Ajax heeft de charme, de flair, de jeugd, de lol

Voorbeschouwing Spurs is de club van de toekomst, met een gloednieuw stadion dat dinsdag bomvol zit. Ajax de club van het moment. „We willen meer.”

Christian Eriksen ging van Ajax naar Spurs, waar ook oud-Ajacieden Jan Vertonghen, Toby Alderweireld en Davinson Sanchez spelen.
Christian Eriksen ging van Ajax naar Spurs, waar ook oud-Ajacieden Jan Vertonghen, Toby Alderweireld en Davinson Sanchez spelen. Foto Jane Stokes/ProSports

Alsof het Ajax-sprookje nog zo’n pr-stunt nodig had, liet Erik ten Hag ook nog de laatste training open voor publiek. Andere teams schermen de sessies af „alsof ze een kernbom aan het ontwikkelen zijn”, zegt een journalist in zijn vraag over waarom Ajax dit zo doet. „Het is traditie”, zegt Ten Hag. „Als de autoriteiten en de club waar we bij spelen dit toelaten, dan doen we dat. Je krijgt ook alvast een bepaalde vibe met de fans.”

Het gevreesde Ajax-voetbal op de vierkante meter is zo alvast te aanschouwen maandagavond in het Spurs-stadion – althans voor pers en Ajax-supporters met een wedstrijdkaartje. Kaats, kaats, kort, kort, lang. Hoog tempo. Er wordt hardop gelachen en gedold, iedereen is fit. Het gezang van tientallen Ajax-supporters galmt door het nieuwe voetbalpaleis dat volgens velen een bijna perfect gelukt bouwwerk is. Dinsdag zit het bomvol.

Spurs-Ajax, een onwaarschijnlijk affiche in dit stadium van de Champions League. Voor Tottenham Hotspur komt het succes vroeger dan gedacht, voor Ajax later dan ooit nog voor mogelijk gehouden werd.

Het komt voor: één club bij laatste vier waarvan je een wenkbrauw optrekt en misschien wel je pet voor afneemt. AS Roma vorig jaar, Monaco het jaar daarvoor en Lyon in 2010. Nu zijn het er eigenlijk twee, met Ajax als absolute aberratie. Alle wetmatigheden zijn weggeblazen, al zal de stunt van Ten Hags ploeg de vermoedelijke uitzondering blijken die de regel bevestigt. De Engelse journalist die na de kwartfinale een liefdesbrief schreef over Ajax vergeleek de ploeg met een vlinder: mooi, maar al bijna dood.

Twee teams, twee ondergeschikten in de voedselketen. Eten en opgegeten worden – met Tottenham wel ver boven Ajax. Drie keer deden de clubs zaken in zes jaar: Jan Vertonghen, Christian Eriksen en Davinson Sanchez gingen naar Noord-Londen. Met een omweg kwam ook Toby Alderweireld en zo was er een kwartet. Als trainer werd Frank de Boer in 2014 nog even begeerd, Louis van Gaal ook trouwens. Maar het werd de Argentijn Mauricio Pochettino, ex-Southampton.

Eerder op maandag traint Tottenham Hotspur op het eigen paradijselijke trainingscomplex even ten noorden van Londen. Vijtien minuten open voor de pers, nul voor supporters. Voorbij de slagboom staan bankjes opgesteld aan een brede laan die naar het hoofdgebouw voert, bomen en grasperkjes aan weerszijden. Pochettino wordt in zijn persconferentie gevraagd naar zijn gedachtes bij deze gelegenheid, hij antwoordt in pseudo-poëtische diepzinnigheid die hij vaker bezigt. „Ik wil daar niet te veel nadenken, ik wil vooral openstaan om morgen nieuwe gevoelens te ervaren.”

Dromen, durven en doen

De Argentijn is kwistig met geintjes en gegrijns, maar bloedserieus als hij spreekt van „de droom die ik nu beleef” als trainer van een Champions League-halvefinalist. Durven en doen, het motto van Tottenham Hotspur, werd nog net niet aangehaald in Pochettino’s betoog dat de ploeg collectief met lef de strijd aan zal gaan. Hij is de coach die van Spurs-voorzitter Daniel Levy zo vaak ‘nee’ te horen krijgt. Het stadion moest eerst verbouwd worden, de honderden miljoenen aan tv-geld gaan niet linea recta de selectie in. Wel is de club in staat de topspits van eigen kweek, Harry Kane, twee ton per week uit te keren.

Lees ook: Het nieuwe stadion van Tottenham is een vliegende schotel vol beloften

Met een opbrengst uit het stadion van rond honderd miljoen per jaar moet de half miljard omzet in beeld komen, de Europese giganten komen in beeld. Financieel is de aansluiting met de top van de Premier League gevonden, sportief zat het al een tijd goed in elkaar. Maar nu, momentopname, is Tottenham Hotspur gewoon kwetsbaar. Te kloppen, populair gezegd, met het ontbreken van superspits Kane (weken aan de kant met een enkelblessure) en de beweeglijke aanvaller Hueng-min Son (schorsing in de heenwedstrijd). Zes van de laatste tien duels gingen verloren, maar superteam Manchester City werd wel bedwongen in de kwartfinale.

Een journalist claimt dat Pochettino de rust die Ajax kreeg door een naar achtergeschoven speelronde in de eredivisie had aangemerkt als „unfair”. Ten Hag laat zich ontvallen dat de televisieopbrengsten 200 miljoen euro zijn voor de Spurs, en voor Ajax tien miljoen. „Wat is dan unfair?” Makkelijk scoren, maar ook nodeloos gehakketak met dank aan verdraaide woordkeuze. Zo ondiplomatiek had Pochettino zich niet uitgedrukt – de Spurs-coach sprak van „een realiteit” dat Ajax meer rust heeft en daar baat bij heeft.

Weer een andere Britse journalist vraagt: „U bent het toch zeker die zijn droom beleeft?” Dan kennen ze de Twentse trainer nog niet. Hij is veel: een macher, een drammer. Maar geen dromer. „Natuurlijk, we willen dit volhouden, het is fantastisch om hier te staan en dat had niemand verwacht. Zeker niet met de manier waarop.” Hij doelde op de zinnenprikkelende omverwerping van twee masters of the universe, Real Madrid en Juventus. Ten Hag: „Maar we willen meer. We zijn niet tevreden, want tevredenheid leidt tot luiheid.”

Ajax wordt consequent aangemerkt als „impressive young side”, al is in werkelijkheid eigenlijk alleen aanvoerder Matthijs de Ligt (19) zo jong dat het eng is. ‘Jong’ en ‘Ajax’, het bekt altijd makkelijk – dat er ook twee dertigers en drie midtwintigers in de basis staan is een terzijde.

Een vragensteller noemt het leunen op jeugd een „ouderwetse manier van het creëren van een competitief team” en voegt er aan toe dat Tottenham het ook zo doet. Ten Hag dreunt het Ajax-riedeltje op. „Om te acteren als Ajax, zijnde een Nederlandse club, moet je creatief zijn. In je scouting, en in je jeugdopleiding. Dan kan je een competitief elftal creëren. Ajax is door de jaren heen beroemd geworden om die filosofie, dat is het fundament waar de club op drijft.”

Ajax heeft de vorm, de flair, de sprookjesachtige opmars, de charme. De wereld kijkt mee naar dit voetbalwonder, hoe zal het verder gaan? De finale, het is te absurd om te schrijven, maar het kan.