Geterroriseerd door wapengeweld

Palestijnse gemeenschap in Israël Onder Palestijnen in Israël bestaat veel vuurwapengeweld. Ontbreekt de politieke wil om criminaliteit aan te pakken?

‘Ik rende het huis uit en zag mijn vader op straat liggen”, vertelt Kayan Taha (29). „Nadat mijn echtgenoot mijn vader had neergeschoten, reed hij terug om mij dood te schieten. Zo ver is hij gelukkig niet gekomen.” Ali Taha (54) werd in februari op klaarlichte dag doodgeschoten op een centraal plein in Kfar Qassem.

Terwijl Palestijnse Israëliërs maar 20 procent van de Israëlische bevolking uitmaken, vindt tweederde van de moorden plaats in deze gemeenschap, blijkt uit cijfers van de politie. In 2018 kwamen zeventig Palestijnse Israëliërs om door vuurwapengeweld, en sinds begin dit jaar vielen er al zeker zes doden.

„Palestijnse gemeenschappen in Israël worden geterroriseerd door wapengeweld”, zegt Rela Mazali van Gun Free Kitchen Tables, een alliantie van non-gouvernementele organisaties. „Zo’n bange, murw geslagen gemeenschap komt de staat Israël goed uit.”

Kayan Taha zit bleekjes op de bank in haar ouderlijk huis, omringd door familieleden. Een week nadat zij terug naar haar ouders was gevlucht na tien jaar ongelukkig huwelijk, waarin haar man Mohammed haar voor de ogen van hun dochtertjes mishandelde, kwam hij verhaal halen. Het is nog een geluk dat er bij de schietpartij geen omstanders zijn gedood, zegt haar nichtje Amira Aissa (31) met een schuine blik op Kayans jongste dochtertje Emas (3), die op de grond zit te kleuren. „Het was het tijdstip waarop de scholen uitgingen.”

Criminele bendes

Volgens Gun Free Kitchen Tables (GFKT) zijn vrouwen vaak slachtoffer van vuurwapengeweld door de beschikbaarheid van wapens in huis. Hoewel politie en veiligheidsdiensten geen precieze gegevens beschikbaar stellen, schat GFKT dat er mogelijk 400 duizend illegale vuurwapens in omloop zijn, naast ruim 300 duizend geregistreerde wapens. Veel illegale wapens zijn in handen van criminele bendes, die volgens de Palestijns-Israëlische activiste Nabila Espanioly steeds meer macht krijgen in Arabische wijken en steden in Israël. ,,In sommige wijken durven mensen niet eens meer de straat op.”

Vorig jaar verruimde Gilad Erdan, minister van Openbare Veiligheid, de criteria voor mensen om wapens te dragen. „Israël is een gemilitariseerde maatschappij, die denkt dat meer wapens meer veiligheid betekent”, aldus Rela Mazali. ,,Maar het is andersom: hoe meer wapens, hoe meer doden.” Het overgrote deel van de illegale wapens komt bovendien uit legale wapenvoorraden, zoals van het leger. GFKT heeft bij het Hooggerechtshof een petitie ingediend tegen de verruiming van de wapenwetten. In mei komt er een hoorzitting.

Na de recente schietpartij in Kfar Qassem kon de politie de schutter direct oppakken; er reed toevallig een politieauto in de straat. Dat is volgens familieleden van het slachtoffer uitzonderlijk. „Mohammed was verrast dat de politie hem meteen inrekende”, vertelt Amira Aissa. „Er zijn hier al heel wat moorden gepleegd zonder dat de dader werd gepakt.” In Israëlische plaatsen met een overwegend Arabische bevolking heerst een groot wantrouwen jegens de politie. „Ze zijn er alleen om ons te controleren, niet om ons te beschermen”, zegt restauranthouder Merjane Waadari (40), die de schietpartij vanaf het plein zag gebeuren.

Volgens activiste Nabila Espanioly ontbreekt de politieke wil om de criminaliteit in de Palestijnse gemeenschap aan te pakken. „Zodra er een moord wordt gepleegd in een joodse stad, zit de moordenaar binnen de kortste keren achter de tralies”, zegt zij. „Maar de Arabische gemeenschap is onzichtbaar.” Volgens een rapport uit 2018 van de Israëlische NGO Abraham Fund Initiatives is er al decennia een combinatie van te veel en te weinig politieoptreden in Arabische wijken en steden: een trage respons bij incidenten en een laag slagingspercentage in het oplossen van misdaden, versus een agressieve, bijna militaire benadering van Palestijnse Israëliërs bij bijvoorbeeld demonstraties.

De politie ontkent dat er minder prioriteit wordt gegeven aan misdaad onder Palestijnse Israëliërs. In 2016 werd een vijfjarenplan gepresenteerd met een budget van ruim 2 miljard shekel (bijna 500 miljoen euro) om meer politiebureaus te openen in Arabische steden en dorpen, bestaande bureaus te versterken en politieagenten uit de gemeenschap zelf te werven. Eind 2018 werd echter bekend dat het geplande budget met 400 miljoen shekel was gekort.

De extra politiebureaus helpen volgens Espanioly nauwelijks. „Het gaat er niet om hoeveel er zijn, maar wat ze doen.” Er is te weinig capaciteit om zaken op te lossen, en er zijn te weinig Arabisch sprekende agenten. „Er wordt gezegd dat mensen niet meewerken met de politie, maar dat komt doordat ze bang zijn”, vult Mazali aan. „Ze kunnen er niet op rekenen dat ze worden beschermd.”

Marginalisering

Het toenemende geweld is volgens de activisten onderdeel van de marginalisering van de Arabische gemeenschap. Het onderwijsniveau van Palestijnse Israëliërs is lager dan van joodse Israëliërs en de werkloosheid hoger. „Het is ieder voor zich geworden”, zegt Espanioly. „Het idee is: als je een wapen hebt, heb je macht.” De opkomst van slechts 50 procent bij de recente parlementsverkiezingen laat zien hoe weinig vertrouwen Palestijns-Israëlische kiezers hebben in de politici die hen zouden moeten vertegenwoordigen. Het geweld stopt volgens Espanioly alleen als overheid en gemeenschap zich het probleem gaan aantrekken.

Op een video van de rouwbijeenkomst voor Ali Taha is te zien hoe diens broer Youssef oproept de cirkel van geweld te doorbreken. „We zijn slechter geworden dan de beren in het bos of kannibalistische volkeren”, zegt hij. ,,Zij doodden vreemdelingen en aten ze op, wij eten elkaar op.” In Ali’s huiskamer herhalen de vrouwelijke familieleden zijn boodschap: „Laat dit het laatste slachtoffer zijn.”