbodige mompelman wiens cubicle blijft krimpen tot hij in de kelder belandt. Zijn houvast is een rode nietmachine – en ook die neemt chef Lumbergh hem af.

In de 21ste eeuw maakte die saaie kantoorvastigheid veelal plaats voor de onzekerheid van de flexwerker en zzp’er. Loonslaaf werd een luxepositie. Millennials kunnen wat troost putten uit Office Space.

‘Star Wars: The Phantom Menace’: Slechte kritieken, maar een miljard aan omzet

Fans keken er reikhalzend naar uit: er waren immers zestien jaar verstreken sinds de laatste Star Wars-film, Return of the Jedi. De verwachtingen waren hooggespannen, de teleurstelling enorm. Star Wars: The Phantom Menace, door George Lucas zelf geregisseerd, viel zwaar tegen. NRC zag een ‘bleke formulefilm’, maar ook fanatieke fans reageerden ontgoocheld. Een kinderfilm.

Ondanks deze kritiek bracht de film, evenals de vervolgdelen, wereldwijd meer dan een miljard op en blijkt hij in veel opzichten een pionier. Lucas wilde digitaal filmen, maar dat ging in 1999 nog (net) niet. Wel profiteerde zijn bedrijf Industrial Light & Magic (ILM) van de grote vooruitgang in CGI, special effects uit de computer. Acteurs klaagden over eenzaam acteren voor ‘green screens’, maar de werelden die Lucas zo schiep, roepen bewondering op: een onderzeese beschaving, de planeet Naboo en de hoofdstad van het keizerrijk Coruscant. Minder gedenkwaardig is de digitale creatie Jar Jar Binks, die in 1999 ook als racistische karikatuur werd gezien, tot ontzetting van ‘liberal’ George Lucas. Lucas pionierde bovendien met digitale projectie: The Phantom Menace werd in een paar zalen digitaal geprojecteerd. Nu is dat gemeengoed.

Lees hier de oorspronkelijke recensie van Star Wars: The Phantom Menace

Met alle vervolgdelen, opgepoetste heruitbreng van oude films en (geanimeerde) spin-offs was Lucas er eveneens vroeg bij; toen Disney Lucasfilm in 2012 voor 4 miljard op de kop tikte, was Star Wars al een onderbenut, maar verder kant-en-klaar ‘filmuniversum’, de nieuwe melkkoe van Hollywood. Het kostte Disney weinig moeite er een blockbustermachine van te maken.

‘Being John Malkovich’: freudiaans ten top

Het leek wel alsof alle films in het hoofd van filosoof René Descartes wilden kruipen om erachter te komen hoe hij in hemelsnaam ooit op de gedachte ‘Ik denk dus ik besta’ was gekomen. En hem uit te leggen dat zijn stelling helemaal niet zo logisch is als zij klinkt. Althans niet in films. Want in 1999 konden filmpersonages tegelijkertijd levend en dood zijn (American Beauty), uit twee of drie (game)identiteiten bestaan (eXistenZ) of eigenlijk alleen maar lichaam zijn (zoals in Beau travail).

Lees hier de oorspronkelijke recensie van Being John Malkovich

Geen film kroop zó letterlijk in iemands hoofd als Being John Malkovich, het filmdebuut van de hippe videoclipregisseur Spike Jonze en scenarist Charlie Kaufman. Letterlijk, want de plot draait om marionettenspeler Craig Schwartz (John Cusack) die een geheime ingang vindt in het brein van de acteur John Malkovich, in de jaren negentig bekend van het erotisch kostuumdrama Dangerous Liaisons en actiethriller Con Air.

Voorwaarde was wel dat Malkovich zo gek was om zelf mee te spelen. En dat was hij. Being John Malkovich is knotsgek en surrealistisch, maar ook droogkomisch en volkomen vanzelfsprekend. Freudiaans ten top, zeker als Malkovich in zijn eigen hoofd verdwijnt en daar een wereld van alleen maar ‘Malkovich, Malkovich, Malkovich’ uitkramende alter ego’s aantreft.

Waarom John Malkovich? Gewoon omdat die naam goed klinkt, verklaarde Kaufman later.