Het speelveld van de Democraten is overvol en ligt volledig open

Democratische Partij Niet eerder meldden zich zo veel gegadigden voor de Democratische presidentsnominatie als dit jaar – en dat al zo ver voor de verkiezingsdatum. Het toont dat de Amerikaanse oppositiepartij dolende is, maar ook dat er dit keer echt wat te kiezen valt.

Voormalig vice-president van de VS Joe Biden
Voormalig vice-president van de VS Joe Biden Foto's Andreas Gebert/Reuters

Nu met ex-vicepresident Joe Biden ook de koploper in de peilingen zich officieel aangemeld heeft voor de Democratische presidentsrace, staat het aantal kandidaten dat het in 2020 wil opnemen tegen Donald Trump op twintig. Het Democratische deelnemersveld is duidelijk overvol. En ligt tegelijkertijd volledig open.

Bij de partij die de partij van een zittende president uitdaagt, is de interne leiderschapsstrijd vaker onvoorspelbaar. Vier jaar geleden rond deze tijd van het jaar, bijvoorbeeld, gingen de meeste peilingen, analisten en media er nog vanuit dat een partijkopstuk als Jeb Bush of Mitt Romney de Republikeinse nominatie zou binnenslepen. Romney meldde zich uiteindelijk niet eens. Bush verloor van Donald Trump, de zakenman en tv-ster die pas relatief laat in de race (in juni 2015) de roltrappen van Trump Tower afdaalde om politicus te worden.

Nu de Republikeinen het Witte Huis in 2020 verdedigen in plaats van aanvallen, zijn de rollen omgedraaid. Trump wordt binnen zijn partij vooralsnog alleen uitgedaagd door een relatief onbekende libertaire kandidaat, William Floyd Weld. Bij de Democraten is de onderlinge concurrentie nog groter dan bij de Republikeinen in 2016. Het aantal gegadigden zou tot dertig kunnen oplopen.

De echte aftrap in de voorverkiezingsrace is pas begin volgend jaar, in Iowa. Waarna op de Democratische partijconventie, in juli, formeel een kandidaat op het stembiljet zal worden gezet voor de presidentsverkiezingen (begin november 2020). Tot die conventie zijn er nog 63 weken, waarin heel veel kan gebeuren.

Campagne als onderneming

Er zijn verschillende redenen dat zoveel kandidaten zich al zo vroeg melden. Ten eerste begint het voorverkiezingscircus steeds eerder: meerdere staten haalden de laatste jaren de datum van hun primary naar voren om grotere invloed te hebben op de uiteindelijke winnaar. Dit dwingt kandidaten eerder bekendheid op te bouwen en fondsen te werven. Dit is weer cruciaal om mee te mogen doen aan de tv-debatten, die in juni beginnen. Onder de Democratische partijregels zijn daarbij alleen kandidaten welkom die minstens 1 procent scoren in drie landelijke peilingen of die minstens 65.000 individuele donaties ophaalden in twintig staten. Zestien voldoen hier al aan.

Maar dat verklaart nog niet het recordaantal Democratische gegadigden dit jaar. Wat bezielt al die kandidaten met soms zeer geringe naamsbekendheid om het op te nemen tegen veel kansrijker partijgenoten?

Een reden is dat er een verdienmodel achter zit – zowel financieel als politiek. Falen is in de Verenigde Staten een veel minder grote zonde dan in Europa. Amerikanen hebben juist bewondering voor een entrepreneur die een paar keer failliet is gegaan met zijn onderneming. En een campagne is in de kern precies dat: een bedrijf met honderden werknemers waarin miljoenen omgaan, maar dat op zijn best twee jaar zal bestaan.

Een reden dat zoveel kandidaten meedoen aan de race is dat er een verdienmodel achter zit – zowel politiek als financieel

Zelfs als dit ondernemerslef niet uitmondt in het presidentschap, kan het profijtelijk blijken. Een kandidaat bouwt aan zijn merknaam voor een volgende gooi naar het Witte Huis – of een lager ambt. De ervaring kan ook te gelde gemaakt worden als running mate, lobbyist, spreker of auteur van de eigen memoires.

Bernie Sanders – die de gedoodverfde favoriet Hillary Clinton in 2016 nog verrassend lang van haar winst afhield – schreef sindsdien bijvoorbeeld twee boeken. De onafhankelijke linkse senator uit Vermont werd dankzij de royalty’s zelf een miljonair. Dat vond Sanders, die in 2016 fel uithaalde naar de ‘1 procent’ van miljonairs en miljardairs, zelf ook „ongemakkelijk”, zo zei hij deze maand bij de publicatie van zijn belastingaangiftes.

Dark horses’ met potentie

Valt er zo ver voor de conventie iets zinnigs te zeggen over de kansen van al deze politieke gelukzoekers? Het Britse blad The Economist analyseerde recent alle peilingen uit de periode 1980-2016. Dat wees uit dat de koploper in de peilingen in deze vroege fase maar in één op de drie gevallen ook echt de kandidaat van de partij wordt.

Lees ook: Favoriet Joe Biden meldt zich: wat zijn zijn sterke en zwakke punten?

Wel zat de uiteindelijke winnaar in 85 procent van de gevallen al in de topdrie. Momenteel wordt deze gevormd door twee oudere blanke mannen: Biden (76 jaar, gemiddeld 29 procent) en Bernie Sanders (77, met 23 procent), op grote afstand gevolgd door een vrouw van kleur: de Californische senator Kamala Harris (54, met 8 procent in de peilingen).

De statistiekensite FiveThirtyEight deed soortgelijk data-onderzoek naar de voorspellende waarde van eerdere peilingen (periode: 1972-2016). Daaruit bleek dat enquêtes in deze fase vooral de juiste winnaar aanwezen bij kandidaten die minstens 35 procent haalden. Momenteel scoort ook koploper Biden niet boven die drempel.

De site keek ook naar kandidaten die ondanks hun lage naamsbekendheid toch redelijk hoog peilden. Zij bleken een relatief grote potentie te hebben om later in de race alsnog de nominatie te winnen. Zo werd de aanvankelijke favoriet Hillary Clinton in 2008 na een uitputtende race verslagen door een relatief onervaren senator met een moeilijke naam: ene Barack Obama uit Illinois.

Dit jaar zijn er veel van dit soort ‘dark horses’. Zo trekt de laatste weken opnieuw een onervaren politicus met een lastige naam veel aandacht. Pete Buttigieg is burgemeester van het stadje South Bend (102.000 inwoners) in Indiana en tot een paar weken geleden landelijk nagenoeg onbekend. In een paar weken is ‘Mayor Pete’ (zijn achternaam is van oorsprong Maltees en wordt uitgesproken als: Boet-etsj-etsj) in de peilingen opgestoomd naar de vierde plek. Momenteel haalt hij na Sanders het meeste geld op.

Buttigieg praat weinig over zijn beleidsagenda, maar heeft vooral een aantrekkelijk profiel. Hij maakt zoveel enthousiasme los, omdat hij in bijna alles het tegenbeeld van Trump is. Hij is met zijn 37 jaar de helft jonger dan de president. Hij diende zeven maanden als reservist in Afghanistan, maar schept daar niet over op. Hij gaf een goed betaalde baan als consultant op om burgemeester te worden. Hij spreekt zeven talen, uiteenlopend van Arabisch tot het Noors (deze laatste taal leerde hij naar verluidt omdat zijn favoriete schrijver uit Noorwegen niet vertaald werd). Op campagnebijeenkomsten laat hij zich vergezellen door zijn man: Buttigieg wil de eerste openlijke homoseksuele president van de VS worden.

De komende weken en maanden moeten uitwijzen of zijn opmars in de peilingen doorzet. Een paar weken voor Buttigiegs onverwachte doorbraak gold Beto O’Rourke nog als dé potentiële verrassing voor 2020. Het ex-Congreslid uit de zuidelijke grensstad El Paso deed vorig jaar een gooi naar een senaatszetel voor Texas. Het nipte verschil waarmee hij verloor in dit Republikeinse bolwerk en zijn enthousiasmerende campagne maakten hem tot „de nieuwe Kennedy”. De laatste weken dooft zijn rijzende ster alweer.

Dolende partij

Dat het Democratische veld zo openligt, laat zien dat de partij dolende is, maar ook dat er dit jaar werkelijk wat te kiezen valt. Obama verwaarloosde als president het beheer van zijn partij. De race van 2016 tussen Sanders en Clinton verdeelde de Democraten vervolgens diep. Drie jaar later moeten ze alsnog de koers kiezen.

Het risico op een verscheurende richtingenstrijd is groot. Schuiven de Democraten verder op naar links waar het vooral jonge, groot-stedelijke, progressieve multiculturele electoraat zit? Of zoeken ze de winst via het midden door in Trump teleurgestelde kiezers in de buitenwijken, in het Midwesten en in afgetakelde industriestaten terug te veroveren?

De twintig kandidaten zijn niet alleen qua persoon, maar ook qua ideologie zeer verschillend. Sommigen voeren het liefst progressieve identiteitspolitiek met strijd voor de sociale rechten van minderheden. Anderen zien de beteugeling van de groeiende inkomensongelijkheid en van de macht het grootbedrijf als hét centrale thema. Weer anderen hameren vooral op betaalbare zorg, beter onderwijs of ambitieuzer klimaatbeleid.

Lees ook deze reportage: wie kan er winnen van Donald Trump?

Deze onenigheid leidt ook tot debat over de juiste strategie tegen Trump. De twee vrouwen in de gepeilde topvijf, de linkse senatoren Kamala Harris (plek 3) en Elizabeth Warren (5), willen proberen hem af te zetten wegens belemmering van de rechtsgang rond het Rusland-onderzoek van speciaal aanklager Mueller.

Anderen, zoals O’Rourke, Buttigieg, Biden en senator Amy Klobuchar (plek 8) zijn voorzichtiger.

Zij denken dat het verstandig is Trumps gedrag verder te laten onderzoeken door het Congres, maar vinden nu oproepen tot ‘impeachment’ voorbarig. Ook zou het tactisch niet slim zijn.

Zo meent Sanders, de meest linkse kandidaat onder de koplopers, dat het verstandiger is om een eigen verhaal te hebben en Trump via de stembus te verslaan. „Als het Congres het komende jaar, anderhalf jaar alleen maar praat over het impeachen van Trump, over Trump, Trump, en Mueller, Mueller, Mueller … vrees ik dat dit alleen maar in Trumps voordeel uitpakt.”

Correctie (29 april 2019): In een eerdere versie van dit artikel werd de libertaire kandidaat William Floyd Weld verkeerd aangeduid als William Feld. Zijn naam is aangepast.
Correctie (1 mei 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond bij het fotootje van John Kerry vermeld dat hij oud-minister van Binenlandse Zaken is. Hij was van 2013 tot 2017 minister van Buitenlandse Zaken onder president Barack Obama. Dat is hierboven aangepast.