Wie militair wil zijn, moet door deze wasstraat

Defensie Sollicitanten voor de krijgsmacht krijgen twee keuringen: een psychologische en een medische. Een op de drie valt af. „Bij afwijzing op je psyche word je in de kern geraakt.”

Sollicitanten voor de krijgsmacht voeren een parcours uit als onderdeel van de medische keuring.
Sollicitanten voor de krijgsmacht voeren een parcours uit als onderdeel van de medische keuring. Foto Olivier Middendorp

In de wachtruimte van de bewakingspost zit een jonge vrouw op een bank. Een jongeman drentelt heen en weer. Hun gezichten, waarop het leven nog geen sporen heeft achtergelaten, staan strak. Een opgeluchte glimlach breekt plotseling door, als een militair zich meldt met de woorden: „Jullie komen voor de keuring? Kom maar mee, ik breng jullie erheen.”

In een rijtje lopen ze over het Marineterrein in Amsterdam, waar sollicitanten voor de krijgsmacht worden gekeurd. Langs de atletiekbaan, waar jongeren rondjes rennen om te laten zien dat hun uithoudingsvermogen groot genoeg is. Naar een non-descript laag gebouwtje, waar psychologen en keuringsartsen de sollicitanten door een ‘wasstraat’ van testen en gesprekken laten gaan. Als de militair in de kantine zegt: „Hier vind je de koffie en de thee”, staan de gezichten van de jongeren weer strak van de spanning.

„Iedereen is zenuwachtig voor de keuring. Sommigen zijn na tien minuten hun zenuwen kwijt, anderen hebben er de hele dag last van”, zegt Fabian Egging. Hij doet bij Defensie al veertien jaar psychologische selecties – met testen, vragenlijsten en interviews. „In het begin van het gesprek benoemen we de nervositeit; dat haalt vaak al veel spanning weg.”

De nervositeit is begrijpelijk. Defensie is zo naarstig op zoek naar (jonge) mensen, dat de bewindslieden keer op keer in de Tweede Kamer en op persconferenties moeten vertellen hoe het gaat met het vervullen van de duizenden vacatures. Dat kan de indruk wekken dat je voor een bestaan als militair alleen maar je hand hoeft op te steken, met een schooldiploma erin. In werkelijkheid valt elk jaar een op de drie sollicitanten af bij de selecties.

Elke militair moet in beginsel in staat zijn om alles te doen, dus bijvoorbeeld ook deel kunnen nemen aan missies. Deze ‘basisgeschiktheid’ betekent dat de sollicitant mentaal en lichamelijk tegen de taak is opgewassen. Dat wordt vastgesteld met onderzoeken door psychologen en artsen. De sollicitanten moeten twee ronden doorkomen.

Ronde 1: Psychologische selectie

De psychologische selectie begint thuis, met het invullen van een lange vragenlijst over het persoonlijk leven. Nadat het cv is gecheckt, gaat de sollicitant naar het keuringscentrum voor een zogeheten CAP-test – om capaciteiten zoals het probleemoplossend vermogen te laten vaststellen. Dan volgt een gesprek van 1 uur tot 1,5 uur met een psycholoog. „Als er veel te bespreken is, bijvoorbeeld als iemand veel heeft meegemaakt in zijn of haar leven, lopen gesprekken uit”, vertelt Fabian Egging. „Soms duren ze 2,5 uur.”

Wat hopen jullie zo te vinden?

Egging: „Kwaliteiten die iemand ‘basisgeschikt’ maken: goed kunnen samenwerken en communiceren, stressbestendig, flexibel en sociaal zijn en discipline hebben. Dat onderzoeken we onder meer door observaties in het gesprek en door de ingevulde vragenlijsten door te nemen, met name de gebeurtenissen in iemands leven, de life events. Tegen welke teleurstellingen is iemand aangelopen en hoe ging-ie daarmee om, en met stressvolle situaties. Ofwel: wat zijn iemands coping-strategieën.”

Hoeveel life events heeft iemand van 18 jaar om te bespreken?

„Minder dan iemand van 30 jaar, maar een life event hoeft geen scheiding of overlijden van een dierbare te zijn. Iedereen heeft iets meegemaakt: een relatie die is beëindigd, een hond die is overleden, of iemand is gepest op school – dat komt ook veel voor. Zijn er opleidingen die niet lukken? Hoe ging je om met examens?”

Is iemand die problemen op school heeft gehad ongeschikt?

„Alleen een moeilijke schoolcarrière maakt iemand niet ongeschikt. Maar als-ie én thuis én op school én op zijn werk altijd problemen heeft gehad, én vragen daarover niet goed kan beantwoorden, dan kan dat leiden tot een negatief advies. En ‘niet goed beantwoorden’ is externaliseren, steeds de schuld buiten jezelf leggen. Dan zeggen ze bijvoorbeeld dat een schorsing ‘helemaal nergens op sloeg’. Zegt iemand: ‘Ja, ik deed iets stoms en zou het nu anders aanpakken’, dan liggen de kaarten anders. Zeker als-ie in het interview beleefd is en openhartig spreekt.”

Zijn de jongeren van nu anders dan die van tien jaar geleden?

„Mensen haken sneller af bij opleidingen, willen meer dingen tegelijk doen, vinden sneller dingen niet meer leuk – dat zien we veel meer dan voorheen. De keuze is reuze en dus hebben mensen moeite met kiezen. Mensen hebben ook heel sterk een eigen mening en accepteren niet zo snel meer dingen – ze willen steeds uitleg. Daarin spelen sociale media een grote rol. Social media nemen we daarom mee.”

Hoe?

„Door te kijken naar hun rol in iemands leven. Mensen hebben nu veel minder dan voorheen contacten in het echte leven. Vroeger hadden we gedacht: die persoon heeft wel heel weinig sociale contacten. Nu komt dit veel vaker voor, doordat mensen via social media contact hebben.

„En neem gamen, dat is booming! Zei iemand voorheen: ‘Ik game 20 uur per week’, dan hadden we grote twijfels gehad. Nu weten we: veel jongeren gamen vaak. Dus kijken we of ze dat alleen doen, of met vrienden. En is het een vlucht? Of een sociaal gebeuren? Hetzelfde als met drank. Drinkt iemand alleen op zijn kamer of met vrienden op een feest?”

Tussen 15 en 25 jaar doen vooral jongens vaak stomme dingen, die ze later niet meer doen. Is dat fataal?

„Dat hangt ervan af. Vandalisme is wel wat anders dan gewapende roofoverval. In het tweede geval is iemand voorgoed ongeschikt, in het eerste geval is iemand tijdelijk ongeschikt. De kans dat iemand op zijn 26ste nog verandert, is niet groot, maar iemand van 18 heeft nog een paar jaar om te laten zien dat-ie wel geschikt is. Dan zeggen we: nu kan het niet, straks misschien wel.”

Wat zijn de lastigste gevallen?

„Dat zit altijd in complexe communicatie. Iemand is heel breed van stof of juist gesloten. Iemand draait om iets heen, of stelt steeds vragen terug. Dan kan ik ook geïrriteerd raken, ook al ben ik hierop getraind. Soms kom ik niet door een sollicitant heen, dan vraag ik een collega om het over te nemen. Soms vraag ik een collega om een second opinion. Aan het eind van de keuringsdag maken we een advies. Dat kost meer tijd bij een negatief advies, doordat we een sollicitant altijd uitleggen waarom iemand nu ongeschikt is – en op welke punten hij of zij zich kan verbeteren.”

Protesteren mensen tegen een afwijzing? Worden ze boos?

„Dat komt voor. Mensen voelen zich ontzettend afgewezen, zeker als ze eerst heftige dingen hebben verteld – soms voor het eerst in hun leven. Bij afwijzing op je psyche word je in de kern geraakt. Wij benadrukken dat je niet ongeschikt bent voor alles, maar voor de krijgsmacht. Of andersom, dat de krijgsmacht niet geschikt is voor de sollicitant; daarbij bescherm je iemand tegen een verkeerde keuze.”

Een op de vijf sollicitanten valt in deze ronde af.

Ronde 2: Aanstellingskeuring

Wie door is, krijgt op een andere dag een beoordeling van zijn of haar medische geschiktheid. Niet zo lang geleden belandden sollicitanten dan in een spreekkamer, waar een dokter aan het onderbeen sjorde en in de oren keek met een lampje. Nu loopt een sollicitant een soort parcours, waarbij hij of zij onder meer moet rennen, tillen, sjouwen en hurken.

Dat is een fundamenteel andere manier van keuren, zegt keuringsarts Ronald Hoogland: „Had je vroeger bijvoorbeeld een bepaalde elasticiteit in de knie, dan was je ongeschikt voor de dienst. Nu kijken we of iemand voldoet aan een functie-eis. Moet-ie kunnen lopen met bepakking? Dan testen we dat hier door iemand twee kilometer te laten lopen met een rugzak van 25 kilo op zijn of haar rug.”

Hoogland was dertig jaar arts bij de marine en ging in 2015 met pensioen. Hij bleef betrokken bij de ontwikkeling van het nieuwe type keuring, dat begin 2018 officieel is ingevoerd. Hoogland, die ook werkt bij het Coronel Instituut voor arbeid en gezondheid, ontwikkelde mede de medische geschiktheidseisen van de 26 functie-eisen waaraan militairen moeten voldoen. „Bijvoorbeeld: om een geweer te kunnen hanteren, moet je schiethoudingen kunnen aannemen: op de grond liggen, hurken en knielen. Lukt je dat?”

De vernieuwing is afgedwongen door arbeidswetgeving die werkgevers verbiedt om mensen af te wijzen op grond van een gebrek – zoals een stijve schouder. Iemand weigeren mag alleen als zij medisch niet voldoet aan een bepaalde functie-eis, bijvoorbeeld werken met armen boven schouderhoogte. Hoogland: „We laten nu mensen twee minuten lang boven de schouders een vleugelmoertje losdraaien. Lukt je dat niet, dan ben je medisch ongeschikt. Is afgelopen jaar maar bij twee mensen gebeurd.”

Daar kwam bij dat al die medische bevindingen van vroeger weinig informatief waren. „We hebben ons afgevraagd: die speling in enkel of knie, wat zegt die nou? Er is geen bewijs dat je met een bepaalde speling bepaalde taken niet kan doen”, zegt Hoogland. Zo’n klassiek medisch onderzoek heeft ook geen voorspellende waarde voor wat iemand uiteindelijk aankan. Hoogland: „We weten niet wat er gebeurt als de belasting hoger of langduriger is. Of als ze een week in het veld zitten met kou en regen, slecht slapen en ander eten.”

Hoogland zou wel een verdikking van de hartspier graag willen uitsluiten, omdat dit riskant is bij zware inspanning. „Dat kan alleen onder een CT-scan, maar die doen we hier natuurlijk niet standaard. Een goede voorspeller is een vroege hartdood van een van de ouders. Vult iemand dat in op een vragenlijst, dan laten we daar verder onderzoek naar doen.”

Er is geen grens voor scherp kunnen zien, want: „We kijken alleen of je jezelf kan redden zonder bril.” Dat zal met min-6 niet meevallen. En bijvoorbeeld astma? „Altijd lastig. In Nederland kan iemand met astma makkelijk functioneren, dankzij de inhalator en het ziekenhuis waar je in noodgevallen heen kunt. Maar krijg je tijdens een missie een astma-aanval, dan weet je niet of je op tijd in het ziekenhuis kunt zijn. Dus met je astma ben je niet overal inzetbaar.” En valt de sollicitant af. In deze ronde valt een op de tien kandidaten af.

Wie de selecties wel doorkomt, wordt ook nog getoetst met een veiligheidsonderzoek door de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), die een zogeheten Verklaring van Geen Bezwaar (VGB) afgeeft. Zo’n VGB wordt doorgaans gegeven als de sollicitant niet ooit een celstraf van meer dan twintig dagen heeft gekregen, geen schulden heeft (dat maakt iemand mogelijk chantabel) of niet langdurig heeft verbleven in een land waar de veiligheidsdienst geen informatie over de sollicitant kan verstrekken. Dan kan de opleiding beginnen – met vele, vele trainingen.

Lees ook het tweede deel van dit tweeluik over de militaire keuring: De militair doet ook yoga