Recensie

Recensie Muziek

RFO grijpt bij Mahler als één groot organisch wezen in elkaar

Klassiek Dirigent Markus Stenz laat met het Radio Filharmonisch Orkest horen hoe Rudolf Escher en Gustav Mahler in hun muziek de dood weten te overwinnen.

Dirigent Markus Stenz.
Dirigent Markus Stenz. Foto Anna van Kooij
    • Joost Galema

‘Donker is het leven, is de dood”, herhaalde tenor Burkhard Fritz in Mahlers Das Lied von der Erde. Twee reizen van duisternis naar licht maakte dirigent Markus Stenz met zijn Radio Filharmonisch Orkest. Eerst in het ten onrechte zelden vertolkte Musique pour l’esprit en deuil (1943), waarin Rotterdammer Rudolf Escher zijn woede en verdriet verwerkte over de oorlog, die zijn stad vergeefs trachtte te beroven van haar ziel. Want de onmenselijke parademars van nazi-laarzen vertrapt aanvankelijk weliswaar alle opbloeiende melodieën, maar aan het slot verdampen die zwarte nevels in een zachtmoedig licht. Het orkest liet de schoonheid langzaam boven het kwaad uitstijgen.

Overgave leek het sleutelwoord, ook in Mahlers Das Lied von der Erde. Met tedere handgebaren en een gezicht waarvan elke noot viel af te lezen, loodste Stenz zijn musici langs de maanbeschenen graven, de herfst in een eenzaam hart, babbelende jeugd, het verlangen van mooie meisjes weerspiegeld in het water, en de vergetelheid van dronkenschap. De woorden vonden twee gloedvolle zangers in de Duitse tenor Burkhard Fritz, maar vooral in zijn landgenote, de alt Wiebke Lehmkuhl.

Slotlied ‘Abschied’ uit Das Lied vond der Erde met alt Anna Larsson en Het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Fabio Luisi.

Die vijf liederen vormen een opmaat naar het magische slotakkoord: het half uur durende ‘Der Abschied’, waarin Mahler de angst voor de dood bezweert met een rotsvast geloof in de eeuwig voortlevende ziel. De regel „al het verlangen wil nu dromen” beschreef treffend de atmosfeer die Lehmkuhl, Stenz en het Radio Filharmonisch Orkest opriepen. Deze dromerigheid vond eveneens zijn weg in de prachtige solistische bijdragen van hoboïst Hans Wolters, fluitiste Barbara Deleu en de vragende fagotten na de woorden „waarom moet het zo zijn?”

Het orkest grijpt bij Mahler als één groot organisch wezen in elkaar. Een symfonie , zei de componist, moet de wereld omvatten. En in ‘Der Abschied’ gaven de musici je inderdaad dat gevoel. En vermoedens van meer.