Links wint, formeren wordt lastig

Spanje De sociaal-democraten vechten zich terug als grootste partij, maar moeten steun zoeken bij uiterst links en regionationalisten.

De Spaanse premier en leider van de sociaal-democraten Pedro Sánchez viert zijn verkiezingsoverwinning zondagavond met zijn aanhangers in Madrid.
De Spaanse premier en leider van de sociaal-democraten Pedro Sánchez viert zijn verkiezingsoverwinning zondagavond met zijn aanhangers in Madrid. Foto Bernat Armangue/AP

Pedro Sánchez (47) heeft met zijn PSOE een dubbele overwinning behaald bij landelijke verkiezingen in Spanje. De sociaal-democraten van de demissionaire premier zijn voor het eerst sinds 2008 weer de grootste partij van het land.

Links Spanje kan ook opgelucht vaststellen dat het rechtse blok van de Volkspartij (PP), Ciudadanos en uiterst-rechtse nieuwkomer Vox bij lange na geen meerderheid haalde. De opkomst was met ruim 75 procent onverwacht hoog: linkse kiezers lijken uit vrees voor een rechtse coalitie in grotere getale te zijn opgekomen.

Het smeden van een links meerderheidsblok wordt echter een grote uitdaging voor Sánchez. Naast de radicaal-linkse protestpartij Podemos heeft hij ook de steun van progressieve Catalaanse separatisten nodig.

Door een soortgelijke coalitie te smeden, kwam Sánchez juni vorig jaar verrassend aan de macht – na een door hem ingediende motie van wantrouwen tegen de minderheidsregering van de conservatieve premier Mariano Rajoy. Met gedoogsteun van Podemos en Catalaanse en Baskische nationalisten, werd de Madrileen premier met slechts 85 van de 350 zetels. Dat was een bijzondere comeback.

Lees ook: zo werd Pedro Sánchez in juni 2018, na een slimme zet, plots de premier van Spanje

Na nederlagen in december 2015 en juni 2016 was hem juist het verval van de sociaal-democraten aangewreven. Vriend en vijand verweten hem ook dat hij een minderheidsregering van Rajoy bleef blokkeren, waardoor Spanje lang stuurloos bleef.

Sánchez bleek echter een vechter. In mei 2017 kozen partijleden hem wederom tot leider. Van een afstand keek hij toe hoe de oude rivaal, de PP, in de ene na de andere corruptie-affaire verstrikt raakte. Vorig jaar bracht hij de rechtse Rajoy slim ten val.

Als premier slaagde hij er vervolgens in met een reeks sociale maatregelen de PSOE uit een heel diep dal te trekken. Maar ook zijn eigen minderheidscoalitie kwam begin dit jaar na ruim acht maanden ten val. Er kwam een eind aan de gedoogconstructie met de Catalaanse separatisten toen die onmogelijke eisen stelden in ruil voor steun aan de begroting.

De verkiezingsuitslag. Tekst loopt door onder de graphic:

Klassieke strijd: links-rechts

Na al deze instabiliteit lijkt de gevestigde orde van PP en PSOE eindelijk in te zien dat coalitievorming onvermijdelijk is. Maar niet door het midden.

Ook regionale verkiezingen in Andalusië maakten eind vorig jaar duidelijk dat het politieke landschap sterk versplintert. Voor het eerst in 40 jaar veranderde de regioregering er van kleur: PP en Ciudadanos grepen met gedoogsteun van Vox de macht.

Conservatief Spanje zag dit ‘pact van Andalusië’ als blauwdruk voor de nationale verkiezingen. PP en Ciudadanos gingen liever voor de macht dan voor een cordon sanitaire tegen Vox. Ze omarmden elkaar, lieten zich niet uit over Vox en richtten hun kritiek op links en op de Catalaanse separatisten. Samenwerken met PSOE sloten ze uit, wegens Sánchez’ samenwerking met de Catalanen en Basken.

Deze strategie levert rechts nu evenwel geen meerderheid op. De PP verloor ruim drie miljoen kiezers en tientallen zetels. Ciudadanos profiteert daarvan minder sterk dan gehoopt. Alleen nieuwkomer Vox mag zich een winnaar noemen.

Catalanen lastig te verleiden

Door deze polarisering ontstond een klassieke strijd tussen rechts en links. Nu in de vorm van twee blokken met radicale uitersten. Zo werd Sánchez juist gedwongen toenadering te zoeken tot Pablo Iglesias en diens Podemos. Dat de twee veertigers bij de vorige verkiezingen als vijanden tegenover elkaar stonden, was alweer vergeten. Sánchez stelde in de laatste dagen van de campagne opportunistisch dat hij met Iglesias wil regeren.

Maar dit zal alleen kunnen met steun van politici uit Catalonië. Daar wonnen de linkse separatisten van ERC van de centrum-rechtse separatisten van JxCat. Sánchez heeft in ieder geval de steun van ERC nodig voor een stabiele meerderheid. Die krijgt hij niet zomaar. ERC-leider Oriol Junqueras zit in de cel en hangt een straf van 25 jaar voor onder meer rebellie boven het hoofd na zijn rol in het illegale afscheidingsreferendum in 2017.

De afloop van dit proces bedreigt zo de formatie. ‘Formateur’ Sánchez kan niet op de stoel van de rechter gaan zitten. Of hij de linkse separatisten met een pakket sociale maatregelen en financiële toezeggingen wel over de streep kan trekken, is de vraag.