Volt-lijsttrekker Reinier van Lanschot (links) en Volt-oprichter Andrea Venzon.

Foto Merlijn Doomernik

Pro-Europese idealisten, ze bestaan nog

Reinier van Lanschot en Andrea Venzon Europa speelt te weinig klaar, vindt de nieuwe partij Volt. Toch is Volt zeer pro-Europees. „De EU heeft mijn leven gedefinieerd.”

Nota bene in Italië is het niet gelukt. Als oprichter van de pan-Europese partij Volt had Andrea Venzon (27) in mei graag in zijn thuisland willen meedoen aan de EU-verkiezingen. Maar het lukte niet om genoeg handtekeningen te verzamelen. Zo leerde de voorman van een groep pro-Europese idealisten die Europa wil veranderen, hoe weerbarstig de Europese politiek in werkelijkheid is.

Het was ondoenlijk, legt een zichtbaar teleurgestelde Venzon uit bij een bezoek aan het Nederlandse Volt-kantoor, op een troosteloos bedrijventerrein naast het Amsterdamse metrostation Overamstel. „Om deel te mogen nemen aan verkiezingen in Italië moet je 150.000 handtekeningen verzamelen”, zegt hij. „Elke krabbel moet notarieel worden vastgelegd.”

De huidige, langs nationale lijnen georganiseerde EU is pan-Europese partijen niet gunstig gezind, zegt Venzon. Ook elders doken „democratische barrières” op. In Frankrijk moeten partijen hun stembiljetten zelf drukken en distribueren. „Alleen dat kost al 1 miljoen euro. Voor een jonge partij is dat niet te doen.”

En dus doet Volt niet in tien, maar acht landen mee aan de verkiezingen: Bulgarije, Zweden, Nederland, Luxemburg, België, Spanje, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Hoe kan er, vraagt Venzon zich af, ooit „een pan-Europese publieke ruimte” ontstaan met zulke grote verschillen in nationale kiessystemen? „Dat is een vergissing.”

Hij probeert opgewekt te klinken. Maakt grapjes over de eindeloze hoeveelheid bankstellen waarop hij al heeft geslapen tijdens de campagne. Over het slechte eten in Nederland. „Taal zal in Europa altijd de grote uitdaging blijven, maar de Europeaan bestaat – daar ben ik van overtuigd. Ik zie het overal: mensen hebben dezelfde angsten en verlangens. Maar mijn vooroordeel over Nederlands voedsel is bevestigd. Al vond ik de bitterballen wel lekker.”

Natuurlijk is hij trots dat de partij die hij twee jaar geleden oprichtte nu echt bestaat. Het was de Brexit die hem wakker schudde, vertelt hij. „Ik ben zelf geboren in het jaar dat het Verdrag van Maastricht werd getekend. De EU heeft altijd mijn leven gedefinieerd. En dat leek opeens in gevaar te komen. Toen dacht ik: we kunnen niet blijven zwijgen.”

Inmiddels telt Volt 25.000 leden in dertig landen. Bij de Europese verkiezingen hoopt de partij „één tot tien zetels” te halen. Maar straks, in mei, kan in Italië niemand op Andrea Venzon stemmen. Hij staat wel op de lijst in het Verenigd Koninkrijk.

De nummer één op de Nederlandse Volt-lijst, die hoopt namens de partij in het Europees Parlement te komen, is Reinier van Lanschot (29). Hij heeft zijn baan bij supermarktconcern Ahold opgezegd. „Er is geen plan B”, zegt hij in de keuken van het Volt-kantoor. „Ik was in het begin behoorlijk cynisch, hoor. Deze mensen waren niet bekend en hadden geen geld en geen ervaring. Maar ik vond ook dat mainstreampartijen zich zeer weifelend opstelden. En hier was opeens iemand die zei: we gaan iets doen.” Hij wijst naar Venzon, die naast hem zit.

Volt is niet een beetje pro-Europees, maar is dat zeer uitgesproken. „We zijn voorstander van een federaal Europa”, zegt Venzon. „We hebben geen superstaat nodig en we moeten ook niet hebben dat Europa ons vertelt hoe bananen eruit moeten zien. Maar als het gaat om veiligheid, grenzen, migratie of klimaat? Bij elke crisis in de afgelopen jaren ontbrak Europa of speelde het te weinig klaar.”

Van Lanschot vult aan: „Wij zeggen helemaal niet dat de EU perfect is. Het moet transparanter, socialer en democratischer. Met die analyse van eurosceptici is wat dat betreft weinig mis. Maar vervolgens stellen ze voor om het hele gebouw plat te branden, terwijl ik het wil verbeteren.”

Venzon: „De oude energie waarmee de EU is gebouwd, is verloren geraakt. En wij moeten die energie terugbrengen. Als we niet bij elkaar blijven, zal uiteindelijk geen enkel EU-lid meer een stem hebben op het internationale toneel.”

Sinds Volts oprichting zijn overal in Europa populistische partijen opgekomen. In Italië zitten populisten, onder wie Matteo Salvini van de extreem-rechtse Lega Nord, in de regering. In Nederland werd Forum voor Democratie, dat een kritisch EU-standpunt uitdraagt, de grootste partij tijdens de Provinciale Staten-verkiezingen. Venzon vindt dat niet ontmoedigend. „Dit is precies waarom we bestaan. Wij hebben nu één Salvini. Over een paar jaar zijn het er misschien meer. Hoe erger de crisis, hoe meer wij zullen gaan pieken.”

Dankzij de opmars van Thierry Baudet heeft Volt er in Nederland leden bij gekregen, stelt Van Lanschot. Zes maanden geleden had Volt nog geen duizend leden, nu zijn dat er vijftienhonderd. „In mijn omgeving vonden mensen Baudet aanvankelijk grappig”, zegt hij. „Maar dat is nu wel voorbij.” Ook de Brexit, en de politieke impasse die hierdoor is ontstaan in het Verenigd Koninkrijk, helpt Volt, denkt Van Lanschot. „De huidige chaos bewijst elke dag weer dat samenwerken uiteindelijk meer oplevert.”

Het tweetal is ervan overtuigd dat Volt zal groeien als „pro-Europees, nieuw geluid”. Maar ze geven toe dat ze hun verwachtingen hebben moeten bijstellen. „In het begin dacht ik nog wel eens: dit wordt een golf, we gaan iedereen omverblazen”, zegt Van Lanschot. „Ik besef nu veel meer dat dit een project van de lange adem wordt. Als ik iets geleerd hebt, is het wel dit: hoe meer je over Europa weet, des te minder je weet.”

Driekwart van de achterban van Volt is rond de dertig jaar oud. Grofweg de rest is zestigplus. Logisch, vindt Venzon. „Ik heb gemerkt dat Europa onder jongeren eigenlijk totaal geaccepteerd is. En ook onder mensen die al veel ouder zijn en de naweeën van de oorlog nog hebben meegemaakt. De groep daar tussenin is problematischer. Die is moeilijker aan te spreken.”

Van Lanschot is net voor de val van de Berlijnse Muur geboren, zegt hij. „Voor mij is Europa een gegeven. De lijnen op de kaart zeggen me niets, en dat geldt ook voor veel bedrijven. Ik krijg altijd het gevoel dat de politiek achterloopt op wat er in de praktijk gebeurt.” Sinds het begin van zijn politieke avontuur is zijn respect voor politici wel gegroeid. „Ze werken heel hard en krijgen veel shit over zich heen.”