Brieven

Brieven

Een deel van het werk van de vorige week overleden Johan Witteveen lijkt te zijn ontsnapt aan het collectief geheugen (Briljant econoom, levenslang soefi, 27/4). Tijdens historisch onderzoek naar de invoering van de euro interviewde ik Witteveen hierover; iets waar hij als minister van Financiën in 1969 bij betrokken was toen de premier van Luxemburg het Wernerplan presenteerde. Dat plan was het eerste concrete voorstel voor de introdructie van een gemeenschappelijke munt in de Europese Economische Gemeenschap en zou later leiden tot de invoering van de euro. Volgens Witteveen was een gemeenschappelijke munt onvermijdelijk. Niet alleen maakte de steeds groter wordende kapitaalstromen de economie van landen steeds kwetsbaarder, ook de mogelijkheid van landen om hun valuta te revalueren of devalueren stond onder druk. Naar Witteveens mening vereiste het idee van een gemeenschappelijke munt vergaande overheveling van macht naar gemeenschappelijke instituties. Het was juist deze positie die Witteveen verdedigde in Europa. Voor Witteveen was de euro geen politiek project, maar een economische noodzakelijkheid die politieke concessies vergde.

Witteveen was kritisch op de verdere ontwikkeling van de monetaire unie. Zo stelde hij resoluut dat Griekenland nooit tot de eurozone toegelaten had moeten worden. Het is een uitspraak van iemand die in een politieke strijd over een munt louter het economisch belang wilde dienen. Witteveen heeft derhalve een zeer grote rol gespeeld in de totstandkoming van de euro. Het gedeeltelijke falen van de euro is geenszins te wijten aan nalatigheid van Nederland en zeker niet aan de inzet van Witteveen, die beschouwd moet worden als lovenswaardig icoon achter de invoering van de euro.


economisch historicus