Sri Lanka vreest voor nog meer aanslagen

Extremisten zouden zich willen vermommen als militairen om aanslagen te plegen op verschillende plekken in het land, schrijft de veiligheidsdienst aan het parlement.

Een militair bewaakt een kerk in Colombo.
Een militair bewaakt een kerk in Colombo. Foto Jewel Samad/AFP

De Sri Lankese autoriteiten vrezen voor nieuwe aanslagen. Een hooggeplaatste functionaris van de veiligheidsdiensten heeft het parlement in een brief gewaarschuwd dat er nog een „golf van aanslagen” plaats zou kunnen vinden in het land, meldt persbureau Reuters maandag. Een groep extremisten zou zich willen verkleden als militairen en een busje willen gebruiken bij aanslagen op vijf plekken.

Volgens de informatie van de veiligheidsdiensten wilden de terroristen zondag of maandag de aanslagen uitvoeren. Zondag is er voor zover bekend niets gebeurd. Een van de doelwitten die genoemd wordt in de brief aan het parlement is in de stad Batticaloa, waar op Paaszondag 27 mensen omkwamen bij een zelfmoordaanslag in een kerk.

Sinds de bloedige aanslagen in het Paasweekend, verkeert Sri Lanka in de opperste staat van paraatheid. De politie en het leger zijn bezig met een klopjacht op handlangers van de terroristen, inmiddels zijn tientallen verdachten opgepakt. Bij invallen en huiszoekingen kwam het afgelopen weekend tot vuurgevechten tussen de politie en vermoedelijke militanten. Zeker zestien mensen kwamen om.

Lees ook: De roep om het aftreden van de president klinkt steeds luider in Sri Lanka

Vrienden en familie

De Sri Lankese regering vermoedt dat twee kleine jihadistische groeperingen, de National Thowheeth Jama’at (NTJ) en Jammiyathul Millathu Ibrahim, achter de aanslagen zitten. Beide groeperingen zijn afgelopen weekend verboden door president Maithripala Sirisena. Terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) heeft de verantwoordelijkheid opgeëist. Het is vooralsnog niet duidelijk of de terroristen geïnspireerd waren door IS, of dat de terreurgroep daadwerkelijk heeft meegewerkt.

Premier Ranil Wickremesinghe maakte eerder bekend dat een „hecht groepje” van vrienden en familie verantwoordelijk is voor het geweld. Zij spraken voornamelijk in het echt met elkaar, vermoedelijk om te voorkomen dat ze afgeluisterd zouden worden.