Sánchez behaalt dubbele zege bij verkiezingen in Spanje

Verkiezingen Spanje De sociaal-democraten zijn de grootste, maar hebben steun van uiterst links en Catalaanse separatisten nodig voor een meerderheid.

Aanhangers van de sociaal-democratische PSOE vieren zondagavond dat hun partij de grootste is geworden. Hun beoogde premier, Pedro Sánchez, heeft de steun van andere partijen nodig om te regeren.
Aanhangers van de sociaal-democratische PSOE vieren zondagavond dat hun partij de grootste is geworden. Hun beoogde premier, Pedro Sánchez, heeft de steun van andere partijen nodig om te regeren. Foto Javier Soriano/AFP

Pedro Sánchez heeft met zijn PSOE een dubbele overwinning behaald bij de landelijke verkiezingen in Spanje. De sociaal-democraten zijn voor het eerst sinds 2008 weer de grootste partij van Spanje. En ze kunnen opgelucht vaststellen dat het rechtse blok van de Partido Popular, Ciudadanos en nieuwkomer Vox geen meerderheid wist te halen.

Het smeden van een nieuwe, linkse regering is nu de uitdaging voor Sánchez. Daarbij heeft hij naast het radicale Podemos de steun van progressieve Catalaanse separatisten nodig.

Ondanks zijn zege zal Sánchez de macht nu wél moeten delen. Hij is waarschijnlijk de laatste premier geweest die aan de leiding stond van een complete PSOE-regering. De Madrileen kwam in juni vorig jaar verrassend aan de macht als indiener van een motie van wantrouwen tegen de minderheidsregering van de conservatieve premier Mariano Rajoy. Met gedoogsteun van een bonte coalitie, bestaande uit Podemos en regionale nationalisten, kwam Sánchez aan het hoofd te staan van een regering, terwijl zijn PSOE over slechts 85 van de 350 zetels beschikte. Na ruim acht maanden kwam er een einde aan deze constructie, toen de Catalaanse separatisten onmogelijke eisen stelden in ruil voor steun aan de begroting.

Verrassende comeback

Sánchez wist het afgelopen jaar als premier niet alleen persoonlijk een verrassende comeback te maken, maar hij slaagde er met een reeks van sociale maatregelen ook in de PSOE uit een heel diep dal te trekken. Na verkiezingsnederlagen in december 2015 en juni 2016 werd Sánchez als de grote schuldige van het verval van de sociaal-democraten gezien. Vriend en vijand verweten hem bovendien dat hij zich bleef verzetten tegen een minderheidsregering van Rajoy waardoor Spanje langdurig stuurloos was. Die regering kwam er alsnog toen Sánchez als a walking dead vertrok.

Lees ook over de Spaanse Dierenpartij: ‘Straks zijn we in heel Europa niet meer weg te denken’

Maar Sánchez vocht zich terug. Hij maakte zijn rentree in mei 2017, toen de leden van de PSOE hem wederom tot partijleider kozen. Van een afstand keek hij toe hoe de oude rivaal, de PP, in de ene na de andere corruptie-affaire verstrikt raakte. Omdat Rajoy, die tussen 2011 en 2015 op een absolute meerderheid kon rekenen, met zijn PP nog maar over 135 zetels beschikte, was het voor de nieuwe oppositie van de PSOE, Podemos en Ciudadanos wachten op zijn val. En die kwam. Een jaar na de terugkeer van Sánchez was de Gürtel-zaak, waarbij fraude en corruptie binnen de PP werden blootgelegd, één affaire te veel voor Rajoy. Daarmee kwam een einde aan de laatste complete PP-regering.

Na de val van de minderheidsregeringen van Rajoy en Sánchez lijkt de oude, gevestigde orde van de PP en de PSOE eindelijk in te zien dat coalitievorming onvermijdelijk is. De regionale verkiezingen van Andalusië maakten eind vorig jaar duidelijk dat het politieke landschap zo versplinterd is dat zelfs in deze traditioneel socialistische regio resultaten uit het verleden geen garantie bieden. Voor het eerst in veertig jaar tijd veranderde de regioregering van kleur en kwamen de PP en Ciudadanos met de gedoogsteun van Vox aan de macht.

Lees meer over de uiterst rechtse partij Vox: eindelijk een partij die jagers en stierenvechters begrijpt

Voor conservatief Spanje betekende het ‘pact van Andalusië’ een blauwdruk voor de nationale verkiezingen. Voor links was dit een schrikbeeld. De PP en Ciudadanos verkozen regeringsdeelname boven het instellen van een cordon sanitaire tegen Vox waardoor de uiterst rechtse partij buitengesloten zou worden. De PP en Ciudadanos omarmden elkaar, lieten zich niet uit over Vox en richtten hun kritiek op links en op de Catalaanse separatisten. Deze strategie levert ze nu evenwel geen rechtse meerderheid op. De PP verliest tientallen zetels, Ciudadanos groeit minder hard dan gehoopt. Alleen nieuwkomer Santiago Abascal van Vox mag zich een winnaar noemen.

Sánchez was gedwongen toenadering te zoeken tot Pablo Iglesias van Podemos. Dat de twee veertigers bij de vorige verkiezingen als vijanden tegenover elkaar stonden, was alweer vergeten. De opportunist Sánchez stelde in de laatste dagen van zijn campagne openlijk dat hij nu wel samen met Iglesias wil regeren. Hij weet dat de PSOE niet opnieuw zal kunnen regeren op basis van gedoogsteun.

Zo ontstond er opnieuw een strijd tussen rechts en links. Nu in de vorm van twee blokken met radicale uitersten: de PP, Ciudadanos en Vox versus de PSOE en Podemos. In Catalonië lag alles zoals altijd anders. Een verrassend groot deel verkoos de linkse, gematigde separatisten van ERC boven de hardliners van JxCat. Sánchez zal Catalaanse steun nodig hebben. In hoeverre de winnaar van de verkiezingen en de linkse separatisten het eens kunnen worden is nu de vraag.