Kunstenares Jacqueline Duhême in haar atelier: leerling van Matisse

Gallimard Jeunesse

Het leven van Frankrijks beroemdste illustratrice van kinderboeken

Interview Jacqueline Duhême De Franse illustratrice en reportage-tekenaar Jacqueline Duhême (91) exposeert in Parijs en vertelt over haar werk en vriendschappen met vele grootheden, van Picasso tot de Kennedy’s.

Op haar achttiende was ze het hulpje van Henri Matisse. Op haar negentiende ontmoette ze de dichter Paul Éluard: liefde op het eerste gezicht. Hij introduceerde haar bij Man Ray die haar portretteerde. Vlak daarna ontmoette ze de dichter en schrijver Jacques Prévert die haar opnam in zijn gezin. Ze ging om met Picasso, Colette, Chagall, met Louis Aragon en Elsa Triolet. Twintig jaar werkte ze voor het tijdschrift Elle: ze tekende reportages en stond mede aan de wieg van het avonturenstripverhaal. Ze schetste het bezoek dat Jacqueline en John F. Kennedy eind jaren vijftig aan Europa brachten, raakte met het presidentiële echtpaar bevriend en vergezelde hen op hun reis naar India en Pakistan. Ze begeleidde Charles de Gaulle door Zuid-Amerika en tekende wat ze zag. Ging paus Paulus VI voor het eerst naar het Heilige Land? Duhême ging mee. Ze illustreerde Monsieur Ouiplala, de Franse vertaling van Wiplala van Annie M. G. Schmidt. Op reportage in Nederland in de jaren tachtig trof ons land haar als een klein, lieflijk land, ‘une petite kermesse’.

Hond (Chien), illustratie van Duhême (65x46cm) Jacqueline Duheme

De lessen van Matisse

Nu heeft Jacqueline Duhême (91), Frankrijks beroemdste illustratrice van kinderboeken, een overzichtstentoonstelling in de Bibliothèque Forney in Parijs. Tekeningen, boekcovers, wandtapijten, door haar ooit aan vrienden verzonden enveloppen met schetsen van haar hand. Foto’s. Ook die beroemde foto waarop ze, balancerend op een wiebelende houten trap in het atelier van Henri Matisse, door hem uitgeknipte figuren hoog op de muur prikt. Op haar achttiende werd ze assistent van de schilder. Alles heeft ze van hem geleerd, vertelt ze in haar huidige atelier in Parijs. Discipline, doorzettingsvermogen, het vermogen streng te zijn voor jezelf. Maar ook hoe je de verf aanbrengt, hoe je je kwasten moet verzorgen, hoe je een heldere kleur blauw maakt. „Altijd blijven kijken met de ogen van een kind!”, leerde Matisse haar.

Weeskind uit Grieks klooster

Niets voorspelt Duhêmes internationale carrière. Haar vader, een Griekse student, verdwijnt na de conceptie, haar moeder laat haar als klein meisje in een Grieks klooster achter, nonnen brengen haar terug naar Frankrijk. Ze gaat van weeshuis naar opvangcentrum, krijgt onderwijs in kloosters en gaat, vanwege haar tekentalent, een blauwe maandag naar de kunstacademie. In de vakantie hoedt ze koeien op het platteland, om in haar onderhoud te voorzien werkt ze in de fabriek. Ze wordt lid van de communistische vakbond, die literaire avonden organiseert.

Omslag van ‘Jacqueline Kennedy et Jacqueline Duhême partent en voyage’ over de Europese reis van Jacqueline Kennedy Onassis. Editions Gallimard, Paris

Bibliothèque l’Heure Joyeuse, Paris

Ze ontmoet Paul Éluard. Als ze in 1948 in Nice werkt als babysitter, ziet ze de toen al beroemde schilder Matisse lopen in zijn tuin. Ze schrijft hem, stopt er een paar van haar tekeningen bij: denkt hij dat ze talent heeft? Een half jaar later wordt ze zijn atelierassistente. In zijn voetsporen wordt ze een begaafd aquarelliste, met een voorkeur voor tekeningen, met name voor jeugdliteratuur. Geen onderwerp mag onbesproken blijven, vindt ze.

Grote namen strikken

Grote schrijvers en dichters van haar tijd weet ze te bewegen verhalen en gedichten voor haar te schrijven die zij vervolgens illustreert. Ze weet auteurs die er nooit over hebben gepeinsd voor een jong publiek te schrijven te strikken: Paul Éluard, Jacques Prévert, Robert Badinter, Jules Supervielle, Miguel Angel Asturias. Ook illustreert ze werk van Astrid Lindgren, Annie M.G. Schmidt, Raymond Queneau en Vercors. Haar autobiografie publiceert ze in de vorm van tekeningen, eerst is er Petite main chez Henri Matisse (2009), later Une vie en crobards (2014).

De drukbezochte expositie in de Bibliothèque Forney in Parijs laat het allemaal zien: de boekomslag van L’opéra de la lune van Jacques Prévert, die van L’enfent de la haute mer van Jules Supervielle, de geïllustreerde Verklaring van de Rechten van de Mens van Robert Badinter. Een aantal van haar grote wandtapijten hangt er – ze doen strak en modern aan –, net als ontwerpen voor de schutbladen van luxe uitgegeven boeken, die nu voor hedendaags design zouden kunnen doorgaan.

Duhême is niet van plan om met pensioen te gaan. „Ik heb het veel te druk, voor het eind van de week moet ik deze vijftig exclusief gedrukte en genummerde exemplaren van Prévert hebben ingekleurd, allemaal handwerk”, zegt ze. „Ze gaan zo’n 1.250 euro per stuk kosten. Er is veel vraag naar.”

Omslag van Duhême voor kinderboek van Miguel Angel Asturias, L’homme qui avait tout, tout, tout.

Jacqueline Duheme