Opinie

Afvoerputje

Ellen Deckwitz

Af en toe hoor ik mijn moeder een beetje uit, over hoe je dat nou het beste aanpakt, ouder worden. En zo vroeg ik haar deze week hoe het was om met pensioen te zijn. „Best oké”, zei ze, „maar er zijn wel dingen die je mist.”

„Studenten? Collega’s?”

„Je mogen ergeren.”

„Hè, wat? Niemand weerhoudt je daar toch van?”

„Nou”, lachte ze, „het leraarschap brengt irritaties met zich mee: de voorspelbare smoezen van leerlingen, het gezeur binnen een vakgroep, de hersenloosheid van roostermakers. Dat veroorzaakt ergernissen die tegelijkertijd stiekem kunnen worden gebruikt als een uitlaatklep voor andere frustraties. Zoals een onverwachte belastingaanslag, of een echtgenoot [schuine blik naar mijn vader] die zo hard snurkt dat het behang van de slaapkamerwand loslaat.”

„Dus ergernissen op het werk zijn naast vervelend ook handig omdat je daardoor kleinere frustraties kunt kanaliseren?”

„Precies. Iedereen doet het.”

Inderdaad, ik had ooit een baas die om een kleinigheid me de wenkbrauwen van het gezicht schreeuwde. Later bleek dat zijn vrouw die ochtend had aangegeven te willen scheiden.

Toen ik ’s avonds boodschappen deed was ik er nog steeds mee bezig. Het is natuurlijk begrijpelijk wanneer mensen zich willen afreageren, dacht ik, maar als je diverse frustraties op één iemand richt (die aan de meeste niets kan doen) is dat gewoon onrechtvaardig.

Al peinzend botste ik tegen een jonge vrouw op, waardoor haar mandje uit haar handen viel. Ik verontschuldigde me meteen, raapte haar spullen op. Ze keek me een tel witheet aan en ontplofte vervolgens, schold me de huid vol terwijl ze met een pak soepstengels zwaaide. Ik voelde me net Yvon Jaspers: Heel Erg Alleen. Ze raakte zo over de rooie dat de omstanders zeiden dat ze moest dimmen, waarop ze haar woede op hen richtte en hen uitmaakte voor respectievelijk bemoeials, fascisten en graftakken, waarop de omstanders in kwestie weer uit hun slof schoten en, tada, binnen luttele minuten was het Derde Wereldoorlog in de Albert Heijn.

Ik maakte me stilletjes uit de voeten. De medemens was veranderd in een afvoerputje voor frustraties en verdrietig genoeg begreep ik het. Want wie blijft onaangedaan voor het feit dat het bestaan doorgaans tegenvalt en oneerlijk is, hoe graag je ook wilt geloven dat er regels zijn, dat er dealtjes vallen te sluiten zodat je gespaard blijft van pijn en tegenslag. En zo degraderen we de medemens tot een stortplaats voor frustraties en bevind je je op een zondagavond in een supermarkt waar iedereen tegen elkaar schreeuwt en niemand nog enig idee heeft waarom, behalve dan dat het leven kort en teleurstellend is, en dat, hoe hard je ook roept, dat nooit zal veranderen.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.