Elektrisch door de straten van Parijs zoeven

Formule E De Nederlandse coureur Robin Frijns won de ePrix in Parijs en gaat aan de leiding in Formule E. De elektrische raceklasse wordt steeds attractiever.

Bij de ePrix in Parijs gebeurde alles in één dag: vrije trainingen, kwalificatie en de race.
Bij de ePrix in Parijs gebeurde alles in één dag: vrije trainingen, kwalificatie en de race. Foto Steven Tee/LAT Images

Een paar jaar geleden deed hij zijn best om de race naar Nederland te brengen. Contacten gelegd, ideeën gedeeld, maar het kwam er niet van. Misschien was het er nog te vroeg voor, waren er nog teveel aarzelingen over zijn sport. Elektrisch racen? Mwah. Geen snelheid, geen geluid, geen spanning. Accu’s zonder grote opslagcapaciteit , auto’s zonder actieradius, coureurs zonder top-cv.

Zaterdag heeft Robin Frijns zijn revanche op de sceptici, op de racepuristen die weinig op hebben met duurzaamheid in de pit. „Je kunt alles zeggen, maar saai is het niet. We hebben acht wedstrijden gereden, met acht verschillende winnaars. Vergelijk dat maar eens met Formule 1. Daar gaat het alleen maar om Mercedes, Ferrari en Max [Verstappen]”, zegt de 27-jarige Nederlander met zijn bokaal nonchalant in zijn hand. Die achtste winnaar is hij zelf, na een enerverende ePrix van Parijs. Veel hagel, weinig grip. Slippartijen bij de vleet.

„Het was bizar”, zegt Frijns na de eerste ‘elektrische’ overwinning in zijn carrière. „De moeilijkste race uit mijn loopbaan.” Hij is weliswaar de eerste Nederlandse coureur die een ePrix wint, maar historisch kun je zijn zege bepaald niet noemen. Daarvoor is Formule E te jong. En die omgeving maakt elke winnaar toch bescheiden. Wel veel geschiedenis in het rondje van bijna twee kilometer door Parijs. Het Hôtel des Invalides, met het praalgraf van Napoleon Bonaparte in de kathedraal, en het legermuseum – de coureurs zijn er glibberend omheen gesuisd in hun bolides in Batmanstijl.

De Nederlander Robin Frijns in zijn Formula E-auto in Parijs. Foto Kenzo Tribouillard/AFP

E-Village

Het racedorp, E-Village, is vrij toegankelijk. Minder dan tienduizend toeschouwers hebben voor vijf tientjes een tribunekaart gekocht. En zij zien ‘Friens’ winnen in de stromende regen. Relatief veel gezinnen onder het publiek.

Formule E wil een nieuw soort fans aantrekken met snufjes als een attack mode: een bonus met extra energie als een coureur buiten de ideale lijn rijdt. En een fan boost voor de coureurs die het populairst blijken bij een stemming via sociale media. Het geeft soms extra vaart bij het inhalen. Frijns had het van tevoren nog over „een heel leuk baantje”. Kort en smal, inhalen zou moeilijk zijn. Toch maar weer over een Nederlandse race denken? „Mooie steden genoeg. Wat dacht je van Maastricht?”, zegt de Limburger die ook in de DTM-klasse (toerwagens) actief is.

In veel raceklassen heeft Frijns gewonnen; hij klom in 2014 zelfs op tot de reserves in Formule 1. Maar een doorbraak kwam er niet. De twee competities zijn ook onvergelijkbaar. „Bij ons is het een tactisch spel met de software. Het gaat om een optimaal evenwicht tussen snelheid en energiebesparing”, doceert Frijns. „Het is daarom een moeilijk autootje om te begrijpen. Bij Formule 1 gaat het vooral om de downforce. Maar in tegenstelling tot Formule 1 kunnen wij wel op een paar meter van elkaar racen.”

Formule E is uitgegroeid tot platform voor grote automerken als BMW, Audi en Jaguar. Volgend jaar doen ook Mercedes en Porsche mee

De jongste klasse in de autosport maakt een snelle ontwikkeling door. Vijf jaar geleden opgezet als ecologisch probeersel van de internationale automobielfederatie FIA, is de Formule E inmiddels uitgegroeid tot een platform voor toonaangevende autoproducenten als BMW, Audi, Jaguar en Land Rover. Volgend jaar doen ook grote merken als Porsche en Mercedes mee.

Na het dieselschandaal willen de Duitse automerken zich graag van hun ‘groene kant’ laten zien. Het fandorp naast het circuit is een vlootschouw van alle grote merken met hun raceauto’s en elektrische straatmodellen. Over het algemeen zijn er geen middenklassers. ‘Electric intelligence’, glimmen de vertegenwoordigers.

Het kampioenschap doet twaalf landen aan, telt dertien races. De laatste race is in juli, in New York. In steden als Rome, Berlijn en dit weekend in Parijs wil Formule E niet alleen een sport etaleren, maar ook „een platform voor e-mobiliteit” zijn. Races in steden die af willen van smog en fijnstof. Ook Parijs wil benzine en diesel de stad uit hebben, in 2030 moet dat gebeurd zijn.

Dichter bij het publiek

Stedencircuits definiëren deze klasse, heeft Formule E-topman Alejandro Agag gezegd. Ook Formule 1 wil het liefst naar de binnensteden. De koningsklasse zoekt een nieuwe identiteit: meer spanning tijdens de races, minder dominantie van de rijke teams, met motoren die eenvoudiger en goedkoper zijn. En dichter bij het publiek.

Hoe ziet de toekomst van de Formule 1 er over twintig, dertig jaar uit zonder benzine? Formule E is nog lang geen concurrent, maar er doen deze zaterdag ook in Parijs bekende coureurs met Formule 1-ervaring mee, Felipe Massa voorop. De Braziliaan reed vijftien jaar in de hoogste klasse en behaalde elf grand-prixzeges. „De wereld verandert, elektrische auto’s hebben de toekomst”, zegt Massa, die twee dagen voor de race 38 werd. „Het zijn verschillende filosofieën en een andere mentaliteit”, laat hij daags voor de e-prix over de twee raceklassen weten. „Formule 1 kan meer van ons leren. De toegankelijkheid voor de fans, de spanning.”

De eerste jaren werd Formule E niet zo serieus genomen, beaamt Frijns. „Er werd een beetje lacherig over gedaan. Het niveau is vijf jaar later heel hoog, met zeer competitieve auto’s. Iedereen kan winnen.”

Lees ook over 1.000 keer Formule 1: een terugblik in statistieken en records

Wat in de eerste jaren op de lachspieren van de traditionele raceliefhebber werkte, was de noodzakelijke autowissel tijdens de races omdat anders de accu’s leeg zouden raken. Ook de beperkte snelheid van de auto’s en motoren die klonken als naaimachines, zorgden voor leedvermaak. Racefans zijn opgegroeid met het gebulder van Formule 1, maar dat zal uit het collectieve geheugen verdwijnen. Frijns: „Geluid is natuurlijk wel een dingetje. Maar als je straks opgroeit met elektrische auto’s, ben je niet anders gewend.”

Wordt Formule E ooit een serieuze concurrent van de koningsklasse? „Formule 1 blijft voorlopig de top van de autosport. Maar dit is een futuristische klasse waar nieuwe technologie wordt ontwikkeld”, zegt Stoffel Vandoorne (HWA Racelab) in het legermuseum.

De 27-jarige Belgische coureur raakte vorig jaar zijn stoeltje in Formule 1 kwijt en racet nu noodgedwongen elektrisch. „We zoeken geen concurrentie met andere klassen. Dit is een kampioenschap dat je op zichzelf moet zien.” Het is heel anders volgens Vandoorne. „Alles gebeurt in één dag: vrije trainingen, kwalificatie, de race. Je krijgt niet veel tijd om data te analyseren en alles te optimaliseren. Dat maakt het onvoorspelbaar. Aantrekkelijk ook.”

Sterk verbeterde accu’s

Een Duitse raceliefhebber op de tribune beaamt dat. „Formule E is vernieuwend en sympathiek. Vergelijk het met vrouwenvoetbal. Dat moet je als een eigen categorie waarderen.” Maar hij volgt via zijn mobieltje intussen wel de kwalificatie van Formule 1 in Baku op de voet.

Toch heeft Formule E met ingang van dit seizoen nog meer aan attractiviteit gewonnen. De nieuwe Gen2-auto’s kunnen met hun sterk verbeterde accu’s een hele race van drie kwartier uitrijden. Een tweede auto is niet meer nodig om de finish te halen. En de wagens zijn sneller geworden (met een topsnelheid van 280 kilometer per uur) en zien er gestroomlijnder uit. Bovendien beschikken alle teams over vrijwel hetzelfde materiaal: accu’s, chassis en banden. Dat vergroot de spanning.

Er is al een derde generatie auto’s op komst. Ook de Britse Formule 1-kampioen Lewis Hamilton vindt die er cool uitzien. Frijns: „De ontwikkelingen gaan zo snel dat we misschien over vijf jaar anderhalf uur achter elkaar door kunnen rijden.”

Frijns, die na zijn overwinning in de Franse hoofdstad op de eerste plaats staat in het tussenklassement van Formule E, neemt zijn prijs mee terug naar huis. In het hart van Parijs is de stilte van de race voorbij.