Promovendi klagen over ‘eenzijdig’ onderzoek

Integriteit Onderzoekers hebben een proef in Groningen met student-promovendi onjuist onderzocht, vindt het netwerk voor promovendi.

Het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) dient deze dinsdag een klacht in tegen een onderzoeksinstituut van de Universiteit Twente wegens schending van de wetenschappelijke integriteit. De klacht betreft een onderzoek naar een experiment met student-promovendi aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Volgens het PNN zou het Twentse onderzoeksinstituut, het Center for Higher Education Policy Studies (CHEPS), eenzijdig onderzoek doen. Het CHEPS maakt een tussenevaluatie in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). „Er is sprake van de schijn van partijdigheid en inmenging door de Rijksuniversiteit Groningen”, zegt Anne de Vries, voorzitter van het PNN. Dit blijkt uit de wijze van onderzoek en de klachten van student-promovendi die bij dat onderzoek betrokken waren.

Anders dan in veel andere landen zijn promovendi in Nederland vaak geen student, maar werknemers in dienst van de universiteit. Student-promovendi krijgen daarentegen een beurs in plaats van een salaris met pensioenregeling.

Door de besparingen zou de universiteit extra promovendi kunnen aannemen. Omdat de student-promovendi geen college horen te geven, moet de universiteit wel extra docenten betalen. Buitenlandse promovendi die een kleine eigen beurs meenemen, worden tot op Nederlands niveau opgehoogd.

Lees ook: Helft van de promovendi is vrouw, maar cum laude krijgen ze zelden

De Rijksuniversiteit Groningen wil toestemming om het aantal student-promovendi te verdubbelen. Minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) voelt daar niet zoveel voor, maar in de Tweede Kamer groeit het animo ervoor wel.

Het PNN klaagt over sturing door de onderzoekers. Het CHEPS heeft geen eigen kwantitatief onderzoek gedaan, maar baseert zich op eerdere peilingen van Groningse onderzoekers in opdracht van de universiteit zelf. Om privacyredenen konden de onderzoekers de vragenlijsten niet inzien.

De leiding van het experiment heeft deels zelf degenen uitgekozen met wie de onderzoekers van CHEPS mochten spreken. In de uitnodigingsbrief werd gezegd dat de universiteit hoopt op een „positieve evaluatie”. Hoewel het PNN mocht helpen bij de organisatie van een rondetafelgesprek met promotiestudenten, vonden die dat hun klachten te weinig in de rapportage aan bod kwamen.

Burn-outklachten

Volgens een student-promovendus die bij het rondetafelgesprek aanwezig was, werd „het gesprek bepaalde kanten op gestuurd”. Hij wil niet met zijn naam in de krant uit angst voor repercussies. „Een aantal onderwerpen, zoals de burn-outklachten onder promovendi en dat promotiestudenten aan sommige faculteiten drie in plaats van vier jaar voor hun promotie krijgen, kwamen niet terug in de evaluatie. Daar schrok ik van.”

Ben Jongbloed, onderzoeker bij het CHEPS, vindt het erg vroeg om te reageren, nu het rapport nog niet uit is. „OCW heeft onze werkwijze goedgekeurd en het PNN heeft alleen een conceptversie van het rapport gezien. De onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen waren onafhankelijk. Wij hebben geen belang bij een positieve evaluatie. We hebben geen vragenlijsten van individuen gezien maar wel de geaggregeerde data van het Groningse onderzoek gebruikt. Ik heb tig mensen gesproken maar we moeten keuzes maken wie we citeren. Dat sommige promotietrajecten nu drie in plaats van vier jaar duren, lijkt me risicovol, maar staat los van het experiment.”

Correctie (30 april 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat over de promotiebeurs voor studenten geen sociale premies worden betaald. Dat gebeurt deels wel, maar er is geen pensioenregeling. Dat is hierboven aangepast.